1 Samuel 17 en Lucas 15 , 1-7 GWK, 15 september 2019

Gebed van toenadering

Kyrie-gebed

Inleiding.
Dit weekend zijn de Open Monumentendagen die we in Oegstgeest de Osger-dagen noemen. Het thema is: Plekken van plezier.
Onze Groene Kerk speelt elk jaar ook een belangrijke rol in het Osger-programma.
Omdat een kerk nou eenmaal een andere plek is dan een kroeg was er niet direct een voor de hand liggende activiteit voor de Groene Kerk te bedenken.
Iemand meende te weten dat Ramses Shaffy wel eens in de Groene Kerk gezongen had. Dat was bij het afscheid van zijn pleegvader Prof. Snellen als hoogleraar aan de universiteit van Leiden. Daarom is er vanmiddag een programma met liedjes van Ramses in deze kerk.
Daarna is er een bijeenkomst van de Stichting Begraafplaats Groene Kerk waarin de uitslag van de verhalenwedstrijd over de begraafplaats bekend gemaakt wordt.
Ik heb nagedacht over hoe ik beide programma’s kon verbinden met de preek van vandaag.
Ik zocht de teksten van Ramses Shaffy op en op een gegeven moment dacht ik: dit is niet voor de preek. Dit is een Kyrie.
En kyrie van Ramses Shaffy.
Ik lees u de tekst voor:

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Voor degene in een schuilhoek achter glas
Voor degene met de dichtbeslagen ramen
Voor degene die dacht dat-ie alleen was
Moet nu weten, we zijn allemaal samen

Voor degene met `t dichtgeslagen boek
Voor degene met de snelvergeten namen
Voor degene die `t vruchteloze zoeken
Moet nu weten, we zijn allemaal samen

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Niet zonder ons

Voor degene met de slapeloze nacht
Voor degene die `t geluk niet kan beamen
Voor degene die niets doet, die alleen maar wacht
Moet nu weten, we zijn allemaal samen

Voor degene met z`n mateloze trots
In z`n risicoloze hoge toren
Op z`n risicoloze hoge rots
Moet nu weten, zo zijn we niet geboren

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Niet zonder ons

Voor degene met `t open gezicht
Voor degene met `t naakte lichaam
Voor degene in `t witte licht
Voor degene die weet, we komen samen

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
Niet zonder ons

Voor al die mensen dei genoemd worden in het lied van Shaffy zullen we bidden en voor de wereld waarin zij en wij leven, zo vaak zonder elkaar…
Laten wij bidden en zingen; Heer ontferm U!

Gebed van de zondag

Met de kinderen
Vandaag lezen we een heel mooi verhaal uit de Bijbel.
Voor jullie veen een ‘mini-preekje’ over dat verhaal.

Het gaat onder andere over David als een held.
Dan snap je het al; dan is het ook een spannend verhaal.
Want een held… die durft!
Dus als het over een held gaat het over durven, moedig zijn en dan gaat het dus vanzelf ook over iets waar je bang voor bent.

De mensen en de koning van Israël zijn bang voor Goliath; groot ne sterk, grote wapens, grote mond, lelijke taal.
De Filistijnen sturen hem om Israël bang te maken.
Maar David durft tegen hem in te gaan, omdat hij vertrouwt op God.
Maar hoe zal hij dat dan doen?

Eerst denkt iedereen dat David in een harnas moet gaan.
Net zo worden als Goliath, zwaard bewapend en al.
Maar daar is David niet sterk in.

Hij is herder en hij is sterk met een slinger en steentjes.
Gewone dingen, waar hij goed in is.
Daarmee wordt hij een held.
Met zijn herdersslinger en een paar steentjes van de bodem vn de rivier

Dat leer je van dit verhaal:
Je wordt een held als je doet wat bij jou past, bij wie jij bent.
Waar ben jij goed in?
Wat kun jij?
Wat zijn jouw steentjes?
Als je daarmee vertrouwt op God, dan word je een held voor de mensen om je heen.
Dan word je beter in waar je eigenlijk al goed in bent.
Omdat het dan ook iets moois oplevert voor mensen voor wie God wil zorgen.

