Dagwacht 10 mei 2022

Dagwacht; met God op de drempel van de dag; GWK, 10 mei 2022

08.25 uur, Groene Kerk open

08.30 uur, Muziek: lied 310

08.35 uur, Welkom door de voorganger van de dag

Lied 310

Eén is de Heer, de God der goden,
wie buigt voor beelden wordt misleid.
Ga op de weg van zijn geboden –
er is geen god die zo bevrijdt!

Houd zijn Naam hoog, houd die in ere,
veracht, misbruik de hemel niet;
dankbaar zal ieder respecteren
zijn dag, zijn rust – gedenk, geniet!

Sla wat het voorgeslacht ons leerde
niet onnadenkend in de wind.
Dood nooit wie zich niet kan verweren –
wie drift bemint wordt ziende blind.

Breek geen verbond, voorgoed gesloten,
blijf trouw aan wie u liefde gaf.
Diefstal kan geen geluk vergroten;
neem niet uw naaste vreugde af.

Leugen en laster? Valse goden!
Begeerte baart slechts bitterheid.
Ga op de weg van Gods geboden –
er is geen god die zo bevrijdt!

Lied 310, is een mooi lied over de tien geboden of de tien woorden, de samenvatting van Gods richtingaanwijzers naar een goed leven.

De Bijbellezing van vanmorgen gaat ook over zo’n richtingwijzer.

Openingsgebed

Inleiding op de lezing

We lezen vandaag weer een stuk uit de profetieën van Jeremia.

De belangrijkste mensen van de bevolking van het tweestammenrijk Juda zijn al in ballingschap weggevoerd naar Babel.

Koning Sedekia is een ‘zetbaas’ van koning Nebukadnessar van Babel in het land Juda dat niets meer voorstelt.

Er wordt nagedacht over waar het is misgegaan met het land en het volk.

De profeten, Jeremia voorop, hebben steeds gezegd: als je niet gehoorzaam bent aan je roeping om elkaar tot een zegen te zijn, als er onrecht gebeurt en mensen ongelijk behandeld worden of uitgebuit, dan gaat het een keer mis.

Op een gegeven moment kwam het inzicht dat het fout is gegaan met het hebben van slaven uit het eigen volk.

Daar was een wet van God over, het gebod van het Sabbatsjaar.

Elke zevende jaar moest er een sociale ‘reset’ plaatsvinden zodat iedereen weer een kans kreeg op een goed sociaal leven.

Dan kwamen mensen die slaaf geworden waren – tot slaaf gemaakt of die zichzelf als slaaf hadden moeten verkopen – weer vrij.

Prachtige sociale wetgeving, maar de handhaving was een probleem.

Sedekia had een reparatie-initiatief genomen.

Schiftlezing: Jeremia 34:8-22

8De HEER richtte zich tot Jeremia, nadat koning Sedekia met de inwoners van Jeruzalem de overeenkomst gesloten had dat er een algehele vrijlating zou worden afgekondigd. 9Alle Hebreeuwse slaven en slavinnen zouden worden vrijgelaten, zodat geen Judeeër nog een volksgenoot als slaaf in dienst zou hebben. 10De leiders en inwoners die deze overeenkomst waren aangegaan, kwamen hun verplichting na en lieten hun slaven vrij. 11Maar enige tijd later kwamen ze erop terug. Ze haalden hun vrijgelaten slaven en slavinnen terug en onderwierpen hen opnieuw. 12Toen richtte de HEER zich tot Jeremia: 13‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Nadat Ik jullie voorouders uit de slavernij in Egypte had bevrijd, sloot Ik een verbond met hen, waarin Ik bepaalde: 14“Elk zevende jaar moeten jullie de Hebreeuwse mannen en vrouwen die zich als slaaf aan jullie verkocht hebben, vrijlaten. Zij moeten jullie zes jaar dienen, daarna moeten jullie hun de vrijheid teruggeven.” Maar jullie voorouders luisterden niet naar Mij, ze hebben Mij niet gehoorzaamd. 15Dat deden jullie aanvankelijk wel. Door een algehele vrijlating af te kondigen hebben jullie gedaan wat goed is in mijn ogen. Jullie zijn ten overstaan van Mij, in de tempel waaraan mijn naam verbonden is, die verplichting aangegaan. 16Maar toen kwamen jullie erop terug. Jullie hebben mijn naam ontwijd door je slaven en slavinnen terug te halen. Eerst lieten jullie hen gaan en waren ze vrij, maar later onderwierpen jullie hen weer. 17Daarom – dit zegt de HEER: Omdat jullie niet naar Mij hebben geluisterd, je volksgenoten niet de vrijheid hebben geschonken, geef Ik het zwaard, de honger en de pest de vrijheid om jullie te treffen. Ik maak jullie tot een afschrikwekkend voorbeeld voor alle koninkrijken op aarde. 18Ik zal allen die een stierkalf in tweeën hebben gehakt en tussen de stukken door zijn gelopen, maar die toch de regels van mijn verbond hebben overtreden en zich niet aan de overeenkomst hebben gehouden die ze ten overstaan van Mij hebben gesloten, in het lot van dat kalf laten delen. 19De leiders van Juda en Jeruzalem, de hovelingen, de priesters en de rest van de bevolking, allen die tussen de stukken door zijn gelopen, 20lever Ik uit aan hun vijanden, die hun naar het leven staan. Hun lijken zullen ten prooi vallen aan roofvogels en wilde dieren. 21Ook koning Sedekia van Juda en zijn raadgevers lever Ik uit aan hun vijanden, die hun naar het leven staan. Ik lever hen uit aan het leger van de koning van Babylonië. Dat trekt nu van jullie weg, 22maar op mijn bevel – spreekt de HEER – zal het naar deze stad terugkeren en haar weer belegeren, haar innemen en in vlammen doen opgaan. Ik maak de steden van Juda tot een woestenij waar niemand meer kan wonen.’

