OEGSTGEEST, Regenboogkerk, 1 juli 2018, voorganger ds Casper van Dongen; Lied 747 v1,2,3; 299e (kyrië&gloria); Psalm 119:137-144, Ps119v53,54; Marcus 5:21-34, Ps.119v55,56; Marcus 5:21-34, 35-43. Lied 245; Lied 747 v4,5,8.

Gemeente van Jezus Christus,
Bij dit verhaal –eigenlijk twee verhalen: over het dochtertje van Jaïrus –die 12 jaar oud is- en de vrouw die al 12 jaar aan bloedverlies leidt, valt mij de helderheid van de NieuweBijbelVertaling (NBV uit 2004) op. Bijvoorbeeld wat in de NBG ‘51 vertaling nog zó klinkt: …Een vrouw die 12 jaar aan bloedvloeiingen geleden had en veel doorstaan had van vele dokters en al het hare daaraan ten koste had gelegd en geen baat had gevonden, maar veeleer achteruit was gegaan… klinkt in de NBV zó: Ze (de vrouw die al 12 jaar aan bloedverlies leed) had veel ellende doorgemaakt door de behandeling van allerlei artsen, aan wie ze haar hele vermogen had uitgegeven zonder dat ze ergens baat bij had gehad; integendeel: ze was alleen maar achteruit gegaan… Je ziét het voor je: die arme vrouw, van dokter naar dokter –waar in die tijd zeker ook kwakzalvers tussen zaten- ze is alleen maar achteruit gegaan.
En bij het dochtertje van Jaïrus is de NBV ook helder: als Jezus het 12 jarige kind opwekt met –‘Meisje, ik zeg je, sta op!’- staat er in de oude vertaling: En zij ontzetten zich terstond bovenmate… NBV veel beeldender: Iedereen was met stomheid geslagen…
Waarom is nu iedereen na deze twee gebeurtenissen met stomheid geslagen (oude vertaling: terstond bovenmate ontzet)?… Ik denk dat ons antwoord is: ‘Nou, omdat Jezus daar eventjes twee wonderen doet, die er niet om liegen!’… Moet je nagaan: die vrouw raakt Hem in de menigte alleen maar aan (notabene alleen zijn kleren!); Jezus merkt het, vraagt: Wie heeft mij aangeraakt? Zij komt naar voren en vertelt Hem de hele waarheid –let even op dat woordje waarheid, daar kom ik zo op terug-. En dan zegt Hij: Uw geloof heeft u gered; ga in vrede en wees genezen van uw kwaal. Na 12 jaar!… En bij dat meisje is het nog sterker: ze ligt op sterven; en daarom in uiterste wanhoop spreekt haar vader, leider van de synagoge, Jezus aan: Red haar! Maar vóór Jezus iets kan doen krijgt de vader te horen: Uw dochter is gestorven… En dan tóch: ‘Talita koem, meisje sta op!’… en ze stáát op … wonder op wonder!… Natuurlijk: kenners van het bijbelse taaleigen zullen weten, dat je eerder moet spreken van ‘tekenen’, dan ‘wonderen’: Jezus is geen wonder-doener of –zoals een kind eens zei: ‘tovenaar’, maar met zijn genezingen en opwekkingen stelt Hij ‘tekenen’, richt Hij ‘tekenen’ op van Gods Koninkrijk: Wie oren heeft die hore, wie ogen heeft: zie hoe Jezus de hemel op aarde brengt met tekenen van geloof, hoop en liefde.

Prachtig. Maar ik denk dat er nog wat anders aan de hand is… ik heb meerdere korte en langere periodes in Jeruzalem gestudeerd; en een rabbijn vertelde ons -Christen-theologen- eens over zijn ontmoeting met een Hindoe. Hij zei: ‘Die Hindoe vroeg mij: rabbijn, wat is de kern van uw geloof?’.
