Credo 3; Matteüs 1 en Romeinen 1                                                   GWK, 21 juli 2019

Viering van de Maaltijd van de Heer

Gebed van toenadering

Kyrie-gebed

Gebed van de zondag

Inleiding op de lezingen

Vandaag gaan we verder met ons ‘zomer-project’ voor 2019 en 2020:

twee maal zes diensten over de Apostolische Geloofsbelijdenis.

Die geloofsbelijdenis is een korte, ‘eenvoudige’ samenvatting van het christelijk geloof van al meer dan 1500 jaar oud.

We noemen de geloofsbelijdenis ‘apostolisch’ omdat hij nog terug zou gaan op de apostelen, de leerlingen van Jezus zelf.

Zo oud is die geloofsbelijdenis nou ook weer niet; hij heeft tijd nodig gehad om te groeien, er is aan geschaafd, toegevoegd en geschrapt maar zo rond 400 na Christus was hij er dan.

We noemen het ook wel de ‘twaalf artikelen’ van het christelijk geloof omdat er twaalf thema’s in aan de orde komen.

 

Waarom doen we deze serie over de geloofsbelijdenis?

Eerlijk gezegd: vooral uit nieuwsgierigheid.

Wat zeggen die oude woorden ons vandaag nog?

En hoe spreken wij over die twaalf thema’s met woorden van onze tijd?

Zeggen wij nog hetzelfde als toen maar dan met taal van nu?

Hoe wegen wij het belang van die thema’s?

 

Collega Veldman heeft bij de eerste twee artikelen uitgelegd dat hij vooral wilde kijken naar hoe de Bijbelse boodschap doorklinkt in de belijdenis.

Die geloofsbelijdenis is niet zomaar belangrijk omdat het een oud document is dat we maar moeten geloven.

Hoe zit het Bijbelse gedachtegoed verweven in de geloofsbelijdenis?

En daarachter zit weer de vraag die we steeds aan de Bijbelse teksten en verhalen stellen:

Hoe inspireert de Bijbel ons dan; wat roept de Bijbel op, waartoe dagen die verhalen over God en mensen mij, en ons samen als kerk, uit?

 

Dat is wat mij betreft vooral de vraag:

Waar word ik ‘blij’ van als ik de Geloofsbelijdenis lees of zing?

Niet alleen ‘blij’ blij, om te glunderen, maar wat steunt mij, wat geeft mij houvast, inspiratie en troost in het leven, in de wereld van alledag?

Kan ik eraan groeien?

 

Dat heb ik geleerd van het Indonesische woord voor belijdenis: peng-aku-an.

Aku betekent ik, heel persoonlijk, zoals mensen mij kennen in de kring van familie en vrienden.

‘Credo’, het eerste woord van de belijdenis is Latijn voor ‘ik geloof’, niet op zo’n toon van: kijk mij eens even gelovig zijn, recht in de leer, stoer orthodox…

Nee, belijden is peng-aku-an in de zin van je het gedachtegoed van de belijdenis eigen maken, mijn identiteit daaraan bijschaven, mij erdoor laten leiden omdat het mij stimuleert.

Het mag dan best een beetje schuren; zonder wrijving geen glans toch?

 

En dan nog een vakantie-ervaring:

Samen met Pavlos Kefalas was ik weer op bezoek bij vader Sotirios die zich vanuit de Grieks-orthodoxe kerk op Samos kerk bezighoudt met de vluchtelingen op Samos.

Hij vroeg ons: gebruiken jullie de geloofsbelijdenis nog?

Ik vertelde hem van ons zomerproject.

Het gaf een gevoel van verbondenheid over lands- en kerkgrenzen heen.

En natuurlijk moeten we dan nog praten over wat wij horen in diezelfde woorden, wat ons steunt en inspireert en wat die woorden inhouden voor hem en zijn kerk.

En daarvoor lezen we dan nu weer samen over de Bijbelse achtergrond van

Ik geloof in Jezus Christus, die ontvangen is van de Heilige Geest en geboren uit de maagd Maria.

 

Thema:         Een wonderlijke geboorte…

De opstanding zet het kruis en de geboorte van Jezus (met terugwerkende kracht) in perspectief.

