1 Samuël 31 en Lucas 19, 41 – 44                                           RBK, 10 november 2019

 

Thema van de preek:

Een stille daad van menselijkheid tegen alle verlies in; zijn we er bevrijd genoeg voor?

 

Gebed van toenadering

Trouwe God,

Wij danken u voor het licht

Waardoor wij elkaar kunnen zien.

Wij danken u voor het licht

Dat, door het donker heen,

ons laat weten dat we gezien zijn.

Door U.

Zo komen wij hier samen voor uw aangezicht.

Door Jezus Christus, onze heer,

 

Amen

 

Kyrie gebed

Hoe meer we verlangen naar wat goed is en goed doet, warmte, licht en vreugde…

Des te meer hebben we last van zorgen, druk, beklemming.

Onze leefomgeving,

Onze geschiedenis met slachtoffers ‘in de kast’

Ons heden met slachtoffers van elke dag.

Druk, zorg, beklemming; wij zoeken naar bevrijding

En blijven daarom bidden, al was het maar om ook onszelf wakker te houden…

 

Daarom bidden wij en zingen:

 

Gebed van de zondag

 

Inleiding op de lezingen

 

Vanaf de startzondag op 8 september tot aan Advent lezen we in onze kerk elke zondag uit de verhalen over Saul en David, de eerste twee koningen van Israël.

Die verhalen spelen rond 1000 jaar voor Christus, in een tijd dat er voortdurend oorlog was tussen de Israëlieten en de Filistijnen.

Het zijn oude verhalen, soms ruige verhalen, maar ze gaan over mensen en over God. Over hoe mensen omgingen met God en hoe God omging met zijn mensen; hoe God steeds meer gezicht kreeg door al die levens en levensverhalen heen.

Ik merk aan de reacties op de preken over deze verhalen dat het u op diverse manieren raakt.

Sommigen herinneren zich die verhalen nog uit hun jeugd, van hoe ze op de basisschool verteld werden. Anderen herinneren zich preken en de vragen die ze daaraan over hielden. Bijvoorbeeld over hoe Saul werd afgeschilderd.

Was hij alleen maar de slechte koning, degene die verworpen werd ten gunste van de nieuwe koning, de zoon van Juda, uit wie de Messias voort zou komen?

Anderen beseffen dat ze eigenlijk maar flarden van die verhalen hebben onthouden en dus hoe onbekend we zijn met bepaalde delen van de Bijbel.

En mijn eigen ervaring is, dat als je je weer eens in die verhalen verdiept, dat ze dan weer verrassend dichtbij komen.

In bibliodrama valt er ineens licht op andere aspecten van een verhaal dan ik er tot dan toe in had gelezen. Vorige week zei iemand: ik heb zelf wel over dit verhaal gepreekt, maar nu hoorde ik dingen die ik nog niet eerder in dit verhaal had gezien.

Ook onze levenservaring en de vragen waarmee we vandaag de dag leven spelen mee in hoe we de verhalen vandaag verstaan.

Het leven van Saul verloopt tragisch, maar we voelen wel sympathie, of in ieder geval enig begrip voor hem.

Misschien door onze eigen levenservaring maar de Bijbel geeft daar ook duidelijk aanleiding toe.

Want als Gods voorkeur uitgaat naar David, wat betekent dat dan voor Saul?

We merkten dat beiden in Gods vizier blijven, de verkozen zoon en de verloren zoon.

Hoe verdwaald of verzworven een mens ook raakt in het donker van zijn bestaan, hij blijft een gezalfde van de Heer.

Saul raakt niet zomaar ‘onder het paard zijn buik’ (verloren, nutteloos).

Er is Samuël die Saul steeds terugroept naar zijn opdracht, David die Sauls leven spaart uit respect voor de gezalfde des Heren – David bleef Saul zien als een mens van God, en er is die vrouw in Endor die Saul bij het putje van zijn bestaan te eten en te drinken geeft om hem weer op de been te krijgen, om hem terug te brengen bij zijn roeping, namelijk: koning van het volk van God te zijn en voor hen te gaan vechten tegen de vijand, de Filistijnen.

