Job 2 en Marcus 3, 20 – 30 GWK, 10 juni 2018

Gebed van toenadering

Kyriegebed

Gebed van de zondag

Inleiding op lezingen
Vandaag lezen we voor de tweede keer achter elkaar uit Job
Ik heb vorige week in de Regenboogkerk aangekondigd dat ik een serie van vier preken over het boek Job zou houden omdat ons leesrooster de lezingen uit Job aangeeft als alternatief voor de ‘gewone’ lezingen uit het oecumenisch leesrooster.
Ik heb nog nooit uitgebreid over Job gepreekt en ben de uitdaging aangegaan.

Bij voorbereiding kwam al gauw het besef: ik weet niet zo goed waar ik aan begonnen ben. Waar moet je beginnen met een boek waar zoveel inzit.
Vorige week heb ik dat opgelost door aan mensen in de kerk te vragen: Als u deze schriftlezing hoort, waar moet de preek volgens u dan over gaan?
Dat had ik bedacht naar aanleiding van een opmerking van een lector, ooit.
Zij had thuis de schriftlezing voorbereid en toen gedacht: het zal wel die of die kant opgaan met de uitleg en de verkondiging.
En toen ging het heel anders…

Dus vorige week heb ik kerkgangers gevraagd: waar moet het volgens jullie over gaan?
Een paar dingen had ik bij de voorbereiding ook bedacht, andere niet.
En dan is er bij een preek geen gelegenheid meer om verder in gesprek te gaan.

Een preek is nou eenmaal een monoloog.
Dat klinkt niet modern, maar er is niets mis met een goed verhaal; het is ook een vorm van communicatie.
Ik heb wel eens gezegd dat een preek voor mij ook een soort column is: het is mijn kanttekening, mijn commentaar bij de tijd.
Het gaat over hoe ik de Bijbel, Gods Woord, nu versta voor nu.
En dat ‘verstaan’ is altijd in gesprek met de praktijk, met u.
Een dialoog dus, maar in afgeleide vorm.

De preek, de verkondiging, is een vorm, die we gebruiken in de kerkdienst.
Maar ik schrijf de preken ook uit en dan komen ze op de website.
En als er aanleiding toe is dan wil ik daar graag nog verder over in gesprek.
Zo bied ik u de preek van vandaag aan.
Het blijft: uitleg en verkondiging:
Dat is mijn ‘vak’, ik heb mijn werk gedaan en ik ‘getuig’ daar nu van…
In het midden van de gemeente.

Straks zal ik ‘Amen’ zeggen, maar dan is dus niet het laatste woord gezegd.
Het is altijd al, en nu zeker: een punt komma.

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.
Vorige week heb ik stil gestaan bij alle vragen die door het boek Job, in het eerste hoofdstuk al, worden opgeroepen.
En niet alle vragen zijn behandeld, laat staan beantwoord.
Job is een boek.
Dat is geschreven vanuit een gedachte.
Het stuurt dus.
Laten we maar kijken hoe het ons stuurt en kijken waar we uitkomen, deze keer…
Een andere keer kunnen weer andere dingen opvallen of aandacht vragen.

Aan het eind van de preek vorige keer heb ik twee punten benadrukt:
a. Dat dat tafereel in de hemel, gesprek tussen God en satan over de trouwe gelovige Job een verbeelding kan zijn van hoe mensen hun situatie beleven. Dat verhaal van die gekke weddenschap, alsof twee macho’s aan het armpje drukken zijn… Dat kan uitdrukken dat het soms voelt alsof er maar ergens boven jou over jouw leven beslist wordt, dat je een speelbal van het lot bent…
b. Het tweede; die vrome woorden van Job: De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de naam des heren zij geprezen, gezegend. Hoe en tegen welke achtergrond zegt Job dat?

Beide dingen komen vandaag weer terug.
Kunnen we er nu iets verder mee komen?

2.
Dat tafereel in de hemel:
De Bijbel erkent dus dat je dat gevoel kunt hebben: dat je speelbal bent.
Houdt het dan nooit op?
Is het dan nooit genoeg?
Dat je er geen grip op kunt krijgen, op je leven, op de gebeurtenissen.
Alsof alles boven je hoofd bedisseld en beslist wordt.
Ver weg, vanuit een soort ijzig universum.
Je voelt je hopeloos, machteloos, woedend!

Zo ga je niet met mensen om.
En zeker niet als je God bent!

In Job 2 komt datzelfde tafereel van die vergadering in de hemel nog een keer terug
En nu wordt het zo mogelijk nog gekker.
In vers 3 zegt God tegen satan: jij hebt mij ertoe aangezet… om `Job zonder reden te gronde te richten.
Wat krijgen we nou, wat voor een god is hier aan het woord…?
Een god die bezig is om de theorie van de satan te testen?
Of om te kijken wie er gelijk heeft…?
Vindt hier een soort koehandel plaats, en is Job het proefdier zonder dat hij het weet?
Wat een gekkigheid.
Wat voor een god is dit?

