Zondag 5 juli is de tweede viering in onze zomerserie ‘Vensters op God’. Deze keer als thema: Ieder mens als venster op God?!. We staan stil bij de teksten over de schepping van de mens als beeld en gelijkenis van de Schepper. Wat betekent deze tekst in onze tijd met de discussies rondom Black Lives Matter? In deze week waarin we de afschaffing van de slavernij (Keti Koti – de ketenen verbroken) gedenken?
De tweede tekst is een tekst van Paulus over het menselijk tekort, hij ontdekt in zichzelf de wetmatigheid dat het kwade zich aan hem opdringt, ook al wil hij het goede doen. Bijna niemand zal zichzelf racist noemen, maar toch zijn we verstrikt in oude patronen. Racisme is zonde. Het is goed daarbij stil te staan. ‘I once was blind, but now I see’ zingt het lied Amazing grace waarnaar we zullen luisteren.
ds. Rian Veldman

Komende zondag 28 juni beginnen we aan onze zomerserie ‘Vensters op God’.
Deze eerste viering zal het accent liggen op de vraag: kunnen wij God wel zien?
Moet je daar een aparte bril voor opzetten? Of een aparte cursus voor volgen, net zoals je moet leren vogels kijken bijvoorbeeld. Uitgangspunt is het besef: niemand heeft ooit God gezien (1 Joh. 4: 12) Willem Jan Otten heeft dat besef indringend verwoord in zijn gedicht ‘Hoeveel weet ik van u’ dat zondag ook een rol zal spelen (zie website voor het hele gedicht).

Hoeveel weet ik van u

Zoveel als het zoontje
dat ligt in het gedicht en wijst naar de wolken
weet van de dichter
die naast hem ligt

Zoveel als de peuter
die voor het eerst voor een spiegel staat
weet van de peuter
die daar voor hem staat

Zoveel als de veroordeelde
die in zijn celmuur klopsignalen hoort
weet van zijn buurman

Zoveel als de vrouw
die door de doptone het hartje niet hoort kloppen
weet van haar ongeborene

Zoveel als de oude koning
op de dag van zijn troonsafstand
weet van zijn liefste laatste dochter
die niet zegt wat hij horen wil

Zoveel als Penelope
op het punt staande zichzelf weg te geven
weet van de zwerende
onbekende zwerver aan haar hof

Zoveel als een explosievenzelfmoordenaar
in de metrocoupé
weet van het roodharige meisje met de koortslip
dat zijn oogopslag niet zoekt

Zoveel als de enige zoon
na het vallen van het mes
weet van de kermende vader
die hem leek te zullen kelen

Zoveel
en nog wel meer
heb ik van u geweten

Ik wist van u kortom heel veel
zij het altijd nog minder dan de kerkvader
toen die in zijn Belijdenissen schreef

dat als u tegenover hem kwam zitten
daar recht tegenover hem
hij u zou vragen wanneer u kwam.

Willem Jan Otten (uit de bundel Gerichte gedichten, 2011)