Johannes 6: 1 – 15 en Jozua 4: 10 – 5: 1 en 10 – 12 RBK, 11 maart 2018

Gebed van toenadering

Kyrie gebed

Gebed van de zondag

Moment met de kinderen bij de koffer

Voorganger: Ds. A. Verburg
Kindernevendienst: Jan Willem Wevers
moment voor de kinderen: Vandaag vinden we in de Zorg-koffer koek. Deze zondag gaan we het hebben over zorg in de vorm van eten en drinken. Vraag aan de kinderen wat zij ontbeten hebben? Wie heeft dat klaar gemaakt? Bespreek dat eten niet voor iedereen vanzelfsprekend is. De beschikbaarheid over eten is niet altijd goed verdeeld. In het Bijbelverhaal laat Jezus zien dat God er voor zorgt dat er genoeg eten is voor alle mensen.
Kindernevendienst: we volgen Kind op Zondag (het werkblad is een zoekplaat van de paar broden en vissen tussen de duizenden mensen) en de kinderen kunnen werken aan hun eigen bloem (=projectverbeelding in het klein).
kinderen komen terug: De kinderen hebben een afbeelding bij zich. Wat staat er op de afbeelding ? Wat had de jongen uit het verhaal in zijn mand? Was dat voldoende? Hoe werd dit opgelost?

Uitleg en Verkondiging

Thema: Er zit brood in de toekomst

Tekst: Joh. 6: 1

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.
En Jezus ging naar de overkant…
Maar… wie gaat daar eigenlijk?
Waar kennen we die gestalte van?

Door de onnadrukkelijke manier waarop Johannes het vertelt lees je er bijna overheen.
Ook al omdat we het vervolg van het verhaal zo goed kennen: zo meteen krijgen 5000 mannen – vrouwen en kinderen nog niet eens meegeteld – te eten van vijf broden en twee visjes.
Het grote wonderverhaal over de spijziging van de vijfduizend.

Maar juist met deze schijnbaar eenvoudige inleiding op het verhaal vertelt Johannes wat voor groots hier echt gaande is.
Jezus gaat naar de overkant van het meer, de zee van Tiberias.
Naar de overkant; door het water, over het water, tussen het water door?
Het staat er niet.
Er staat alleen: ‘een grote menigte mensen volgde hem…’
Over het water, door het water, tussen het water door?
Het staat er niet.
Maar geoefende oren horen meer dan er staat.

Achter het scherm met het verhaal over Jezus klapt het scherm met het verhaal over Jozua open en daar weer achter het scherm met beelden uit het verhaal van Mozes.
Mozes leidt het volk droogvoets door de Rietzee, weg uit het land van de slavernij en onderdrukking.
En Jozua brengt het volk uit de woestijn door de rivier de Jordaan heen naar het beloofde land van melk en honing.

Eenmaal aan de overkant gaat Jezus de berg op, met zijn leerlingen.
Het volk dat hem gevolgd was blijft aan de voet van de berg.
Wie gaat daar eigenlijk de berg op.
Waar kennen we die gestalte van?
Daar ging Mozes, daar gaat Jezus.

Oh, zegt Johannes ook nog: en het is bijna Pesach, dat feest van de uittocht uit Egypte dat door Mozes op Gods bevel was ingesteld, om de grote verandering in te luiden.
Ze hadden het er al zo lang over gehad: zullen we hier weggaan, een betere toekomst zoeken… en met het Pesachfeest was het zover.
We gaan; kome wat komt!

2.
Dat verhaal, die geschiedenis van opstaan tegen klein gemaakt en klein gehouden worden, tegen het afpakken van hun kinderen, het afpakken van hun toekomst…
Het vertrekken uit een land waar geen toekomst meer was – ooit was het het land van het brood, nu was het het land van de dood – dat had hen gemaakt tot wie ze waren:
Hun identiteit, hun zelfbeeld wortelde in die daad van verzet tegen de bestaande toestand en in dat opstaan om te gaan voor een betere toekomst, de moed om te veranderen.
Aan de voet van de berg Sinaï hadden ze daar wegwijzers voor ontvangen; wegwijzers voor een waardig en waardevol leven en met dat visioen, met die droom voor ogen waren ze verder getrokken.

Niet dat het allemaal één groot succesverhaal was geweest…
Er was veel misgegaan, de bevrijding was bijna vastgelopen, ze hadden terug willen gaan naar de oude toestand, naar de vleespotten van Egypte, zo slecht was dat toch niet geweest, achteraf, vanuit de woestijn gezien…?
Nee vanuit de woestijn gezien misschien niet, maar die vleespotten waren toch wat geromantiseerd ondertussen.