Hier stop ik.
Ik denk niet dat dit tafereel uit Job 2 bedoeld is om theologie mee te bedrijven.
Theologie in de zin van: iets zinnigs zeggen over God.
Dit tafereel is een karikatuur.
Zo kunnen mensen wel over God gaan denken, in hun frustratie, hun boosheid of verontwaardiging.
Maar dit is zo’n gek tafereel; dit kan alleen maar leiden tot een karikatuur, een spotprent van een god die zich onderdanig maakt aan de satan.

Trouwens ook van de satan zien we een karikatuur.
Alsof de satan denkt dat mensen alleen in situaties van ongeluk God vaarwelzeggen.
Ten eerste: het is niet waar.
Het kan wel gebeuren dat mensen God vaarwelzeggen vanwege het leed dat hen treft, maar het kan juist ook andersom zijn.
Er is een soort volkswijsheid die zegt:
Als er een oorlog zou komen dan zouden de kerken wel weer vol zitten.
Juist in tijden van dreiging en onzekerheid gaan mensen weer aan God denken.
Ik weet niet of dat waar is, maar je hoort het vaak: in de nood zoeken mensen God weer op.

Ten tweede: de satan weet ook dat je mensen niet met leed maar met mooie beloften moet verleiden om God te verlaten.
Denk maar aan het verhaal over de verzoeking van Jezus in de woestijn.
Satan laat Jezus alle koninkrijken van de wereld en hun heerlijkheid zien.
Jezus hoefde maar één knieval voor de satan te doen en het zou allemaal van hem zijn.
De ultieme verleiding om God te verlaten is met de mooie belofte van macht en rijkdom.

Job besefte dat ook in hoofdstuk 1.
Hij offerde voor zijn kinderen want misschien hadden zij God wel vaarwelgezegd in het genieten van al hun voorspoed en welvaart, hun feesten en partijen.

3.
Dit karikaturale verhaal, deze spotprent is bedoeld om te erkennen: je kunt het zo voelen.
Dat er hoog boven jouw hoofd over jou wordt beslist in een ijzig universum.
Maar dat is een gevaarlijk gevoel.
En zo zit het ook niet…

Kijk maar hoe het verder gaat in het boek Job.
Aan het eind, in Job 38, komt God op een heel andere manier naar voren dan dat karikatuur-godje uit Job 1 en 2.
En de satan verschijnt dan helemaal niet meer.
Niet eens meer een flauw: kijk ik heb gewonnen, satan, ik had gelijk…
Nee, want daar gaat het niet om.

Het gesprek in de hemel gaat over de mens.
Over Job.
En die mens Job zou dat gevoel kunnen hebben:
Er wordt met me gespeeld vanuit dat ijzige universum…

Maar dat doet Job niet.
Job blijft overeind: geen kwaad woord komt er over zijn lippen.
Driemaal wordt Job met precies dezelfde woorden beschreven.
Hij is rechtschapen en onberispelijk, hij heeft ontzag voor God en mijdt het kwaad.
(Job1:1, 8 en Job 2:3)
Zijn denken wordt niet vervuild door dat karikaturale denken dat overeenkomt met die tafereeltjes in de hemel.

Hoe kan dat?
Wat is dat voor kracht in de mens?
En kan die kracht gebroken worden?

De grote vraag van het boek Job speelt zich niet af in de hemel, maar op de aarde, in de mens.
Om iets over God te leren moeten we niet naar dat hemel-tafereeltje kijken, maar naar de mens!
Hoe blijft die mens mens?
Dat zal iets over God zeggen.

4.
Dan gaan we nu naar Job.
Zijn leven is al getekend door groot verdriet.
Zijn hele bestaan is verwoest en al zijn kinderen omgekomen.
En nu is ook nog zijn lichaam, zijn gezondheid aangetast.
Dan komt zijn vrouw.
Hetzelfde verschrikkelijke wat Job is overkomen is ook haar overkomen…
Het heeft hen samen getroffen
En nu blijkt ook nog dat dat die twee erdoor uit elkaar gegroeid zijn.

Wat erg voor die twee.
Er is een crisis in hun relatie ontstaan omdat ze kraken onder de omstandigheden.
Sommige mensen groeien door een crisis naar elkaar toe.
Anderen groeien van elkaar weg.
Ook dat nog…

Toch gaat het volgens mij hier niet om hoe je verdriet en tegenslag opvangt in een relatie.
De vrouw van Job, ze krijgt geen naam – spreekt hier namelijk de woorden van de satan.
En daardoor wordt ook zij een karikatuur.

Dat is heel naar voor Job, want dan komt de karikatuur dichtbij in de persoon van wie je het naaste is.
Die ook zo’n verdriet heeft.
Die zelf gebroken is door het verdriet, dat verwijt aan God en nu zegt: breek jij nu ook maar met God.

