Matteüs 15: 21 – 28 en Ex 24 GWK, 12 maart 2017
Schriftlezingen
Matteüs 15: 21 – 28
Exodus 24: 12 – 18
Thema van de verkondiging:
‘Jezus wordt aan zijn identiteit ‘geholpen’; wij ook?’

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.
Het is weer eens zover.
Het Bijbelverhaal dat we vanmorgen hebben gelezen uit het Evangelie in de versie
van Matteüs, stond al op het rooster voor 12 maart 2017 lang voordat we wisten dat
er op 15 maart verkiezingen zouden zijn in Nederland.
En wat we ook niet wisten was dat één van de thema’s van de verkiezingen zou zijn:
de Nederlandse identiteit en dan met name de vraag over de betekenis van de joodschristelijke
traditie of zelfs de joods-christelijke cultuur voor die Nederlandse
identiteit.
En nu is het weer eens zover: het Bijbelverhaal raakt ons midden in de actualiteit,
want het verhaal over de ontmoeting tussen Jezus, een joodse man die zich begeeft
in wat voor hem buitenland was, de regio Tyrus en Sidon, en een vrouw uit die regio,
een Kanaänitische, een buitenlandse – dat is een verhaal over identiteit.
Over de worsteling van die joodse man met zijn identiteit als Messias, als de
Christus.
Jezus wordt door de buitenlandse geholpen om zijn ware identiteit te ontdekken.
2.
Nu ga ik geen lezing houden over het begrip joods-christelijke identiteit.
Niet omdat dat niet een interessant onderwerp is, maar (of want) waar hebben we
het over?
Dat verbindingsstreepje tussen joods en christelijk is er nog niet zo lang.
Er is een veel langere traditie van tegenstelling tussen joden en christenen, zelfs van
Jodenhaat en wantrouwen tegenover christenen.
Afgelopen week bleek dat nog eens bij het publicatie van ‘Levi’s eerste Kerstfeest’,
het boek van Ewoud Sanders over Jodenbekering in jeugdboeken.
In die boeken die nu nog in Nederland worden uitgegeven gaat het er, om het kort
door te bocht te zeggen, over dat een goede Jood een tot Christen bekeerde Jood is.
Uiterst pijnlijk, zeker tegen de achtergrond van de geschiedenis.
En al helemaal geen verbindingsstreepje tussen joods en christelijk.
Een aantal theologen en vooraanstaande kerkmensen heeft onlangs publiekelijk
vraagtekens gezet bij hoe de lijsstrekkers van politieke partijen de ‘joods-christelijke’
traditie gebruiken in hun campagnetoespraken.
Het is nog helemaal niet zo duidelijk wat ze daar precies mee bedoelen en ze
bedoelen er zeker niet allemaal het zelfde mee.

