Johannes 2 : 1 – 11 en Numeri 20: 2 – 13 GWK, 14 januari 2018

Thema:
De wijn van Kana brengt geen vergetelheid maar transformeert de herinnering

Gebed van toenadering
Eeuwige,
Bron van het leven.
In Jezus hebt u beleefd
Wat wij mensen beleven.
Hij heeft verlangd
Zoals ook wij kunnen verlangen,
naar wat gaaf is
en het leven goed maakt.
Houd dat verlangen in ons wakker
En laat ons het goed leven proeven.

Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

Kyrie gebed
Lieve God, als wij de afgelopen week doorlopen en stilstaan bij de plekken waar de dingen niet zo gingen als we wel wilden dan duurt het nog wel even voor we erdoorheen zijn.
Voor alles wat schuurde en zeer deed in woorden, gedachten en daden bidden wij om uw ontferming; laat ons niet over aan ons lot…

Barmhartige God, als wij denken aan al die wegen die mensen gaan om veiligheid en rust te vinden, om voedsel en aandacht te krijgen, om de angst te bezweren voor nog meer verlies aan mensen en kwaliteit van leven, bidden wij om uw ontferming en zingen:

Gebed van de zondag
Dat het verhaal van uw betrokkenheid op het leven van mensen ook ons verhaal mag worden… God, dat zoeken we, als we uit de Bijbel lezen en ons daarover buigen om uw stem te verstaan.
Geef vandaag woorden en beelden, muziek en rust, brood en wijn om thuis te voelen, bij u, bij elkaar en bij onszelf.
Door Jezus Christus onze Heer.
Amen.

Gemeente van onze heer, Jezus Christus,

1.
We kennen het verhaal over de bruiloft in Kana vooral omdat de wijn op was.
Toen de wijn bijna op was zei Maria tegen Jezus, en ze overdrijft een beetje; ze hebben geen wijn meer.
Maar Jezus wijst erop dat er geen water meer is.
Jezus ziet dat ze geen water meer hebben om de voeten van de gasten te wassen.

Wijn staat voor het goede en het feestelijke van het leven, voor de lichte kanten van het leven dat gevierd mag worden.
Het water in dit verhaal heeft te maken met wat je in de weg kan zitten om feest te gaan vieren. Als het water op is kun je het stof niet meer van je voeten wassen, blijft het vuil van de straat aan je kleven, kom je niet aan het feestvieren toe.
Dan gebeurt er niets met de donkere kanten van je leven die het vieren van het leven verhinderen.

Jezus brengt op de bruiloft in Kana die beide kanten van het leven met elkaar in verbinding. Het vuil dat je oploopt langs de straten van het leven, de grauwsluier over je bestaan EN het kunnen toasten op het leven, op een nieuw leven, in liefde met een ander, in liefde met de anderen.
En wat nou zo boeiend is in dit verhaal, is dat het water om je voeten te wassen op een gegeven moment wijn blijkt te zijn. Het water dat je kunt gebruiken om de viezigheid van het leven van je af te spoelen is hetzelfde water dat je drinkt als wijn om te vieren dat je van de narigheid verlost bent.

2.
Meestal spreken we over het wonder dat het water wijn werd, dat het ophield water te zijn en wijn is geworden. Dan is de verandering een radicale verandering, het water is er niet meer, er is nu alleen nog maar wijn.
Maar in het verhaal over het eerste wonderteken van Jezus, daar in Kana, waarin hij zijn grootheid laat zien en waar zijn discipelen in hem beginnen te geloven, daar blijven het water en de wijn nauw met elkaar verbonden.
Het water is wijn-water en de wijn is water-wijn.
De verandering, de transformatie is niet een kwestie van het ene achter je laten en iets totaal nieuws beginnen; niet het oude vergeten, weggespoeld met water, en dan helemaal opnieuw beginnen alsof er nog niets gebeurd is.
Het gaat niet om het zoeken van vergetelheid in de wijn.

Als Jezus van water wijn maakt houdt hij die twee kanten van het leven bij elkaar: de grauwsluier en de bruidssluier, het donker en het licht, de dood en het leven.
Dat is het spannende van het wonder in Kana: de verandering van waswater in wijn-water.
Het is geen wijn om mee te vergeten, het is wijn met een herinnering.

3.
In Numeri 20, bij Mozes met het volk Israël in de woestijn, onderweg naar het beloofde land, is het water ook op.
En het volk klaagt erover dat er in de woestijn geen bomen groeien, geen vijgenbomen en geen wijnstokken.
Met andere woorden: er niets lekkers te eten en te drinken.
Zelfs gewoon drinkwater is er niet.

Wat opvalt bij wat de Israëlieten missen bij het gebrek aan water, is dat ze het wel over bomen, over eten en drinken hebben, maar niet over het water dat nodig is om de reinigingsrituelen waar heel hoofdstuk 19 in Numeri over is gegaan.
Voor die reinigingsrituelen, met name rond het overlijden en de lijkbezorging, is ook veel water nodig.
Water is dus nodig om goed te leven en het goede van het leven te kunnen genieten, maar ook om goed om te gaan met de donkere kanten van het bestaan, de dood, met al die dingen die schade aan het leven veroorzaken en zeer doen.
Eten en drinken is niet om de schaduwen zo gauw mogelijk te vergeten; de schaduwkanten worden juist meegenomen en in het licht getrokken.
Pas dan kom je eraan voorbij.