Maar Job heeft het in de gaten.
Dit is zijn vrouw niet die hier spreekt.
Het zijn de woorden van een dwaas, van een Nabal, staat er letterlijk.
Mijn vrouw, zegt Job, jij bent een karikatuur geworden.
Dit ben jij niet, dit zijn woorden van een ander.
Je bent tot een spreekbuis van satan geworden
Job onderkent het gevaar.

5.
Wat is dat gevaar?
Daarvoor kijken we nu naar de tweede schriftlezing van vandaag, naar Jezus in Marcus 3.
U dacht misschien dat het al gek was om van het boek Job te zeggen dat er een karikatuur van God werd gemaakt.
Namelijk van God die zich door satan in een hoek liet praten…
Maar het kan nog gekker.

De schriftgeleerden(!) uit Jeruzalem zeggen over Jezus dat hij door de duivel bezeten is, dat hij werkt met de kracht van de satan.
Dat Jezus gedreven wordt door foute energie.

En wat doet Jezus:
Hij breekt Jezus eerst die karikatuur af.
Heren, broeders, jullie redenering kan van geen kant kloppen.
Naar de prullenbak ermee.

En pas op, want er schuilt een groot gevaar in jullie redeneringen, namelijk:
Dat jullie de zonde tegen de Heilige Geest begaan.
Dat is dat jullie zelf op slot raken voor de goede energie, de energie van Gods Geest.
Ik word niet gedreven door foute energie.
Dat is gauw klaar.
Maar dit soort denken van jullie over mij, dat kan de goede energie stoppen, blokkeren.
En zonder de kracht van Gods Geest ben je nergens meer.

6.
Bij Job zien we gebeuren hoe Job overeind blijft door goed over God te spreken.
Job geeft de hoop niet op.
Al heeft hij geen been meer om op te staan, letterlijk,
Hij blijft mentaal op de been met zijn hoop op God.

Hij gelooft ‘om niet’
Gratis!
Los van elke berekening of het geloof hem nu winst of juist verlies oplevert.
Job gelooft omdat hij God gelooft, omdat hij met God in relatie wil blijven.
Niet om het één of ander, maar om God zelf.

En dat is wat we van God weten en leren;
God houdt van mensen, niet om het één of ander, maar ‘om niet’.

Theologie bedrijven doen we hier niet door in de hemel, naar dat tafereel, te kijken
Maar dat doen we door naar die mens, naar Job te kijken.

God zit niet in de hemel
God zit in de mens.
De Heilige Geest, de energie van Gods Koninkrijk die uit is op dat Koninkrijk, werkt in mensen.
Dat houdt mensen op de been, door alles heen.

7.
Dan komen de vrienden van Job.
Daar wil ik een paar dingen over zeggen die ons wat te zeggen hebben.
Het eerste is; ze komen!

Hoe vaak denk ik zelf niet en hoor ik anderen ook niet zeggen: ik zou eigenlijk weer eens naar die of die toe moeten.
En als je te laat bent denk je was ik nou maar gegaan…
Maar deze vrienden gaan.

Samen… ze ontmoeten elkaar onderweg want ze hebben zoveel over Jobs ellende gehoord, dat ze er misschien wel tegenop zien om Job te ontmoeten.
Want wat moet je daarover zeggen… ze weten het ook niet.
Ze komen hun hoofd schudden, klagen, ze laten het leed bij zich toe.
Ze scheuren hun kleding, en gaan zitten, letterlijk in zak en as.
Hun vriendschap is echt, niet oppervlakkig.

Is dat troosten?
En wat is troosten eigenlijk?

Die vrienden beginnen met zwijgen…
Dat is vaak uitgelegd als: ze zijn stil van verbijstering, hier hebben ze geen woorden voor… en meer van die dramatische formuleringen…
Dat zal vast ook wel een rol spelen.
Maar ik denk dat er nog iets anders bijkomt.
Ze zijn stil uit verwondering en bewondering.

Ze horen van Job geen onvertogen woord over God.
Nee, want Job blijft mentaal op de been door die innerlijke energie!
En vanuit die energie heeft hij nog wel een paar appels te schillen, ook met God.
Harde woorden komen er nog.
Maar hij blijft overeind, in zijn woede en wanhoop.

Dat zie ik in het pastoraat ook vaak.
Niet zelden denk ik: wat zou ik het snappen als mensen het opgaven…
En dan kan ik diep verwonderd zijn als ze dat niet doen…
Wat een kracht kan er in mensen zitten.
En daar kom ik tot theologie: mijn God, wat een geestkracht.
Dat noem ik God, die Geest, die kracht.

Dan kan het komen tot samen danken.
Ondanks alles.
Want God, wat een kracht.
Laat die kracht van Gods Geest nooit geblokkeerd worden!
Dat zou zonde zijn, tegen de Heilige Geest en het zou zonde zijn van onszelf.

Bij Job zitten de vrienden en zwijgen, om welke reden dan ook.
Maar het is pas het eind van hoofdstuk 2.
Er komt nog meer.

Punt komma dus.

Amen