 

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.

Het eerste artikel van de Geloofsbelijdenis ging over geloven in God.

Het tweede over geloven in Jezus, die zo transparant leefde dat de mensen door hem heen recht in Gods hart konden kijken.

Iemand bracht dat eens als volgt onder woorden:

Jezus?… daar gaat God!

 

Het derde artikel gaat over attributen bij Jezus; dingen die we zeggen om dat geloof te onderstrepen:

…die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria.

Volgende week zal het gaan over: die geleden heeft en gestorven is; en de week daarna over: opgestaan uit de dood.

Opstanding, kruis en maagdelijke geboorte: drie artikelen, drie invalshoeken die Jezus ‘transparant maken tot op God’.

 

Zijn ze allemaal nodig?

Hoe helpen ze om Jezus’ transparantie uit te lichten?

 

2.

Er zijn twee ‘bezwaren’ aan te voeren tegen de opzet van de Geloofsbelijdenis.

Het eerste bezwaar is de grote sprong die deze geloofsbelijdenis maakt: namelijk die van geboorte direct naar het kruis.

Waarom gaat de belijdenis direct van Jezus’ geboorte naar Jezus’ lijden en springt als het ware over zijn leven heen.

Jezus heeft weliswaar maar kort geleefd maar heeft zijn leven, hebben zijn woorden en daden juist niet heel veel bijgedragen aan het laten zien van wie en vooral hoe God is?

Waar is Jezus’ leven gebleven in de geloofsbelijdenis?

Ik kom daar straks op terug.

 

Het tweede bezwaar is; de geloofsbelijdenis begint bij het begin, zou je zeggen.

Maar de geboorte is voor het geloof eigenlijk helemaal niet het begin.

Het geloof in Jezus begint niet bij de geboorte, niet bij Kerst.

Het geloof is begonnen bij de Opstanding, op Pasen.

Toen begon het (op den duur) door te dringen bij de discipelen dat het leven van Jezus niet was afgelopen.

Het kruis had geen einde gemaakt aan zijn manier van leven, aan zijn liefde voor mensen, zijn vraag naar gerechtigheid, aan vergeving, aan opnieuw mogen beginnen als je totaal vastgelopen bent in het leven of in jezelf, als je je hebt vastgedraaid of bent uitgeblust.

De dood van Jezus was het einde niet, er was geen streep door zijn leven gezet, Integendeel.

 

Toen dat begon door te dringen, dat Jezus leefde, dat zijn leven doorging, door de dood heen gekomen was, toen begon bij de discipelen iets te dagen van de onwaarschijnlijke kracht die in Jezus gewerkt had.

De tegenkrachten hadden hem weg willen hebben, afvoeren, aan het kruis met hem…

Maar dat was dus niet gelukt.

Deze mens had zo’n sterke inspiratie, er zat zoveel leven in hem, er was veel meer met hem aan de hand dan zomaar een zonderling met een visioen en wat verhalen over genezende krachten die hij zou hebben.

 

Met dat besef, dat het niet voorbij was, kwam het hele leven van Jezus weer op het toneel.

Toen gingen zijn woorden en daden nog meer spreken.

Vanuit de opstanding viel er pas goed licht op het leven van Jezus.

Toen werden de Evangeliën geschreven.

Toen gingen ze terugzoeken.

Waar kwam hij vandaan, wat was zijn achtergrond?

 

3.

Weet u waar Qunu ligt?

In Zuid-Afrika.

Ik had er nooit van gehoord en de meeste Zuid-Afrikanen waarschijnlijk ook niet.

Maar nu weren ze het wel:

Qunu is het dorpje waar Nelson Mandela is geboren en uiteindelijk ook is begraven.

Pas achteraf, na het indrukwekkende leven van Mandela, gingen mensen vragen; waar kwam hij vandaan?

Wie waren zijn vader en moeder?

Vanuit de betekenis die Mandela gekregen had voor zijn land en zijn volk, gingen mensen terugkijken en kwamen ze uit bij Qunu.

Als Mandela niet zo belangrijk was geworden zou Qunu een onbetekenend stipje op de landkaart zijn gebleven.