3.
Nou goed, geen lezing over joods-christelijke identiteit dus.
Wat ik wel ga doen is preken over een Evangelieverhaal.
En dat doe ik in de overtuiging dat het Jodendom, het Christendom en de Islam, de
drie godsdiensten die Abraham als gemeenschappelijk ‘voorouder’ hebben,
godsdiensten zijn die ’interpretatie-gemeenschappen’ zijn.
Alle drie hebben hun heilige boek met teksten, verhalen die om uitleg en toepassing
vragen en die in de geschiedenis ook steeds weer opnieuw uitgelegd en toegepast
zijn.
De Joden hebben Tenach, door de Christenen doorgaans Oude of Eerste Testament
genoemd omdat de Bijbel ook het Nieuwe Testament, de boeken over Jezus, kent.
De Moslims hebben de Koran waarin veel Bijbelse figuren, inclusief Jezus en Maria
voorkomen.
En bij alle drie komt het er op aan hoe je de verhalen leest en ze uitlegt in het hier en
nu.
Dat kan spannend zijn en laat ik maar eerlijk zijn, dat kan ook gevaarlijk zijn.
Er zijn in het verleden dingen fout gegaan en tot op de dag van vandaag zien we dat
godsdienst bij een verkeerde uitleg van de heilige teksten, misbruikt kan worden voor
persoonlijk belang of voor politieke en andere machtsbelangen.
Het is niet voor niets dat we, voordat we uit de Bijbel gaan lezen en de Bijbeltekst
gaan uitleggen met het oog op de verkondiging van Evangelie, samen bidden om de
leiding, het licht, de inspiratie van Gods Heilige Geest.
4.
Van het Bijbelverhaal over Jezus en de Kanaänitische vrouw is een gevaarlijke en
een sterke uitleg mogelijk.
Ik begin met de gevaarlijke.
In één van de gesprekskringen waaraan ik mee doe lazen we ‘Het Oerboek van de
mens’.
(The Good Book of Human Nture. An evolutionary reading of the Bible, door Carel van Schaik en Kai
Michel, uitgegeven door Basic Books. Uit het Duits in het Nederlands vertaald, uitgegeven bij Balans,
Amsterdam februari 2016).
Het is een boek van twee wetenschapsjournalisten dat een jaar geleden verscheen.
De ondertitel is: de Evolutie en de Bijbel.
Op zichzelf een interessant boek met een grondgedachte die weer eens ee nader
licht geeft op de Bijbelse verhalen.
Over Jezus leggen de schrijvers uit dat hij als Jood en als de Messias, zoals de
Evangelieschrijvers hem zagen, twee soorten moraal had, twee modellen om te
leven.
Het eerste model geldt voor wie bij de gemeenschap van Christus horen, the inner
circle.
Voor hen is de naastenliefde de hoogste wet, barmhartigheid en rechtvaardigheid,
liefde en vrede.
Maar, en dan komt het tweede model, voor wie er niet bij horen, wie er buiten staan,
de ‘out group’ is Jezus heel hard.
En de schrijvers laten dat dan zien aan de hand ons Bijbelverhaal van vanmorgen.
Hier komt hun redenering:

Die vrouw uit het gebied van Tyrus en Sidon roept om medelijden, om
barmhartigheid, vanwege haar dochter die erg geplaagd wordt door een boze geest.
De schrijvers van het Oerboek zeggen dan: Hij weigerde haar te helpen omdat ze
van Syro-Fenicische afkomst was en geen Jodin.
Zij is een buitenlandse.
En dus keurde Jezus haar geen woord waardig.
De discipelen lijken dat ook zo te begrijpen en dringen er bij Jezus op aan om die
vrouw weg te sturen.
Ze blijft immers maar roepen; ze is al buitenlandse en dan ook nog een irritante
lastpost.
Jezus lijkt zijn discipelen in hun overtuiging te sterken door te zeggen dat hij er alleen
is voor de verloren schapen van het volk van Israël.
En als ze dan dichterbij komt en blijft aandringen wordt Jezus zelfs grof: het is niet
goed om de kinderen hun brood af te pakken en dat aan de honden te voeren.
Honden…
De buitenlandse wordt voor hond uitgemaakt.
Omdat ze van een ander volk is.
Zo gaat dat al eeuwen: mensen die er niet bij mogen horen worden ontmenselijkt,
voor beesten uitgemaakt, een lagere soort.
En dat Jezus die vrouw tenslotte toch helpt, zeggen de schrijvers, is vanwege haar
antwoord.
Ze accepteert haar ontmenselijking door Jezus door ook zichzelf met een hond te
vergelijken.
Want de honden mogen toch wel de kruimels die van de tafel van hun baas vallen –
hoort u het goed, hun baas… zij mogen toch wel de kruimels opeten…
Ze is voor hond uitgemaakt en ze gaat erin mee.
Het brood wordt het brood van de baas van de hond.
En vanwege die onderdanigheid wil Jezus haar dan wel helpen…
De schrijvers zeggen dan nog wel dat het niet hun bedoeling is om Jezus in het
beklaagdenbankje te zetten.
Nee… maar ondertussen…
Zoals zij het verhaal uitleggen zouden wij er tegenwoordig ‘haatzaaien’ in herkennen.
Ze zeggen dat ze dit voorbeeld alleen maar aanhalen om te laten zien dat het altijd
zo gaat met morele principes, normen en waarden zeg maar, of met nationale
symbolen.
Op een gegeven moment gaan die normen en waarden of nationale symbolen
functioneren in denken over ‘wij tegenover zij‘ en wie dan niet bij ons horen, die zijn
tegen ons…
Tot zover de gevaarlijke lezing van dit Bijbelverhaal.
Was getekend twee Europese schrijvers in hun boek uit februari 2016…
5.
Waarom vertel ik u dit zo uitvoerig.
Allereerst vanwege mijn verbijstering over deze uitleg.