Tot zover mijn mini-preekje.
Tot straks na de ‘grote preek’.

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.
Het zong overal nog een beetje rond afgelopen week, dat het zo’n mooie gemeentezondag of startzondag was geweest.
Het thema: ‘een goed verhaal’ was in alle vier de manieren waarop we met het verhaal over koning Saul en aanstaand koning David (1 Samuel 16) bezig waren geweest, goed uit de verf gekomen.
Uit de glansverf, zeg maar.

Allereerst bij het nadenken over hoe je zou kunnen preken over het verhaal.
Dat gebeurde hier in de kerk: dominee en kerkgangers samen in gesprek met het verhaal.
Waardoor voel je je aangesproken in het verhaal, door welke persoon, welke stem, welke gebeurtenis.
En wat doet dat met je en wat leer je ervan als je dieper ingaat op een goed verhaal.

Bij de vraag naar welke muziek je troost geeft, waren ook allerlei verhalen losgekomen.
Wat ga je anders luisteren naar muziek als iemand je vertelt wat die muziek voor hem of haar betekent of betekend heeft bij een ingrijpende gebeurtenis in het leven!
De muziek wordt mooier, dieper, als er goed verhaal onder of achter zit.

De Emmaüswandeling leverde bijzondere verhalen op.
Eerst in stilte met elkaar meelopen en je gedachten laten gaan over wat je onrustig kan maken en hoe je dan weer rustig wordt, wat daarvoor nodig is, hoe dat bij jou werkt.
En dan daarover vertellen aan iemand die er gewoon is om naar je te luisteren.
En dan jijzelf op jouw beurt goed luisteren naar de ander naast jou.
Goeie verhalen!

Bij Bibliodrama in de tent ontdekten we lagen in het verhaal van 1 Samuel 16 die er niet met zoveel woorden in staan, maar die je wel voelt als je in de rol van David en Saul stapt, of in die van de dienaren van Saul of van de vader èn moeder (!) van David.
Als je vanuit zo’n rol kijkt zie je ineens meer aspecten van het verhaal.
Je blik wordt breder en dieper door in een goed verhaal te stappen.

2.
Vanuit die verschillende invalshoeken ontdekten we de verschillende lagen in het Bijbelverhaal.
En het zette ons aan het denken over onszelf en over het leven.
Want dat doet een goed verhaal: het zet je aan het denken.
Je wordt er wijzer van.

Dat is nogal actueel in onze wereld van grote verwarring bij de vraag naar feit en fictie, naar nieuws en nepnieuws.
De Volkskrant heeft een nieuwe reclamecampagne op gemaakt:
‘Lees je in; in het verhaal achter de feiten en in de feiten achter het verhaal’.
Ja, want we raken snel in de war.
Vorige week werden twee Nederlandse you-tubers gearresteerd in de Verenigde Staten van Amerika omdat ze zich op het verboden terrein van Area 51, een geheime militaire basis in de staat Nevada, hadden begeven.
Daar zou de Amerikaanse overheid buitenaardse wezens gevangenhouden en dat moet vooral geheim blijven voor de bevolking, in de USA en wereldwijd.
En 5,4 % van de Nederlandse bevolking gelooft dat dat waar is.
5,4 %
En naast het krantenartikel dat over dit onderzoeksresultaat ging stond een aparte kolom om uit te leggen dat het bureau dat het onderzoek had gedaan en de methode die gebruikt was echt te vertrouwen waren!

Ja, we raken in de war.
Aan één kant worden mensen steeds minder gelovig en aan de andere kant geloven mensen van alles en nog wat.

Wat is er dan een behoefte aan een goed verhaal!

