Efeziërs 4, 7 – 16 en Marcus 7, 24 – 30 GWK, 12 augustus 2018

Gebed van toenadering

Lieve God,
Wij zijn naar uw huis gekomen.
Geef dat we ons thuis mogen voelen
En daarna weer ‘van huis uit’
Gesterkt verder leven.
Door Jezus Christus, onze Heer.

Amen

Kyrië gebed
Al de aarde beeft, God,
En de bossen branden;
Als we geliefde mensen verliezen aan de dood,
En de onzekerheid over gezondheid en welzijn aan ons knaagt;
Als we onszelf tegenvallen
En de ander op afstand zetten of voelen
Als het onrecht ongestraft blijft
En de grote monden kleine mensen overschreeuwen,
Dan zucht het bij ons vanbinnen
En roepen wij het uit
En zingen: Heer ontferm U!

Gebed van de zondag
God van liefde, voor ons en tegenover ons,
Om ons bij U thuis te kunnen voelen
Staat uw tafel voor ons klaar
En is er een goed Woord voor ons.
Beziel de woorden die wij lezen en spreken met uw Geest
Zoals u brood en wijn meer laat zijn dan producten van de aarde
Door de bezieling die u eraan schenkt.
Wij verlangen daarnaar en willen daarvan delen.
Door Jezus Christus, onze Heer.

Amen

Kindernevendienst
Wie heeft er een huisdier?
Wat is er fijn aan om een huisdier te hebben?
Knuffelen, spelen.
Maar je moet er goed voor zorgen.
Mijn vader zei tegen mij: Je mag konijnen houden, maar jij moet ervoor zorgen.
Of een marmot of een hamster…
Daar leer je van.
Mooi om te hebben en mooi om voor te zorgen.

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.
Het thema in beide lezingen van vanmorgen is groei; geestelijke, mentale groei.
De Syro-fenisische vrouw uit Tyrus groeit in haar ontmoeting met Jezus.
Jezus groeit in de ontmoeting met deze ‘buitenlandse vrouw’.
En in de brief aan de Efeziërs gaat het over de mentale groei van de leden van de geloofsgemeenschap, de leden van de kerk.
Dat gaat dus uitlopen op de vraag aan ons of wij ook nog groeien; hoe wij ons geestelijk of mentaal ontwikkelen.

2.
Vorig jaar op 12 maart 2017 heb ik ook over het verhaal over de ontmoeting tussen de Syro-fenisische vrouw en Jezus gepreekt.
Toen over de versie die Mattheüs heeft opgeschreven in hoofdstuk 15 van zijn Evangelieboek.
De preek staat nog op de website van onze gemeente.
Daarin heb ik wat uitvoeriger stilgestaan bij dit lastige maar mooie verhaal dan ik nu zal doen.
Het is een lastig verhaal omdat Jezus zo grof in de mond lijkt te worden.
Hij vergelijkt die buitenlandse vrouw met haar zieke, gehandicapte dochtertje met honden. Honden…
Wat zullen we nou krijgen, Jezus die iemand, een moeder en een ziek kind, uitmaakt voor hond…

Zo klinkt het wel, als je uitgaat van de betekenis van een hond in het Joodse geloof en de Joodse cultuur.
Net als voor de Islam zijn honden voor het Jodendom onreine dieren.
Toen ik als studentenpredikant op Java werkte, de Javaanse bevolking is in meerderheid Moslim, wist ik niet wat ik hoorde, die eerste nacht dat ik met vakantie op Bali was: overal blaffende honden.
De mensen op Bali zijn in meerderheid Hindoe.
Een moslim en een hindoe hebben een verschillend beeld bij het woord hond.
Dat is ook het geval bij de Jood Jezus en die vrouw uit Tyrus.
En beiden groeien zij mentaal aan deze ‘interculturele ontmoeting’.

3.
Jezus gebruikt overigens niet het woord ‘honden’.
De Statenvertaling vertaalde al: hondekens.
Het is niet goed om het brood van de kinderen aan de hondjes te voeren.
En wat doet die Syro-fenisische vrouw?
Ze pakt dat beeld van Jezus op en ziet het voor zich:
Een gezin met kinderen, aan tafel en met huisdieren over de vloer.
De kinderen hebben hondjes gekregen van hun ouders, om mee te spelen, om voor te zorgen, om samen mee op te groeien en te leren dat je van dieren kunt houden en er ook verantwoordelijk voor bent.
Ze ziet het helemaal voor zich; de hondjes eten van hetzelfde brood als de kinderen.
Wie mag er vandaag de hondjes voeren?
Ze horen allemaal bij het gezin daar aan tafel, in dat huis, kinderen en hondjes.