 

We lezen nog twee keer over Saul en David.

Vandaag en over twee weken, op de laatste zondag van het kerkelijk jaar.

Vandaag gaat het over de dood van Saul en de volgende keer over hoe David, de nieuwe koning, de zoon uit de stam van Juda, waaruit ook de Messias voort zal komen; hoe die David omgaat met de zoon uit de stam van Benjamin, Saul.

Hoe degene die de voorkeur krijgt oog blijft houden voor wie niet of niet meer de voorkeur hebben.

Dat God in de keuze voor de één altijd ook oog houdt voor alle anderen.

 

Vandaag het verhaal over de dood van Saul.

Ik waarschuw u maar alvast: het is een verhaal met schokkende beelden.

Maar ook met een ontroerende afloop.

 

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.

Vorige week lazen we over Saul die zo radeloos was in zijn angst voor de Filistijnen tegen wie hij moest vechten, dat hij een vrouw in Endor contact liet zoeken met de geest van de overleden profeet Samuël.

Wat daar allemaal gebeurde wordt niet helemaal duidelijk, maar het leek niet veel te maken te hebben met spiritisme en duistere seances.

De opgeroepen gestalte leek vooral een verpersoonlijking te zijn van de angst van Saul, van alles waardoor zijn leven in de knoop was geraakt en waar hij niet meer uitkwam.

Hij hoorde niets nieuws, hij wist alles al en viel daar, in Endor, al als dood op de grond.

Een mislukt leven.

Toen de vrouw van Endor hem ongezuurd brood, matses, brood van de bevrijding uit Egypte gaf en haar gemeste kalf voor deze verloren zoon van Israël slachtte, kwam Saul weer op de been en ging hij als koning van Israël terug naar zijn volk om voor zijn volk te vechten.

De vrouw in de rol van profetes bracht hem terug bij zijn roeping als koning.

 

2.

Maar het ging niet meer.

De veldslag met de Filistijnen verloopt desastreus.

Saul ziet voor zijn ogen hoe zijn drie zonen, Jonathan, Abinadab en Malkisua sneuvelen in de strijd.

Wat een verschrikkelijke ervaring moet dat zijn voor een vader.

Je kinderen, de volgende generatie wordt weggemaaid, de toekomst gaat op slot.

Alle hoop wordt de grond in geboord.

Dat is voor de koning, voor een vader, ondraaglijk lijden.

En Saul vraagt dan ook aan zijn wapendrager om een einde te maken aan zijn leven.

We kunnen het geen euthanasie noemen want ‘eu-thanasie’ betekent letterlijk: goede dood of een manier om ‘goed’, rustig in te kunnen slapen en verlost te worden van ondraaglijk lijden.

Het gaat op dit slagveld niet om vredig inslapen, maar wel over onverdraaglijk leed.

 

Geen Bijbeltekst dus om te gebruiken in de discussie over euthanasie, maar wel erkenning voor de menselijke ervaring dat iemand geen zin meer in het leven kan zien als alles je zo uit handen is geslagen.

Zo uitgeput door verlies en teleurstelling.

 

3.

Wel respect voor die wapendrager.

Die man, een vertrouweling van de koning mag je wel zeggen, een goed soldaat, schrikt ervoor terug om te doen wat de koning van hem vraagt.

Hij weigert.

Hij is niet het type is van ‘Befehl ist Befehl’.

Hij blijft het leven van zijn bevelhebber respecteren.

We weten niet wat er door zijn hoofd is gegaan.

Is het respect voor de ‘gezalfde des Heren’, zoals bij David, die al eerder in de gelegenheid was om Saul te doden maar toen ook weigerde om dat te doen?

Was het angst voor zo’n ingrijpende daad?

Was het een restje hoop dat de koning toch nog iets kon doen?