Gedachten bij de tekst

Een mooi sociaal project is mislukt.

Maar wat is dat in tweeën hakken van die stierkalveren en dan tussen die stukken doorlopen?

Dat gaat terug op het verhaal dat God een verbond sluit met Abraham in Genesis 15.

Abraham moest een aantal dieren middendoor snijden.

Het is een soort offerritueel bij een verbondssluiting, zoals bij het sluiten van een sociaal contract.

God gaat in het verhaal o ver Abraham zelf als een brandende fakkel tussen de helften van de dieren door.

De symbolische betekenis lijkt te zijn: zoals die helften bij elkaar horen, zo horen God en Abraham, God en zijn volk bij elkaar.

Als ze niet bij elkaar blijven komt er van de belofte dat de zegen van God via Abraham naar alle volkeren op aarde zal worden doorgegeven, niets terecht.

Blijkbaar hebben de mensen in de tijd van Sedekia dat oude offerritueel weer herhaald.

Maar als je je niet aan je belofte houdt, de wegwijzers van God naar een goed sociaal leven maar een klein stukje volgt en het dan weer in de la met vergeten goede voornemens stopt, dan gaat het echt mis.

Voor ons is het vandaag de vraag: hoe zit het met ons sociale gedrag?

Voelen wij dat gedrag als het volgen van Gods wegwijzers?

Of zijn goede voornemens in het laatje van de vergetelheid terecht gekomen?

Je kunt die vraag ook stellen bij het sociale beleid van ons land, van Europa.

Het ligt niet aan de wegwijzers van God!

Die wijzen nog steeds de richting naar een goed en gezegend leven.

Stilte (gelegenheid om kaarsjes aan te steken)

Aansteken intentiekaarsen

Gebed, afgesloten met stil gebed en Onze Vader

Onze Vaderin de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen,
laat uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven
wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons van het kwaad.
Want aan U behoort het koningschap,
de macht en de majesteit
in eeuwigheid.

Amen.           

Uitnodiging voor koffie in Willibrords Erf.

Na de zegen: operamuziek.

Uit de opera Nabucco van Guiseppe Verdi; het slavenkoor.

Die opera gaat over Nabucco, Nebukadnessar, de koning van Babel.

En de slaven die zingen zijn de mensen uit Israël die terugverlangen naar Sion, hun land met de stad Jeruzalem.

Zegenbede

Eeuwige, zegen ons en houdt ons onder uw hoede

Laat het licht van uw ogen over ons schijnen

En wees ons genadig

Blijf ons zien, geef ons vrede

Voor deze dag en al onze dagen.

Amen.

Muziek: ‘Va pensiero’ (slavenkoor) uit Nabucco van Verdi.

Tekst Slavenkoor:

Vlieg, gedachte, op gouden vleugels;
strijk neer op glooiingen en heuvels,
waar de zoete luchten van onze
geboortegrond zacht en mild geuren!

Begroet de oevers van de rivier de Jordaan
en Sions gevallen torens…
O mijn land, zo liefelijk en verloren!
O herinnering zo zoet maar triest!

Waarom hangt de Gouden harp
van wijze profeten zo stil aan de wilgen?
Koester de herinnering in onze harten,
vertel ons over het vervlogen tijden!

Herinner aan Jeruzalems lot,
speel voor ons een treurlied,
of laat anders ’s Heren geest
ons sterken ’t lijden te doorstaan!