En dan Jezus ziet het ook!
Hij snapt dat beeld van allemaal aan die tafel: iedereen en alles eet mee.
Dat is de tafel van zijn Vader in de hemel, dat is zijn ‘thuis’, waar het brood wordt gebroken (kruimels!) en gedeeld!
Een oersterk beeld.
En hij zegt tegen die vrouw: Dat heb je goed gezegd!
Ga gauw naar huis, je dochter is ook genezen!

De vrouw is gegroeid in haar inzicht in wat de boodschap van Jezus is; ze ziet het ineens voor zich: een groot gezin aan tafel.
En Jezus groeit in zijn inzicht in wat zijn opdracht is: ‘want God heeft de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft! (Joh. 3 vers 16).
Iedereen is welkom aan de tafel bij God en Jezus thuis.

4.
Dat is ook de overtuiging die bij Paulus gegroeid is.
En Paulus is gegroeid in die overtuiging!
In de eerste drie hoofdstukken van de brief aan de Efeziërs, zingt Paulus één groot loflied over dat grote geheim, dat mysterie, over de betekenis van Jezus leven en sterven en opstandig.
Dat God in zijn liefde kiest voor Joden en niet-Joden omdat voor God iedereen gelijk is: allemaal zwervers-te-gast bij God aan huis (zie de preek van vorige week, komt deze week op de website)
En nu, in de hoofdstukken 4 t/m 6, gaat hij schrijven over wat de praktische betekenis daarvan is.
Hij gebruikt weer het beeld van het lichaam.
Dat heeft hij eerder al gedaan in zijn brief aan de Korintiërs.
Toen was zijn punt dat alle gelovigen samen één lichaam vormen: de hand kan de voet niet missen en het oog kan niet tegen het oor zeggen dat het meer of minder belangrijk is.
Het gaat om de eenheid, de samenhang van het lichaam.
In de brief aan de Kolossenzen heeft Paulus benadrukt dat het lichaam alleen maar goed kan functioneren als het door het hoofd wordt aangestuurd.
Er zit een goede kop op het lichaam, Jezus Christus zelf, maar dan moet het lichaam niet los van dat hoofd gaan opereren.
En hier in Efeziërs gebruikt Paulus het beeld van het lichaam om te praten over de groei.
Het lichaam is niet meer het lichaam van een kind dat alles maar gelooft, geen puber meer die door allerlei driften of hypes wordt meegesleurd, maar een volwassen mens, uitgegroeid tot een evenwichtige en stabiele persoonlijkheid.
Een mens die vanuit de liefde en met liefde kan leven, bescheiden, zachtmoedig en geduldig; een sterk mens, op zichzelf en in de kerk en de samenleving, die daar op hun beurt ook weer sterker door worden, groeien, in een goede richting ontwikkelen.

5.
En de vraag is: in welk opzicht bent u en ben ik gegroeid, de laatste tijd?
Zijn wij als gemeente gegroeid?
Niet in aantal, jammer genoeg, maar mentaal, in overtuiging?
Het lijkt soms wel of de krimp in het ledenaantal ook onze overtuiging doet krimpen.
Alsof de krimp van de getallen ook vanzelf krimp in ons geloof en in onze overtuiging betekent.
Terwijl dat niet hoeft.
Waarom zouden we niet mentaal kunnen groeien, geestelijk kunnen ontwikkelen, ook als de getallen krimpen?

Waarom zouden we het vooral hebben over hoe en wat we vroeger geloofden en minder werk maken van hoe het geloof ons vandaag helpt en richting geeft?
Waarom zouden we alleen maar praten over de zogenaamde antwoorden die we vroeger hadden en niet over de vragen waar we nu mee leven en die ons nu nieuwsgierig maken naar wat God ons daarmee wil leren?

Waarom hoor ik zo vaak praten over het gevoel van verlies aan geloof, terwijl we allemaal weten dat je door verlies heen kunt groeien.
Dat het ook helpt, soms, om dingen achter je te laten, om te snoeien noemt de Bijbel dat, om daarna weer fris uit te lopen, groen te worden en te bloeien.

Waarom zouden we niet meer praten over hoe we gegroeid zijn de laatste jaren, door onze levenservaring, vanwege de kansen die het leven ons bood, desnoods door moeilijke tijden heen?
Waarom zouden we niet wat minder spreken in ‘krimptaal’ en wat meer in groeitaal?

6.
Vandaag vieren we de Maaltijd van de Heer.
De beste reden voor kinderen van God om aan zijn tafel aan te schuiven is omdat we willen groeien.
Jezus zegt: kijk, alsjeblieft, voor jou gebroken brood; dat verbindt jou met mijn lichaam; je kunt daar mentaal enorm door groeien.
En hier, wijn, het is als mijn bloed voor jou: het brengt de zuurstof van mijn Geest naar jouw hoofd en hart.

Kom, aan tafel!
We moeten er allemaal nog van groeien!

Amen.