-Wat zou ú daar in één woord op antwoorden: wat is de kern van je geloof?- ……??-
De rabbijn vertelde ons: “ik wist ‘t antwoord meteen en zei: ‘Reinheid, dát is de kern van mijn geloof!’ …Waarop de Hindoe mij omhelsde en sprak: ‘dan zijn wij broeders, want voor mij is ‘t ook réinheid.’” … Dat is kras: reinheid! Maar er zit veel in als je de bijbel leest (Oude en ook Nieuwe Testament): Alle geboden (niet 10, maar 613 ge- en verboden (248 gè- [gelijk aan de ‘onderdelen’ van het menselijk lichaam] +365 vér- [gelijk aan de dagen van het jaar]) draaien om letterlijke, praktische reinheid (i.v.m. voedsel, offer, kledij, sexualiteit, maandelijkse periodes, bloed –je vindt het allemaal in Exodus t/m Deuteronomium), en om geestelijke reinheid –tegenover God en tegenover elkaar… En Jezus neemt de vrijheid –toen uniek- om vooral de gééstelijke, intrinsieke vrijheid van de geboden te laten wegen, dus doet juist wèl eens iets (bijvoorbeeld: genezen op de sabbat), wat lètterlijk niét mocht, maar wel God en ‘s mensen reinheid, dus toekomst, dient.
Welnu: ik denk dat de beide verhalen, van de bloedverliezende vrouw, en het dochtertje van Jaïrus, om die bijbelse reinheid, en zo om God en ’s mensen toekomst draaien. En dat Jezus het lef heeft –ook hier- zich niét aan de letterlijke ge- en verboden te houden, en zó –heel verrassend- het leven op een hoger plan brengt.
Wat is namelijk het erge met die vrouw (in de ogen van die tijd) –iets waar wij totaal niet aan zullen denken-? Dat zij zich überhaupt liet zien; dat zij zich tussen de mensen begaf en Jezus’ bovenkleed aanraakt, en denkt: als ik alleen zijn bovenkleed maar aanraak word ik genezen! Zij doet hiermee –volgens de wet- twee, zo niet drie, grove zondes: 1. dat zij als bloedverliezende –dus onreine- vrouw zich in een mensenmenigte begeeft (onreinen moesten apart blijven –zij had dat dus 12 jaar continu moeten doen); en 2. dat zij iemand –en nog wel een mán- bewust aanraakt (ook al is ‘t alleen zijn kleed); en 3. dat zij ook nog eens denkt: als ik hem aanraak zal ik genezen worden: wat denkt zij wel!… En wat doet Jezus? –en dat is zo grandioos aan Hem- Hij kijkt door ‘wet en regelgeving’ heen, doet wat men juist ‘ónrein’ noemt –namelijk accepteert dat een bloedverliezende vrouw Hem aanraakt-, en dan niet kwaad wordt, -integendeel: uw geloof heeft u gered, ga in vrede en wees genezen van uw kwaal…; en even later pakt Hij zelfs een dóde bij de hand (erger kan niet: absoluut onrein!) en spot dan ook nog eens met de dood: talita koem -meisje sta op! (blasfemie!)… maar dát ònreine blijkt nu juist réin: en hoe! Het redt mensenlevens, tilt het leven op een hoger plan; theologisch: maakt ‘wet’ tot ‘evangelie’.
Ik had willen zeggen: dit wettische-verbiedende van die tijd en cultuur i.v.m. reinheid kunnen wij ons niet meer indenken (maar toch: bij sommige Moslims zien we het weer terug: zoals een vrouw geen hand geven –ze zou in de maandelijkse periode kunnen zijn-, of andersom: een vrouw die je de hand weigert). Ik ben daar eens pijnlijk door geraakt: bij een kerkelijk huwelijk weigerde een zusje van de bruid –strenge Moslima geworden- mij bruusk de hand. Tja: ik wil niet als Nederlander –en Christen- moeten terugvallen op een zgn. reinheidsgebod, waar Jézus 2000 jaar geleden al aan voorbijging! Omdat de mèns altijd belangrijker is dan het gebod: leer ik van Jezus.