3.
Waar gaan die verhalen met Saul en David eigenlijk over?
Ze spelen in een heel spannende periode van de geschiedenis van het volk Israël.
Tot die tijd, tot aan Samuël was er eigenlijk niet echt sprake van een volk.
Het waren meer losse groepen, stammen die naast elkaar woonden.
En de vraag was: wordt Israël ooit een volk en kan het dus volk van God zijn met de missie die daarbij hoort volgens de wet, de Tora en de profeten, of blijven het stammen, groepen die naast of tegenover elkaar staan?
Blijven ze in de conflicten, blijft het verdeeldheid en oorlog of zou er ooit een koning in staat zijn vrede te brengen?

En is dat niet de vraag van de wereldsamenleving tot op vandaag?
Is het mogelijk om ooit tot een vreedzame samenleving te komen, of blijven we verdeeldheid aanblazen en elkaar naar het leven staan, al of niet met een zwaard omdat hij of zij niet deugt volgens jouw gedachten, jouw ideologie of jouw ontspoord besef van godsdienst?
Gaan we het redden om een veilige een duurzame samenleving te bouwen of blijven we elkaar gevangenhouden of negeren in sociale verschillen, in klassen en standen, in rijkdom en armoede met het gevaar dat dat telkens weer uit de hand loopt, door criminaliteit of oorlog, met klein en groot geweld?

David is in de Bijbel de koning van de vrede voor Israël geworden.
Onder hem is Israël één volk geworden en kwam er vrede.
Daar is nog wel het één en ander over te vertellen; daar zijn allerlei verhalen over die niet makkelijk te begrijpen zijn soms, het ging er soms ruig aan toe, maar er zit in ieder geval het verlangen onder dat het kan lukken.
Dat we een samenleving zouden kunnen krijgen waarin we oprecht naar elkaar omkijken.
Waar bijvoorbeeld psalm 72 – van David – over de Vredevorst meer is dan een mooi ideaal of alleen maar iets voor de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
En wat die verhalen over Saul en David tot een goed verhaal maken, is dat God steeds weer mensen terugroept naar wat ze mogen zijn: een goede profeet (Samuël…!), een goede koning (Saul…!), een mens die zich door God geroepen en gezalfd weet (David…!).

Van zulke goede verhalen worden wij wijzer.

4.
Nog even naar de verhalen van vorige week.
Het eerste ging over een spannend debat tussen God en Samuël.
Samuël wil steeds maar grote sterke mannen tot koning zalven.
Dat had hij met Saul gedaan en dat wilde hij nu ook weer doen met de broers van David.
Maar God leert hem dat hij de jongste van de broers, nummer acht, spuit elf tot koning moet zalven.
Want: hij hoedt het wolvee, de schapen en de geiten.
Daar draait het wat God betreft om: kan iemand goed herderen, een goede hoeder zijn, zijns broeders hoeder zijn.
Volgens die lijn wordt de nieuwe koning gezalfd in opdracht van God; een nieuwe koning komt op het toneel via de lijn van de godsdienst, het geloof in God.

Het tweede verhaal ging over hoe David in het paleis, het centrum van de macht komt via de diplomatie, de politieke kringen van die dagen.
De dienaren van de koning beseffen dat het niet goed gaat met Saul.
Koning Saul is geen blijvertje.

De dienaren bevelen dan muziektherapie aan, met een harp.
En dan weten ze ook nog iemand die goed harp kan spelen en verder ook een prachtige cv heeft.
Hij komt uit een voorname familie in Bethlehem, hij is een goed militair, hij is slim, is een goed spreker en hij ziet er nog goed uit ook!
Geknipt voor het koningschap, hoor je ze denken.