Zolang de koning er nog was, was er nog hoop…

Hoe dan ook: je voelt het enorme dilemma van deze wapendrager: het uit moeten houden naast een koning zonder hoop, naast een mens die alle moed verloren heeft.

Een verschrikkelijk dilemma: zijn koning in grote nood vraagt om de dood.

En de wapendrager kan het niet opbrengen en kiest ervoor om naast deze wanhopige mens te blijven staan.

Bewonderenswaardige trouw.

 

4.

Dan besluit Saul om zelf een einde aan zijn leven te maken.

Een hartverscheurend einde.

Al die angst en hopeloosheid achter deze daad, maken je stil en diep verdrietig.

En nee, het is geen tekst die je zou gebruiken in een discussie over zelfdoding.

Omdat hier geen discussie past.

Hier past alleen het besef van verlies.

Verlies van alle partijen.

Saul weg, zijn wapendrager weg, soldaten weg, een leger en alle inwoners van de steden in de omgeving weg, op de vlucht voor de vijand die nu hun steden in bezit gaat nemen.

Totaal verlies, aan alle kanten.

 

Dat herkennen we uit al die verhalen over een zelfgekozen dood.

Mensen die het gevoel hebben dat ze niet anders meer kunnen dan zo’n einde te kiezen omdat ze het van het leven hebben verloren.

Dat ze de strijd niet hebben kunnen winnen.

En de mensen die achterblijven: hetzelfde gevoel; totaal verlies, het niet hebben kunnen winnen van de angst, de schaduwen in het leven van iemand die je lief en dierbaar is; al je inzet, liefde, gebed heeft niet gewerkt; alles kwijt, totaal verlies.

Ook verlies voor een samenleving, net als in Sauls dagen, steden in ontreddering.

Dat het niet lukt om een samenleving te zijn waarin voor alle leven kansen zijn en waardigheid voor iedereen mogelijk is.

Wat een totaal gevoel van verlies laat zo’n ingrijpende daad achter; altijd weer!

 

5.

De ontreddering wordt alleen nog maar erger als we het vervolg van het verhaal lezen.

Blijkbaar heeft het gevecht tot aan het eind van de dag geduurd.

Pas de andere dag komen de Filistijnen op het slagveld om te plunderen.

Ze beroven de dode lichamen van alles wat waarde heeft.

En vinden dan de lichamen van Saul en zijn zonen.

Ze hakken het hoofd van Saul af zoals ooit David het hoofd van Goliath afhakte (zie plaatje in de OKe, bij artikel van Rian Veldman over David en Jonathan)

De wapens van Saul komen te liggen in de tempel van de godin van de Filistijnen en het hoofd van Saul en zijn lichaam hangen ze aan de stadsmuur van Beth-San.

Ze zijn ‘thuis’ hoor, de overwinnaars.

Gruwelijk zo’n thuis.

 

We weten er alles van in onze tijd met 70 burgerslachtoffers bij een bombardement op een wapenopslagplaats in Irak die nog voor veel meer dood en verderf had kunnen zorgen.

Wat een rot-dilemma’s in zo’n oorlog, voor ‘onze mensen’ daar, voor ons hier.

 

Het refrein in Hein

Einde van Saul.

Laten we maar stil zijn.

 

6.

Maar daar eindigt het eerste boek Samuël niet mee.

Niet de gruwelijkheden en de onoplosbare dilemma’s hebben het laatste woord.

De berichten bereiken Jabes, een stad op de oostelijke oever van de Jordaan.

Ergens aan de rand van het koninkrijk van Saul.

En de mannen van Jabes liepen een nacht lang, door de vijandige linies van de Filistijnen tot aan hun stadsmuur en haalden de lijken van Saul en zijn zonen van de muur af, cremeerden ze daar en begroeven wat overbleef onder een grote boom in hun eigen stad.

Ze vastten zeven dagen; zeven dagen stilte, van gepaste rouw voor de koning van Israël en zijn zonen.