4.
Dat is ook wat Paulus over Jezus heeft meegekregen in die belangrijke opdracht van Jezus om vooral samen de maaltijd te blijven vieren.
Brood eten en wijn drinken tot zijn gedachtenis is niet zomaar feest vieren.
Je eet een stukje gebroken brood en je drinkt een slok uitgegoten wijn.
Dat is wel feestelijk maar het blijft gevuld met herinnering aan wat niet zo feestelijk is.

Jezus heeft gezegd: Wanneer u dit brood eet en uit die beker drinkt, doet dat dan tot mijn gedachtenis, blijf je mij herinneren.
En de herinnering aan Jezus is de herinnering aan zijn dood, dat trauma dat in het hart van het christelijk geloof staat, het kruis.
Dat was een onrechtvaardige dood, na een oneerlijk proces.
Hij werd opgeofferd vanwege belangen van anderen.
Hij werd slachtoffer van een wereld waarin het er altijd weer zo aan toe gaat: mensen vernielen en vernietigen elkaar en daarmee zichzelf.
Of mensen zijn zo vernield dat ze daardoor anderen vernielen, in ieder geval niet kunnen helen.

Dat ‘tot mijn gedachtenis’ is dus de herinnering aan het absolute donker.
Maar let op: het is veranderde herinnering.
Die herinnering aan zijn dood staat in het licht van zijn opstanding, zijn wederkomst.
Net als met die water-wijn: het is allebei gebleven, water en wijn, de herinnering zit erin maar er is wat met die herinnering gebeurd.
Dat wat je je herinnert is vatbaar voor verandering, voor transformatie.

5.
Dus: de wijn is op!
Dan loopt het feest op een teleurstelling uit.
Maar ook: het water is op: dan kom je niet eens aan het beginnen van het feest toe.
Er zijn uitleggers die erop gewezen hebben dat die zes stenen watervaten wel erg veel waren.
Voor een feest had je die eigenlijk niet nodig.
Wel voor een reinigingsritueel als er iemand was overleden.

Jezus laat eerst water halen.
Er is eerst aandacht voor alles wat aan de voeten kleeft van mensen die uit het leven van alledag naar het feest komen.
Wat kunnen conflicten en oneerlijkheid aan je kleven, wat wordt het lopen moeilijk met blaren op je voeten en vooral op je ziel omdat de weg door het leven niet makkelijk is. Er is zoveel in het leven dat aan woestijn doet denken, te kort, te droog en te dor en er kan onderweg zoveel verdrietigs gebeuren dat je helemaal geen zin meer hebt in wat voor feestelijks dan ook.

Daarom laat Jezus water halen, omdat er eerst afgespoeld en schoongemaakt moet worden.
En dan blijkt dat water wijn te worden.
Ja, net zoals de barmhartige Samaritaan de wonden van het slachtoffer langs de weg met wijn schoon maakte, ontsmette, voor hij hem naar de herberg vervoerde,
zo zorgt Jezus voor wie gewond en besmeurd aankomt voor het feest.

Hij praat niet over die herinneringen heen, hij wuift niets weg.
Maar hij helpt om er doorheen te komen.
Het water was water, maar het wordt ook wijn.
De herinnering hoeft ons niet vast te blijven zetten.
De herinnering kan veranderen en kan ons helpen om te veranderen, de transformatie kan ons helpen om toch weer feest te kunnen vieren.

6.
Vandaag vieren wij de maaltijd van de Heer.
Tot zijn gedachtenis, we herinneren ons hem.
Als degene die zag dat het water op was.
Als degene die weet dat je om te leven waterwijn nodig hebt.
Je herinneringen, het vuil van het leven, de blaren en de wonden: onze voeten zijn erdoor getekend.
Daar herinnert hij ons aan.
En zo herinnert Hij zich ons.
Zo kent Hij ons.
En laat ons dan niet in de steek.
Hij laat het water bijvullen, tot aan de rand.
Het is nodig want er is veel te herinneren, veel pijn en verdriet.

Maar Hij geeft dan de opdracht om de beker te pakken.
Schep er wat uit en breng dat bij de ceremoniemeester, de tafelmeester.
Die moet beoordelen of het water dat in de beker zit te drinken is.
En de tafelmeester proeft dat het hele goede wijn is.
Wijn is het water waarmee de herinnering is getransformeerd, je bent er anders door geworden.

Dat is wat we mogen vieren vandaag aan de tafel van de Heer.
Dat Hij ziet hoeveel water er nodig is voor onze voeten die ons hier naartoe hebben gebracht over de straten van het leven.
Kom maar, was maar, zegt Hij.

En Hij kan ook dat water veranderen in wijn.
Het evangelie van Jezus Christus is een kracht die ons helpt om te herinneren.
En daar doorheen te komen, weer kracht te vinden en moed te vatten.
Kom maar, drink maar, zegt Hij.

En bij Hem aan tafel proef je dan het water niet meer.
Het is wijn geworden.

Amen