Vanwege de berichtjes van betrokkenheid en bezorgdheid, die ik ontving over mijn vertrek als predikant van de Protestantse Gemeente Maas Heuvelland, geef ik hieronder toelichting op mijn besluit.

Op 6 december heb ik intrede gedaan in de Protestantse Gemeente Maas Heuvelland, locatie Maastricht. Na zes en een half jaar gemeentepredikant te zijn geweest voor de Protestantse Gemeente Oegstgeest, besloot ik een nieuwe uitdaging aan te gaan. Terug naar de diversiteit in de stad en meer diaconaal werk, dacht ik. Ik heb die stap met de beste intenties gezet.

Ik ben erachter gekomen dat de PGMH niet is zoals ik me die had voorgesteld. De kern Maastricht is ouder, minder actief en traditioneler dan ik heb ingeschat, maar er komt een aspect bij dat veel belangrijker is.

Voor de opbouw die nodig is, heb ik toekomstperspectief nodig. Ik ben langer wél dan niet werkzaam geweest in vormen van kerkzijn, die niet de gemeente zijn. In het werk buiten de gemeentestructuur heb ik me nooit afgevraagd of het relevant was en beschouwde dat steeds als urgent en noodzakelijk.

In de jaren als gemeentepredikant van de PGO kwam ook nogal eens de vraag omhoog naar de toekomst van de kerk in de vorm van een klassieke gemeente. Door het grote aantal actieve gemeenteleden en een redelijk jong moderamen verdween die vraag steeds weer naar de achtergrond.

De Protestantse Kerk in Nederland is in het zuiden heel klein aan het worden. De kern Maastricht is bovendien in sterke mate vergrijsd. Ik heb gemerkt dat ik het perspectief op gemeentezijn in deze vorm blijvend heb verloren. Dat geldt voor het werkzaam zijn als gemeentepredikant en voor het predikantschap voor de PGMH in het bijzonder. Ik heb het gevoel dat ik een kerkvorm in stand houd, die steeds meer los komt te staan van de wereld om haar heen. Ik oefen mijn vak uit, terwijl mensen buiten de kerk vaak geen idee meer hebben wat dat vak inhoudt.

Daarom ben ik tot de conclusie gekomen dat ik niet de juiste mens ben op deze plek. Dat maakt dat ik heb besloten te stoppen als gemeentepredikant. Ik ben meer op mijn plek als geestelijk verzorger of diaconaal werker buiten de structuur van een gemeente. De PGMH heeft mijns inziens een predikant nodig die veel tijd en energie wil steken in de opbouw en onderlinge betrokkenheid van de gemeente. Omdat voor mij het toekomstperspectief ontbreekt, ben ik, hoezeer mij dat ook spijt, daarvoor niet de juiste predikant. Daarom heb ik het breed moderamen van de classicale vergadering gevraagd mij op grond van Ordinantie 3, artikel 26.4, los te maken van de gemeente. Na overleg met de kerkenraad heb ik op zondag 11 april afscheid genomen van de PGMH. Ik kijk niet bitter terug op mijn periode in Maastricht, al had ik graag gehad dat het anders was gelopen. Ik heb inmiddels een tijdelijke baan als geestelijk verzorger. Ik dank iedereen uit de PGO voor de welgemeende betrokkenheid. Ik wil laten weten dat bezorgdheid niet nodig is, het gaat goed met me. Misschien roept mijn toelichting vragen op. Die wil ik op een later tijdstip best beantwoorden. Op dit moment wil ik even mijn draai vinden in mijn nieuwe situatie en laat ik het hierbij.

Mijn goede wensen voor de PGO en haar toekomst,
Vast tot ziens, hartelijke groet,
Iris van der Heul