Dagwacht 28 juni 2022

08.25 uur Groene Kerk open
08.30 uur Muziek: lied 905
08.35 uur Welkom door de voorganger van de dag

Lied 905

Wie zich door God alleen laat leiden
enkel van Hem zijn heil verwacht,
weet hem nabij, ook in de tijden
die dreigend zwart zijn als de nacht.
Want wie op God alleen vertrouwt
heeft nooit op zand zijn huis gebouwd

Wat is de winst als ik vol zorgen
mijn lot met ach en wee beklaag?
Vind ik er baat bij elke morgen
de dag te zien als nieuwe plaag?
Want ons verdriet en onze nood
worden door klagen maar vergroot.

Laat dan in stilte ook uw kracht zijn
en leef uw leven opgewekt.
Laat Gods genade u genoeg zijn,
die voor u uit zijn sporen trekt.
Hij is het zelf die ons voorziet;
wat ons ontbreekt ontgaat Hem niet

Zing maar en bid, en ga Gods wegen
doe wat uw hand vindt om te doen.
Weet dat de hemel zelf u zegent,
u brengt naar weiden fris en groen.
Wie zich op God alleen verlaat,
weet dat Hij altijd met ons gaat.

Openingsgebed

Inleiding op de lezing
Het lied dat we hoorden, 905, was een ontdekking voor mij.
In mijn hoofd zat nog:
Wie maar de goede God laat zorgen
en op hem hoopt in het bangst gevaar
is bij Hem veilig en geborgen,
die redt hij god’lijk, wonderbaar.

De nieuwe vertaling van Sytze de Vries is wat minder ‘alleen voor geloofshelden’ en wat meer voor gewone mensen die het soms niet makkelijk hebben met het geloof.

Laat dan in stilte ook uw kracht zijn
en leef uw leven opgewekt.
Laat Gods genade u genoeg zijn,
die voor u uit zijn sporen trekt.

Dat vind ik mooi.

Ik koos dit lied vandaag vanwege ‘Laat Gods genade u genoeg zijn’.
Dat zijn beroemde woorden van Paulus:
‘Mijn genade is u genoeg’…
Hij schrijft die beroemde woorden in het vervolg op het stuk dat wij vandaag lezen.

Paulus heeft het niet makkelijk met sommige mensen in Korinthe.
Er zijn mensen die vinden dat zij het beter weten, beter kunnen, ja dat zij beter zijn dan Paulus.
En Paulus reageert.
Luister maar.

Schiftlezing: 2 Korintiërs 11:16-29

16Nogmaals, laat niemand denken dat ik een dwaas ben. Maar mocht u dat toch denken, accepteer me dan ook als een dwaas en sta me toe dat ook ik eens opschep over mezelf. 17Wat ik nu ga zeggen komt niet van de Heer, het is de grootspraak van een dwaas. 18Wanneer er zovelen zijn die zich laten voorstaan op hun afkomst en prestaties, zal ik dat ook maar doen. 19U, die zo verstandig bent, verdraagt dwazen toch met het grootste gemak. 20Tenslotte verdraagt u het ook dat men u tiranniseert, uitzuigt, onderwerpt, zich boven u verheft en u beledigt. 21Tot mijn schande moet ik bekennen dat wij daarvoor te zwak zijn geweest.
Als anderen over zichzelf durven op te scheppen, durf ik het ook. Ik ben toch maar een dwaas. 22Zijn zij Hebreeën? Dat ben ik ook. Zijn zij Israëlieten? Dat ben ik ook. Zijn zij nakomelingen van Abraham? Dat ben ik ook. 23Zijn zij dienaren van Christus? Ik ben zo gek dat ik durf te zeggen: ik nog meer. Ik heb harder gezwoegd, heb vaker gevangen gezeten, heb veel meer lijfstraffen ondergaan, ben vaker in doodsgevaar geweest. 24Door de Joden ben ik vijfmaal met veertig min één zweepslagen gestraft, 25ik ben driemaal met stokslagen gestraft, ik ben eenmaal met stenen bekogeld en heb driemaal schipbreuk geleden. Eén keer heb ik een heel etmaal op zee rondgedreven. 26Voortdurend was ik onderweg, bedreigd door rivieren, rovers, volksgenoten en vreemdelingen, in gevaar in de stad, in de woestijn, op zee en te midden van schijngelovigen. 27Ik heb gezwoegd en geploeterd, vaak zonder te slapen, hongerig en dorstig, vaak zonder te eten, verkleumd en zonder kleren. 28En los van wat ik nog meer zou kunnen noemen is er de druk waaronder ik dagelijks sta vanwege mijn zorg voor de gemeenten. 29Is iemand zwak, dan ben ik het ook; wordt iemand ten val gebracht, dan ontsteek ik in woede.

Gedachten bij de tekst
Hoe is het hier met Paulus?
Is hij boos?
Of is hij vooral cynisch?
Gefrustreerd, verongelijkt?
Gaat hij het bijltje erbij neergooien?
De boel de boel laten?
Zoek het dan zelf maar uit…!

Paulus is in ieder geval gekwetst.
Hij reageert meer vanuit zijn gekwetste gevoel dan vanuit het ‘genoeg van de genade’.
Er zijn dikke boeken geschreven over waardoor hij zo gekwetst is.

Voor vanmorgen houd ik het bij de vraag: hoe ga ik ermee om als ik gekwetst word?
Dan ben ik niet op mijn best.
Dan word ik boos, met daaronder verdriet, maar dat blijft meestal goed verstopt onder die boosheid.
Ik weet dat mensen bang kunnen worden van mijn felle blik.
Mijn formuleringen worden afgemeten en met bijtende woorden zet ik de ander op afstand.
Aan mijn cynisme kunnen zomaar ijspegels groeien.
En mijn ‘eigen gelijk’ wordt groter naarmate ik langer praat.

Maar ik word er niet gelukkiger van.

Paulus ook niet.
Hij worstelt zich toe naar die woorden over het tenslotte genoeg hebben aan Gods genade.
Die komen pas in het volgende hoofdstuk van deze brief (12 vers 9).
Het is ook niet makkelijk om aan het gevoel van gekwetst zijn voorbij te komen.

Ik grijp maar terug op het lied dat we hoorden, het laatste couplet:

Zing maar en bid, en ga Gods wegen
doe wat uw hand vindt om te doen.

Wie zich op God alleen verlaat,
weet dat Hij altijd met ons gaat.

Het helpt misschien niet direct.
Maar op de lange duur gelukkig wel!

Stilte (gelegenheid om kaarsjes aan te steken)

Aansteken intentiekaarsen

Gebed, afgesloten met stil gebed en Onze Vader

Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen,
laat uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven
wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons van het kwaad.
Want aan U behoort het koningschap,
de macht en de majesteit
in eeuwigheid.
Amen.

Uitnodiging voor koffie in Willibrords Erf.

Zegenbede
Eeuwige, zegen ons en houdt ons onder uw hoede
Laat het licht van uw ogen over ons schijnen
En wees ons genadig
Blijf ons zien, geef ons vrede
Voor deze dag en al onze dagen.
Amen.

Muziek: een bewerking van ‘Wer nun den Lieben Gott lässt walten’