En die verbijstering komt weer voort uit het besef dat het inderdaad vaak zo gaat in
de wereld, en die wereld is in veel opzichten maar al te dichtbij.
Dat hoef ik dan weer niet verder uit te leggen, denk ik, op de ochtend na de nacht
waarin en Turkse minister begeleid door een Nederlands escorte de grens overgezet
is naar Duitsland.
( De Turkse minister van gezinszaken. mevr. Kaya, kwam per auto uit Duitsland om campagne te
voeren in Rotterdam voor een referendum dat een grondwetswijziging in Turkije moet goedkeuren
waardoor president Erdogan meer macht krijgt. Tegenstanders in Turkije worden hard aangepakt en
onderdrukt)
Ze was hier om campagne te voeren voor een wijziging in de Turkse grondwet die
het ‘wij tegenover zij’-denken alleen maar lijkt te verscherpen.
En tweede reden dat ik het vertel is om te laten zien hoe belangrijk het is om
Bijbelverhalen goed uit te leggen.
Dat wil ik nu proberen.
In de twee Bibliodramagroepen waarin ik meedoe, zijn we met dit verhaal bezig
geweest.
En er zijn gelukkig ook theologische boeken die een ander spoor wijzen dan in het
bovengenoemde boek.
6.
Terug naar de Bijbeltekst.
Jezus heeft voorafgaand aan dit verhaal zo’n zwaar en fel debat gevoerd met de
Farizeeën en Schriftgeleerden uit Jeruzalem over de juiste of een vernieuwende
uitleg van de teksten uit de Tora en de profeten – de interpretatiegemeenschap, zie
boven – , dat hij even weg wil.
Hij gaat daar weg en wijkt uit naar Tyrus en Sidon.
En daar is dan die wanhopige moeder die over hem gehoord heeft en het
uitschreeuwt:
Kyrie elieson, Heer, erbarm u over mij,
Zoon van David heb medelijden met mij want mijn dochter heeft het zo zwaar
vanwege iets demonisch dat er in haar huist.
Ze noemt hem Heer en zoon van David.
Dat is geloofstaal.
Ze roept met de woorden van psalm 25 om ontferming.
Wij zongen diezelfde psalm aan het begin van deze dienst en deze zondag heet naar
een zin uit die psalm: Reminiscere, Heer denk aan uw barmhartigheid…
Dan schrijft Matteüs letterlijk: Jezus antwoord haar met geen woord…
Dus: Jezus antwoordt wel, maar met stilte, hij heeft geen woorden, hij weet niet wat
hij zeggen moet.
Dan komen de discipelen bij hem en zeggen: maak u van haar los.
Dat is niet alleen stuur haar weg, want ze is irritant…
Dat is ook: ze merken dat ze vat heeft op Jezus, dat ze hem te pakken heeft.
Ze heeft hem geraakt.
De discipelen zeggen: Maak u van haar los…
Dan zegt Jezus: ik ben alleen gezonden tot de verloren schapen van Israël.
Hoe zou dat geklonken hebben?
Is dat een statement van Jezus geweest?

