Geliefde zusters en broeders, gemeente van onze Heer, Jezus Messias,

cabaretier Arjen Lubach postte dinsdag op Twitter een kleine peiling:
‘Waarom doet God dit eigenlijk?’
De stemmers konden kiezen uit vier opties:
grapje, foutje, test of straf.
Ik dacht eigenlijk dat het een grapje was van Lubach, dat is immers zijn vak.
Maar dat bleek een misverstand.
Lubach legde even later uit dat zijn tweet een beetje raar en flauw was,
want hij gelooft niet in God,
maar hij is ‘gewoon altijd benieuwd waarom mensen wel in God geloven en hoe ze
dingen verklaren’.
Nu geloof ik niet in God om deze wereld te verklaren, maar om het erin uit te
houden. Om het lijden aan te kunnen zien en niet te relativeren, of ironiseren, heb ik
het geloof nodig dat God weet heeft van het lijden in deze wereld. Dat hij het in
Christus gedragen heeft en nog altijd draagt. Dat hij zich over ons ontfermt.
Daarmee begint het in Exodus, het boek van uittocht en bevrijding uit Angstland
Egypte.
De Heer zei: ‘Ik heb gezien hoe moeilijk mijn volk het heeft in Egypte. Ik heb gezien
hoe ze onderdrukt worden, en ik heb gehoord hoe ze om hulp roepen. Ik weet hoe ze
lijden. (Ex. 3:7)
De Eeuwige heeft er weet van, van al dat lijden in deze wereld,
Hij keert zich niet af van ons, maar blijft in verbinding,

De vraag blijft staan:
Hoe duiden wij wat er nu gebeurt in het licht van het geloof? Doen wij dat? Ja.
Kunnen wij dat? Dat is de vraag
Er is al veel duiding over de coronacrisis.
de een zegt: de natuur slaat terug. De mensheid gedraagt zichzelf als een virus, dat
deze aarde en alles wat daarop leeft uitbuit, en wordt nu zelf getroffen door een
virus. De natuur straft ons, we hebben het over ons zelf afgeroepen.
De ander zegt: deze crisis werkt als een soort reset:
we herontdekken wat werkelijk van waarde is
de zorg voor de kwetsbare ander
daarom zijn opeens de mensen in de zorg onze helden
herontdekken we wat werkelijk de vitale beroepen zijn,
ontstaan er nieuwe vormen van verbondenheid
lijkt er meer oog te zijn voor eenzaamheid
Deze crisis zal ons humaner en liefdevoller maken,
doordat we beseffen hoe kwetsbaar we zijn,
hoe we elkaar nodig hebben, hopen sommigen.
Weer anderen geloven niet dat mensen en economieën zomaar zullen veranderen.