En het lijkt wel of Saul dat doorheeft.
Want wat zegt hij:
Ga naar Isaï en vraag hem om zijn zoon David te sturen die… de schapen en de geiten hoedt!
Het hele glanzende, ronkende cv wordt door Saul teruggebracht tot waar het om gaat bij een nieuwe koning: kan hij goed herderen, zijns broeders hoeder zijn?
Saul noemt de sleutelwoorden voor het koningschap.

Saul weet het nog; daarom is hij zelf indertijd ook door Samuël tot koning gezalfd, omdat hij op zoek was naar twee ezelinnen die zoek waren.
Hij herderde en daarom kwalificeerde hij voor koning.
Voor Samuel zelf zal ook nog wel meegespeeld hebben dat Saul een grote man was, maar het ging om het herderen!

Dat was 1 Samuël 16

5.
Vandaag lazen wij 1 Samuël 17, dat nog een ander, een derde verhaal vertelt over hoe David aan het hof kwam.
Er was in die tijd een verhaal in omloop over reuzen bij de Filistijnen.
In het tweede boek Samuel, hoofdstuk 21: 15 – 21 gaat het over 4 Refaïeten, Enakskinderen, reuzen die vechten voor de Filistijnen.
Eén daarvan heette Goliath en wordt volgens 2 Samuël 21:19 verslagen door ene Elchanan, ook uit Bethlehem

Dat verhaal wordt nu in 1 Sam. 17 gebruikt om te vertellen hoe David op het toneel komt als troonopvolger.
Maar dan via de militaire lijn.
Naast de godsdienstige en de politieke lijn komt nu het perspectief van het leger en de generaals.
Dat verklaart ook het vreemde slot aan dit hoofdstuk.
Daar moet Saul aan generaal Abner vragen wie die David eigenlijk is en waar hij vandaan komt.
De koning en zijn generaals, de militairen moeten nog ontdekken dat David wel eens de nieuwe koning zou kunnen zijn.

En de verteller in 1 Samuel 17 pakt geweldig uit.
Wat een goed verhaal.
Die gigant van een Goliath met zijn gigantische wapenrusting…
Wat een harnas en wat een speer…
De wapenindustrie zou zijn vingers erbij aflikken: zo hoort dat, je moet je bewapenen tot de tanden, dan kun je een afschrikkingsbewind voeren.
Wij moeten ook atoomwapens; pas op wij hebben die raketten al of we krijgen ze binnenkort.
En wij bouwen een atoomschild of we treffen economische sancties en bouwen supersonische vliegtuigen.

En dan nog en staaltje van moderne oorlogsvoering, toen al bij Goliath; de propaganda, de media.
Goliath gaat in het dal staan en roept dan tegen de bergwanden, voor maximale resonantie, zijn beledigingen en verdachtmakingen.
Jullie zijn toch alleen maar slaven van Saul?
Jullie zijn niets en jullie gaan dit verliezen.
Het echoot naar alle kanten, twitter en instagram exploderen.
Goliath gaat viraal.

Kan daar nog iemand tegenop?

6.
Nou iedereen bibbert; alle grote mannen krijgen slappe knieën als die ongegeneerde brulaap zijn mond opendoet.
Wie durft daar tegenin te gaan?

En ja… daar is hij weer!
De jongste van Isaï die de kudde van zijn vader hoedt.
De herder.
Zijn grote broers zijn soldaat en hij komt eten brengen.

En wat doet hij als hij die reus met zijn wapenrusting ziet en dat verbale geweld hoort?
Hij gaat vragen stellen.
Aan de soldaten in zijn buurt.
Wie is dit, wat moet dat, waarom doet niemand wat?

Zijn grote, sterke broer Eliab hoort dat ook.
Woedend wordt-ie.
Wat, jij weer?
Wat moet je hier.
Hoor jij niet te herderen?
Terug naar je kudde jij!

7.
Maar het loopt anders.
David zegt; ik vraag alleen maar.
Het zijn maar woorden…
Ja precies, maar het zijn van die Hebreeuwse woorden: Dabar, woord en daad.
Er zit kracht in.