Luid en duidelijk uitgesproken om die vrouw te laten weten dat je af moest taaien?
(met stemverheffing):
IK BEN ALLEEN GEZONDEN TOT DE VERLOREN SCHAPEN VAN HET HUIS
ISRAELS …
Of kan het ook zijn dat Jezus deze woorden gemompeld heeft?
Alsof hij met zichzelf in overleg, misschien wel in tweestrijd was?
‘Ik ben ‘toch’ alleen voor de mensen van mijn eigen volk, toch…?
Of zou het misschien anders zitten, moet ik iets nieuws ontdekken…
Als zij mij nu óók al Zoon van David noemt en mij om hulp vraagt…’
In ieder geval krijgt de vrouw de kans om bij Jezus te komen.
Met zijn lichaamstaal laat Jezus blijkbaar merken dat hij ook voor haar benaderbaar
is.
Ze knielt, ze neemt de gebedshouding aan.
‘Heer help mij’.
Dan laat Jezus weer iets van zijn tweestrijd, de spanning tussen zijn verschillende
gedachten zien.
‘Het is toch niet netjes, het hoort toch niet zo dat je het brood van de kinderen neemt
en dat aan de hondjes voert’.
Hond-jes.
Dat is niet een scheldwoord: hond… minderwaardig beest.
Nee, hondjes gaat over de hondjes waarmee de kinderen opgroeien.
Huisdieren om mee te spelen, om voor te zorgen.
Zo neemt die vrouw, die moeder die zo vol zorg is om haar dochter is, het beeld van
die hondjes op:
De baas van die hondjes is de vader van de kinderen die zijn kinderen een huisdier
geeft om voor te zorgen, om mee te spelen, om verantwoordelijkheid te leren, om te
beseffen dat je nooit alleen op de wereld bent en dat de wereld er niet alleen voor jou
is.
Je groeit samen op.
Je leeft van datzelfde brood.
7.
Dan gaan de luiken open.
Voor Marcus en Matteüs die dit verhaal hebben opgeschreven.
Omdat er bij Jezus een luik openging.
Bij Marcus zegt Jezus tegen de vrouw: om dit ‘woord’ van jou: ga naar huis, je
dochter is genezen.
Dit woord van jou, niet zomaar ‘tja, daar zeg je me wat’, maar wat je dáár zegt…
Dát is een waar woord, dat is principieel, dat is een oer-woord, daar begint iets
nieuws door te breken.
Zoals God aan het begin dat ene woord sprak: Er zij licht!
Matteüs laat het Jezus nog iets duidelijker:
U hebt een groot geloof….

We kunnen dat op drie manieren horen:
U hebt een groot geloof…
U hebt een groot geloof…
U hebt een groot geloof…
En op alle drie de manieren is het waar.
Het grote geloof van deze vrouw, moeder van een zwaar beschadigde en heftig
bedreigde dochter, helpt Jezus over de grens tussen zijn eigen volk en die
buitenlandse heen.
Zij maakt bij Jezus het besef wakker dat de wereld één gezin is waar mensen met
elkaar opgroeien.
Dat de Heer niet de baas maar de Vader is.
En dat de zoon van David dus niet anders kan zijn dan de broer van alles en
iedereen.
Dat de barmhartigheid van die Vader via de Zoon alle mensen en heel de schepping
moet bereiken.
Die zoon die zichzelf later volgens de evangelist Johannes het brood des levens
noemde.
Die zichzelf uiteindelijk vergeleek met boord dat gebroken wordt, dat kruimelt voor
allen die een beroep doen op zijn barmhartigheid.
8.
Bij Jezus gingen de luiken open door het geloof van deze vrouw.
De joodse man Jezus wordt aan de barmhartigheid van God, zijn vader, herinnerd en
ontdekt zijn identitet als de Christus.
De grens tussen Israël en het gebied van Tyrus en Sidon was geen grens van
vijandschap meer.
De muur die blijkbaar nog ergens in Jezus gedachten zat werd afgebroken.
De boze geest van verdeeldheid en demoniseren was op dat moment ook verjaagd.
Tegen die vrouw zegt Jezus: jouw wil geschiede.
En we horen er de echo van het onze Vader in.
Uw wil geschiede.
In haar grote geloof heeft Jezus de wil van de Vader herkend.
Want er is maar één heer des huizes.
Niet een despoot die aan zijn tafel heerst en af en toe een kluif toewerpt om de
honden kalm te houden.
Maar een vader die een zoon heeft en een gezin en die zijn kinderen op wil laten
groeien met gevoel van verantwoordelijkheid, met besef van barmhartigheid.
Het is vandaag weer eens zover.
Het Bijbelverhaal van vanmorgen stond al op het rooster lang voordat de
verkiezingen werden uitgeschreven voor woensdag aanstaande.
En het raakt ons midden in de actualiteit.
Ik hoef gelukkig geen stemadvies te geven.

Maar ik ben wel dankbaar voor dit verhaal waarin door deze vrouw met haar grote
geloof bij Jezus de luiken zo open gingen.
En ik bid dat er steeds weer mensen zullen zijn met zo’n groot geloof…
In de joodse, in de christelijk en in de islamitische en in welke traditie dan ook.
Om samen te blijven geloven in God die zich op zijn barmhartigheid wil laten
aanspreken.
Want er is geen God die zó bevrijdt… zongen we al (met lied 310 over de tien
geboden).
Amen