Zo gaat dat bij alle ingrijpende veranderingsprocessen: er is altijd een fase dat mensen het visioen dreigen kwijt te raken, het vertrouwen opraakt en het verlangen om terug te gaan de kop opsteekt.
Het verleden wordt geromantiseerd en aan de toekomst wordt vooral getwijfeld.

3.
Dan is er opnieuw zo’n doortochtervaring nodig.
Als Jozua het monument van de twaalf stenen inwijdt probeert hij de mensen te helpen om het verhaal van hun geloof, van hun leven, hun identiteit als bevrijde mensen vast te houden.
Zien jullie nu wat er gebeurd is; we zijn aan de overkant van de Jordaan!
We zijn erdoorheen gekomen, we staan in het land van onze toekomst.
Jullie geloofden er op een gegeven moment niet meer in.
Er waren spionnen wezen kijken in het land Palestina.
En die zeiden: we maken geen schijn van kans, dat wordt hem niet.
Jullie oude leider Mozes ging niet meer mee, zijn vertrouwde gestalte verdween en daar kwam Jozua, wel ‘aangewezen’, maar het was nog niet ‘bewezen’ dat hij het leiderschap in zich had dat ze gewend waren bij de ervaren Mozes.
En dan de Jordaan; wel niet zo diep als de Rietzee bij Mozes, maar wel een grens…
En diep genoeg om op vast te lopen of om in te verdrinken…
Leeuwen en beren genoeg op de weg.

Maar als Jozua het monument inwijdt zijn ze aan de overkant!
En het water was zo diep niet of ze hebben van de bodem, midden in de rivier, twaalf stenen mee kunnen brengen.
Zó droog was het geweest toen het volk er doorheen trok.

En dan viert Jozua met het volk de Pesachmaaltijd: we zijn erdoor gekomen, we zijn in het nieuwe land en we eten nieuw brood.
Het oude manna, voedsel van de woestijn hoeft niet meer, het nieuwe land geeft zijn eigen brood.
In de nieuwe situatie kunnen we leven van wat de nieuwe omstandigheden bieden.
We hebben de weerstand tegen de veranderingen overwonnen, er zit brood in onze toekomst.

4.
Die stenen markeren de overwinning, maar symboliseren ook hoe zwaarbevochten de grote verandering is.
Toen we met één van de twee Bibliodrama-groepen het verhaal van de overtocht van de Jordaan uitspeelden, bleek weer eens hoe beladen die stenen waren.
We hadden de ark van God, teken van Gods aanwezigheid midden in de rivier gezet en daar had iedereen een steen op moeten halen, van de bodem van de rivier.

‘Mijn steen vertelt het verhaal over de mensen die ik heb moeten achterlaten in de woestijn. Daar zijn ze gestorven en ik voel me meer met hen verwant dan met een generatie die ik nog niet ken.
Ik leef meer met respect voor wie mij voorgingen dan dat ik een sterke beleving heb bij wie na mij komen’
.
Een ander had een steen opgeraapt van alles wat ze samen in de woestijn hadden kunnen verdragen; niet alles was goed geweest maar achteraf was de verbondenheid van het ‘het uithouden met elkaar onder moeilijke omstandigheden en het besef van de afhankelijkheid van God’ ook heel waardevol geweest.
Nu zou alles anders worden en zou je dan die waardevolle ervaringen van toen dan wel vast kunnen houden?

Maar er waren ook anderen.
Die zeiden: het heeft mij geholpen dat ik een steen moest aan halen die het verhaal moest bewaren voor mijn kinderen en kleinkinderen.
Ik had er dan zelf wel niet zoveel behoefte aan, maar als ik denk aan de vragende ogen van mijn kleinkind, dan wil ik haar iets doorgeven van wat ons toen in beweging bracht en hield.
Als zij mij later vragen, dan wil ik wel proberen om het verhaal van het vertrouwen op God zo te vertellen dat zij er ook iets van gaan voelen.
Dat het als een steen kan voelen soms, maar dat het ook lukt om hem midden uit de rivier op het land te krijgen.
En dat je er je verhaal van hoop bij kunt vertellen.

En wat geholpen had was die ark van God, die heerlijkheid van God, Gods aanwezigheid, op het diepste punt van de rivier.