Stilte en ontroering.

 

7.

Wie waren deze mannen uit Jabes die in deze gruwelijke en verdrietige omstandigheden zo indrukwekkend optraden?

Daarvoor moeten we terug naar het begin van het koningschap van Saul.

Net als David werd Saul op drie manieren als koning aangesteld.

Eerst werd Saul door Samuël gezalfd, hij zou koning zijn bij de gratie Gods

Daarna was er een soort verkiezing, alle stammen waren vertegenwoordigd bij een groot congres waar Saul aangewezen werd als koning, koning bij de gratie van het volk; een vorm van democratie.

Tenslotte werd Saul koning omdat hij militaire erkenning kreeg, koning bij de gratie van het leger en de generaals; kijk maar hoe het er in veel landen nog steeds zo aan toegaat.

Godsdienst, politiek en leger, dat zijn altijd weer de spelers in het spel om de macht.

 

Toen Saul gezalfd was en gekozen was het wachten op zijn eerste militaire wapenfeit.

En dat kwam toen de inwoners van Jabes werden aangevallen door hun buren, de Ammonieten, onder aanvoering van koning Nachas zijn naam betekent slang.

In 1 Samuël 11 leest u het verhaal over die oorlog.

Over hoe Saul die oorlog wint en de mensen van Jabes bevrijdt en bewaart voor de ellende die die slang Nachas in zijn hoofd had voor de mensen van Jabes.

Deze mensen waren de bevrijding niet vergeten.

En zij bewijzen de laatste eer aan hun bevrijder, koning Saul en zijn zonen.

 

Een ontroerend verhaal van moed en trouw.

Een reis door de nacht, door de angst om een daad van menselijkheid te doen.

 

8.

Daar sluit het eerste boek Samuël mee af.

Niet met een verhaal over gruwelen en verlies.

Maar met een verhaal over menselijkheid.

Een stille daad van mensen die tegen de stroom van de geschiedenis in, tegen de wanhoop en uitzichtloosheid, tegen mensonwaardige gruwelijkheid en onrecht in durven te gaan.

Bescheiden, maar gedreven.

 

Gedreven door wat?

Zie je wel, er zijn toch mensen die deugen… het debat n.a.v. het boek van Rutger Bregman, ‘De meeste mensen deugen…’

Dat is een belangrijk en zinnig debat.

 

Maar bij dit verhaal houd ik het op het volgende:

Wat dreef de mensen van Jabes?

Hun motivatie lag in hun bevrijding.

Ze waren ooit door koning Saul, de gezalfde des Heren, bevrijd.

Dat had hen tot andere mensen gemaakt.

Bevrijde mensen die dapper konden zin en trouw.

 

Zij brengen ons bij de vraag naar onszelf.

Naar ons uithoudingsvermogen bij het zien van verdriet en hopeloosheid.

Jezus zat stil op de berg en hulde bij de aanblik van Jeruzalem.

Hij moest het uithouden, terwijl het van binnen brandde en schrijnde.

Zijn koninkrijk was nabij, maar de bevrijding was er nog niet.

Zijn stille daad, zijn kruis en opstanding moesten nog komen.

 

Om mensen te bevrijden.

Zodat ze zich vrij kunnen verhouden tot wat kwaad is en kwaad doet.

In het verzet kunnen gaan, mensen van Zijn koninkrijk kunnen zijn.

 

De bevrijding maakte andere mensen van de mensen van Jabes.

 

Betekent geloven voor ons ook nog bevrijding?

Wat is dan uw verhaal?

En het mijne?

 

Laat het ons sterk maken om het uit te houden in tijden van groot verdriet.

En bij het nabij zijn van hen bij wie je zo moeilijk nabij kunt zijn.

Bij het doen van die stille betekenisvolle dingen zoals de bevrijde mensen van Jabes.

Zoals die bevrijde mens op de berg bij Jeruzalem, met tranen in zijn ogen.

Zijn tijd komt nog.

 

Amen.