Dat reinheid volgens die Hindoe en rabbijn (waarover ik in Jeruzalem hoorde) kern van geloof is, zie ik dus in Jezus, en begrijp het steeds beter.
Heel boeiend: Onze cultuur lijkt al jaren, ook na de financiële crisis, teruggevallen op privatisering en markt. Maar wat zien we nu: Ivm klimaatcrisis, grondstoffenschaarste en milieu ontstaan initiatieven (vaak door jonge mensen ingezet), die verder gaan dan die platte goden van markt, winst en kapitaal.
Ik lette er afgelopen week eens op in de media en hoorde en las een paar saillante voorbeelden. 1.Zo heeft één van de allerkleinste staatjes van de wereld, Palau –noord van Nieuw-Guinea, in de Stille Oceaan (Palau bestaat uit een paar eilandjes met maar 20.000 inwoners) een unieke maatregel getroffen. Iedere toerist die de eilandjes bezoekt (en dat willen heel wat mensen: lekker uniek en ver) moet ondertekenen dat hij/zij a. niets ontvreemdt of beschadigt aan de natuur -m.n. ’t koraal-, en b. tijdens het verblijf zich inzet voor reinheid (daar heb je het) en duurzaam milieu. Wie geen reinheidsbijdrage (metterdaad) kan aantonen bij vertrek, krijgt een hoge boete.
2.En Burgemeester Krikke van mijn stad Den Haag besloot een deel van haar tijd te besteden aan het milieu: eigenhandig startte zij met jongeren een ludieke zomer-schoonmaakactie van het strand. Dus eventjes: niet tijd is geld, maar tijd is reinheid.
3.En een paar alternatieve economen hebben een geldsysteem ontworpen (hoorde ik deze week) niet gebaseerd op sterke –d.w.z. rijke- economieën, die dus de sterkste munt hebben, maar op de ecologische footprint, dus draaiend om reinheid. Ik snap het als theoloog niet helemaal, maar ze hebben de aarde verdeeld in vierkante meters, en iedere vierkante meter is de waarde van een muntje: een kwadraat-meter-munt van ’t schone Antartica en andere natuurgebieden is véél meer waard dan een metertje Ruhrgebied, Los angelos of Maasvlakte. Kijk –of ’t werkt, weet ik niet-: maar zo’n reinheidsgedachte achter betaalverkeer vind ik opwekkend en is hopelijk baanbrekend.

Die vrouw bij Jezus, die al 12 jaar bloed verloor en er helemaal niet mocht zijn –onrein als ze was, ís er wèl, raakt Jezus aan, en vertelt Hem de hele waarheid, zoals er letterlijk staat. D.w.z.: ze legt haar hele toen geldende onreinheid voor Jezus neer…; net als de overste van de synagoge (waarschijnlijk een forse tegenstander van Jezus) toch de onreinheid van de dood –en zijn pijn daaraan- in wanhoop voor zijn tegenstander Jezus neerlegt: ‘mijn dochtertje!!’
En dan nogmaals: hoe Jezus door zgn. ònrein te handelen (wet en regelgeving doorbrekend), een hógere reinheid dient: van ‘wet’ ’evangelie’ maakt. Dat maakt deze verhalen zo grandioos. Natuurlijk moeten we onze tijd, politiek, en onszelf niet overvragen, maar die hogere reinheid -door de wet dus niét helemaal letterlijk te volgen, maar met inzicht, fantasie en liefde op een hoger plan te tillen-: dát is de hogeschool van Jezus in het onreine leven van alledag: meer dan het gewone.
Ik wil nu met u een avondlied zingen: ‘k wil U o God mijn dank betalen –Lied 245- omdat het eindigt met: …Eens aan de avond van mijn leven/ breng ik van zorg en strijden moe/ voor elke dag mij hier gegeven/ U HOGER REINER loflied toe. Dit hoger reiner loflied is meer dan wat de gangbare cultuur van ons vraagt. Het is het nivo van Jezus; het nivo van het evangelie. Amen.