5.
Twaalf stenen op de oever van de Jordaan bij Jozua.
Twaalf manden met brood aan de oever van het meer van Galilea bij Jezus.
Wat vertellen die twaalf manden eigenlijk?

Ik stel me erbij voor dat Jezus er met een glimlach naar kijkt.
Hij had zijn discipelen er maar nauwelijks van kunnen overtuigen dat je met die 5 broden en twee visjes iets zou kunnen beginnen.
Maar hij deed het.
Hij begon.
Hij was toch naar de overkant gegaan en heel veel mensen hadden hun pad naar de overkant toch ook gevonden?
En het was toch bijna Pesachfeest, het feest van de uittocht?

Betekenen die verhalen dan niet zoveel meer voor jullie?
Twaalf manden, twaalf vraagtekens achter jullie geloof, en twaalf uitnodigingen om je eigen verhaal nog waar weer eens te vertellen.
Welke verandering heb jij ooit meegemaakt, en dan op zo’n manier dat je daar de aanwezigheid van God in hebt leren zien en benoemen?
Wat is jouw (geloofs-)verhaal en welke betekenis heeft dat voor je gehad?
Jezus maakt zijn eigen Mozes- en Jozua-verhaal, of in ieder geval vertelt Johannes zo’n Mozes- en Jozua-verhaal over Jezus.

Want er zijn weer grote veranderingen op touw.
Jezus is onderweg naar Jeruzalem.

6.
Jezus zal die andere rivier, die donkere doodsrivier oversteken.
Hij zal namelijk niet alleen zijn eigen volk, maar alle volken naar een nieuwe toekomst leiden…
Zijn evangelie zal de wereld overgaan en niet binnen de grenzen van het Joodse volk blijven.
Dat is een grote verandering, en die zal verzet oproepen.
De boodschap van liefde en recht, van God trouw en betrouwbaarheid, van chesed en emet, Zijn solidariteit en vasthoudendheid – Hij laat ons niet los – waar psalm 117 over zingt zal niet alleen het Joodse volk gelden maar alle volken.
Jezus opent een nieuwe toekomst, hij steekt een grens over, diep en dreigend, maar hij gaat.
En Hij doet niet anders dan mensen vragen of uitdagen: kom, volg mij, laat je niet leiden door verzet of angst, open je voor de mogelijkheden die ik je zal laten zien.
Laat schuld of boosheid, laten ervaringen van schade, beschadigd hebben of beschadigd zijn, laat tenslotte de dood je niet inpakken…
Ook al ga je diep en zijn de stenen zwaar, midden in de rivier is God ook, om je mee te nemen naar de oever, naar de overkant.

7.
Welke verandering staan ons nog te wachten?
In de samenleving?
Wereldwijd of plaatselijk?
In de kerk.
De synode van onze kerk heeft deze week ds. Saskia van Meggelen gekozen als nieuwe voorzitter.
Haar werd gevraagd of dat geen enorme opgave is om een krimpende kerk te moeten gaan leiden?
Nee zei ze, ik heb altijd van de kerk gehouden en heb er vertrouwen in dat het Gods kerk is en dat er dan toekomst is, in welke vorm dan ook.
De vorige synodevoorzitter, Karin van den Broeke had al over de mogelijkheid van meer huisgemeenten gesproken…
De vraag voor deze vrouwen die de synode leiden is: hoe gaan we dan om met zo’n verlieservaring, als je kerkelijke gemeenten kwijtraakt.
En waar vind je hoop en houvast, vertrouwen in de toekomst?

We wensen de nieuwe synodevoorzitter en onszelf dat zij en wij op een gegeven moment ieder ons verhaal mogen doen bij één van de twaalf stenen of twaalf manden.
Dat was waar de vorige synodevoorzitter haar hoop op vestigde: dat mensen elkaar weer hun geloofsverhaal zouden gaan vertellen.
Dát oefenen en er steeds ‘beter’ in worden…

Welke grote veranderingen staan ons persoonlijk te wachten?
Een nieuwe levensfase, afscheid, verdriet en rouw?
Of juist een nieuwe levensfase met hoop en verwachting?

Vergeet niet onderweg af en toe een steen op te rapen.
Als het nodig is van de bodem van de rivier als je ontdekt dat Gods aanwezigheid ook daar bij je in de buurt is.

En vertel je verhaal dan weer eens.
En laat het een loflied mogen zijn zoals psalm 117: over Gods liefde en trouw.
Aan de oever van de rivier, op de bodem van de zee èn aan de overkant!

Amen.