De woorden blijven niet onopgemerkt.
Saul hoort ze; woorden die een vraagteken zetten achter heel dat militaire apparaat.
Bij de Filistijnen en bij Israël.
Je moet haast wel herder zijn om zulke vragen te kunnen stellen.
En de vragen stellen betekent ook antwoord geven.
David durft het gevecht met Goliath wel aan.

Saul wil David eerst nog in het harnas hijsen.
Maar dat past David niet; in een harnas gaat de herder in hem verloren.

Bovendien: van het herderen heeft hij geleerd dat hij schapen kan redden uit de muil van beren en dat hij leeuwen aankan door ze bij de baard te grijpen, hij trekt de kaken van die grote muilen gewoon uit elkaar.
Dat krijg je dus als een herder zich gaat bemoeien met ‘een grote bek’…

En dat begon met de vragen van de herder.
Wat is dit, moet dit nou zo, laten we God zo beledigen?
Moet de naam van God, die mij zo helpt, die mij zo beveiligt, zo door het slijk?
In godsnaam nee!

En daarom stelt David vragen.

8.
Er is een prachtig gedicht van Remco Campert:

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen.

David stelde vragen en werd de herder-koning.

Een verre nazaat van David, Jezus kon daar ook prachtig over vertellen.
Van de herder die zoekt naar wie verdwaald is.
Waar is die ene, naast de 99?

En wat kunnen mensen dwalen, met hun grote monden, met hun godsdienstige, politieke en militaire dwaalleren…
Dan moet er geherderd worden, al is het maar door mensen netjes te begraven, ook in of na de oorlog.
Vanmiddag kunt u daar een verhaal over horen hier in de kerk.

Herderen…
Wat is het verhaal over David in de kern een goed verhaal!
En het geloof in Jezus, de Goede Herder een sterk geloof!
De overtuiging dat je niet uit het oog verloren bent, maar dat er een herder is die je steeds weer opzoekt.

Er schiet me nog en Osger-dingetje te binnen:

Sammy loopt maar door de nachten
Op een wondertje te wachten
Wie zou dit voor jou verzachten, Sammy
Want jouw nachten Sammy zijn zo koud
Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy
Er is één die van je houdt

Zullen we maar zingen van de Goede Herder?

Amen.

Sammy; Ramses Shaffy

Sammy loop niet zo gebogen
Denk je dat ze je niet mogen
Waarom loop je zo gebogen Sammy
Met je ogen Sammy op de vlucht
Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy
Want daar is de blauwe lucht

Sammy loop niet zo verlegen
Zo verlegen door de regen
Waarom loop je zo verlegen Sammy
Door de stegen Sammy van de stad
Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy
Want dan word je lekker nat

Sammy
Kromme, kromme Sammy
Dag, Sammy
Domme, domme Sammy
Kijkt niet om zich heen
Doet alles alleen
En vindt de wereld heel gemeen

Sammy wil bij niemand horen
Zich door niets laten verstoren
Toch voelt hij zich soms verloren Sammy
Hoge toren Sammy kan ’t niet aan
Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy
Want daarboven lacht de maan

Sammy wil met niemand praten
Maar toch voelt hij zich verlaten
Waarom voel je je verlaten Sammy
Op de straten Sammy van de stad
Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy
Want dan word je lekker nat

Sammy
Kromme, kromme Sammy
Dag, Sammy
Domme, domme Sammy
Kijkt niet om zich heen
Doet alles alleen
En vindt de wereld heel gemeen

Sammy wil heus wel verand’ren
Maar is zo bang voor de and’ren
Waarom zou je niet verand’ren Sammy
Want de and’ren Sammy zijn niet kwaad
Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy
Anders is het vast te laat

Sammy loopt maar door de nachten
Op een wondertje te wachten
Wie zou dit voor jou verzachten Sammy
Want jouw nachten Sammy zijn zo koud
Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy
Er is één die van je houdt