 

Zo zou het ook met Nazareth en Bethlehem gegaan zijn, en waarschijnlijk ook met Maria.

Pas achteraf, vanuit de betekenis van het leven van Jezus, vanuit het perspectief van de opstanding valt er licht op het belang van zijn geboorte en de verhalen daarover.

Andere waren die geboorteverhalen er waarschijnlijk niet geweest.

 

Het evangelie volgens Marcus vertelt helemaal niets over Jezus’ geboorte en afkomst.

Mattheüs en Lucas wel.

Johannes, die de andere evangeliën waarschijnlijk gekend heeft, liet de geboorteverhalen ook weer achterwege.

Hij vond weer een andere manier om over de betekenis van Jezus’ geboorte te schrijven.

 

4.

Paulus vertelt ook geen geboorteverhaal, schrijft niet over Maria.

In zijn brief aan de Romeinen schrijft Paulus over Gods Zoon die als mens is voortgekomen uit de lijn van de familie van David.

Zaad, sperma van David staat er letterlijk.

En aangewezen, aangesteld door de Heilige Geest, in kracht, vanuit de opstandig uit de dood.

Zo zullen we over Jezus moeten spreken, altijd met twee woorden:

Een mens, een kind uit een moeder geboren, maar er was iets heel bijzonders met hem aan de hand.

Niet zomaar een kind, niet zomaar een mens.

Je zag hem gaan en je voelde: daar gaat iets van God…

Wat een energie, wat een liefde!

Deze mens was niet zomaar verwekt, zoals mannen in geslachtsregisters als vanzelfsprekend zonen en dochters verwekken.

Hier was geen sprake van mannelijke potentie, hier was meer aan de hand.

Hier zat een andere kracht achter.

 

5.

Ontvangen van de heilige Geest, als zaad dat gezaaid werd.

Zo dachten mensen in de tijd dat de Bijbel werd geschreven:

In het zaad van de man zat de hele persoonlijkheid van het kind al verpakt.

De moederschoot was de bodem waarin dat zaad moest ontkiemen en levensvatbaar moest worden.

En als de moeder veel aandacht voor het kind had, kreeg het kind ook trekken van de moeder mee.

Mattheüs en Lucas willen niet een medisch wonder beschrijven en de ‘maagdelijke geboorte’ is niet bedoeld als een struikelblok voor mensen van 2019 die veel meer biologische kennis hebben dan de Bijbel- en belijdenisschrijvers van toen.

Ze schreven niet om ons te dwingen ons verstand aan de kant te zetten om te kunnen geloven.

God liefhebben doe ook met je verstand tenslotte…

 

Het ging erom te laten zien wie en wat er allemaal achter Jezus zaten, gezien vanuit dat overweldigende besef dat zijn leven en geloven in God niet te stoppen waren met een kruisiging.

Jezus’ opstanding liet zien:

God gaat door, begint telkens opnieuw, zijn koninkrijk komt!

En die Maria, ze heet niet voor niets net als de zus van Mozes Mirjam; de hele Tora, de boeken van Mozes en hun bevrijdingsgeschiedenis komen mee in haar naam.

Ze staat in die traditie van vrouwen die openstaan voor een radicaal nieuw begin dat God wil maken als de geschiedenis op slot lijkt te zitten.

Daar zong Maria over, en wij ook met de woorden van haar lofzang in lied 157.

 

6.

Dat inspireert mij, daar wil ik aan groeien, zo wil ik ‘meer ik’ worden.

In en met de kerk.

Door in Jezus steeds weer de bevrijding te zien die door zijn Vader is bedoeld en al zo vaak opnieuw is ingezet.

Maar nu is het definitief.

Jezus is echt zaad van zijn vader.

En dan ook nog zo’n moeder…

Zo wil ik geloven in Jezus die brood breekt en zegt: hier, als je hiervan eet raak je verbonden met mijn lichaam en als je van deze wijn drinkt raak je bezield als met mijn bloed.

Brood en wijn; wij mogen nieuw leven in ons dragen.

Ontvangen van de Heilige Geest.

Het leven van Jezus was niet te stoppen!

 

Amen.