Vanuit christelijke hoek zijn er ook verschillende vormen van duiding
Er is de klassieke duiding:
1 Het is een oordeel van God.
Dominee Jochem Roos van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland weet het
wel: het coronavirus is er het bewijs van ‘dat de Heere een twist heeft met de
inwoners van de wereld’. Het Reformatorisch Dagblad het virus met ‘de plagen in
Egypte, om de mens tot inkeer te brengen’.
Niet de natuur straft ons, maar de Eeuwige door middel van de natuur.
In bevindelijk-gereformeerde kring geldt dit zo’n beetje als de standaardbenadering
van grote rampen. Roos’ voorganger, dominee Frans Mallan, sprak in 1953 bij de
watersnoodramp ook over ‘de majesteit des Heeren in de weg Zijner oordelen’.
Dominee Harry Kuitert, destijds predikant in Zeeland, begon door dit soort
redeneringen juist het algemeen christelijk geloof te betwijfelen en niet ten
onrechte. Is hier niet sprake van een bijna sadistisch beeld van God?
Maar hoe zit het dan met die plagen in Egypte?
Is het idee van een straffende God terug te vinden in Exodus?
Ik kan het niet ontkennen, maar dan moeten we wel goed kijken in welk kader het
staat. Hier wordt geen geschiedenis beschreven, maar theologie bedreven.
Het volk Israël blikt terug op haar bevrijding uit Egypte en geeft haar eigen
theologische interpretatie van hoe de Eeuwige hen bevrijd heeft.
“laat mijn volk vrij gaan,
opdat zij mij dienen in de woestijn.”
Dat is het veelvuldig herhaalde verzoek van de Eeuwige aan de Farao.
Het volk Israël wordt uit de slavendienst aan de Farao bevrijd
tot eredienst aan de Allerhoogste.
Bevrijd uit Angstland, naar goed en wijd land.
God aanbidden en zijn geboden doen schept vrijheid,
dat is het geheim van dit verbond.
Het dienen door aanbidding is wezenlijk in het verbond tussen God en zijn volk.
Daarom is het voor ons ook een groot gemis om niet samen liturgie te kunnen
vieren.
Bevrijding tot de eredienst aan de Allerhoogste gaat niet zonder slag of stoot.
In de strijd tussen de Eeuwige en de farao is er sprake van tien plagen, of beter
gezegd: tien slagen. Het lijkt op een langdurig schaakspel, waarin slag na slag
geslagen wordt, tot aan het definitieve eindspel.
Vandaag de eerste slag: het water van de Nijl, de rivier die vruchtbaarheid en
economische voorspoed garandeert, wordt onbruikbaar, omdat hij in bloed
verandert. Al een vooruitwijzing naar de tiende plaag waar bloed ook een cruciale
rol speelt.
Die tien slagen vormen de duistere tegenpool van de tien woorden ten leven,
de tien geboden die zullen klinken op de Sinai.
Het getal tien is gericht op bevrijding.
Het getal tien symboliseert de uiterste grens van het geduld van de Eeuwige.
En telkens lezen we over de verharding van het hart van Farao.
Hoe hij hardnekkig weigert het slavenvolk te laten gaan.
Hij hoort het roepen van het slavenvolk niet, hij ziet hun lijden niet en blijft
onbewogen onder de smekingen van de Barmhartige.
Farao lijkt daarin steeds hardnekkiger te worden, onvermurwbaar.
Er ontstaat een strijd tussen de Barmhartige, Bevrijder God en de Farao.
Farao heeft de vrijheid om tot inkeer te komen, maar verhardt in zijn onwil.
Is het corinavirus een plaag die ons tot inkeer wil brengen?
Te midden van alle angst en zorgen rondom het Coronavirus, beginnen hier en daar
ook zulke geluiden te klinken.
Biedt deze crisis onze samenleving niet ook onverwachte kansen?
Zou de pandemie niet het startpunt kunnen zijn van een eenvoudiger levensstijl of
een nieuwe economie? En zouden we als kerken daarin niet het voortouw kunnen
nemen? Oude, vaak diep christelijke waarden kunnen nieuwe betekenis krijgen:
Rust en aandacht voor elkaar,
zorg voor de schepping,
een duurzame levensstijl, een economie van het genoeg,
ruimte voor persoonlijke reflectie en gebed.
Wie zal het zeggen?
Laat mijn volk vrij gaan,
opdat zij mij dienen in de woestijn.
Is het refrein, met telkens een tegenzang:
het hart van de farao verhardde. Hij is onvermurwbaar.
Hij luistert niet, hij verandert niet.
Het zegt iets over hoe verstrikt de farao en wij allen zijn in oude patronen in kwade
neigingen. Wij gaan echt niet zomaar onze economieën veranderen, onze leefstijl:
onze faraonische economieën zijn afhankelijk van uitbuiting van de aarde, van de
uitbuiting van de rechtelozen van deze wereld.
Wij zullen redden wat er te redden valt, en als het even kan, zo snel mogelijk weer
ons oude leven hervatten als dit virus beteugelt is. Niet voor niets is er in Exodus
sprake van maar liefst tien slagen.
In exodus zijn we getuige van een strijd tussen de God van Israël en de godenzoon
Farao, die gericht is op de vrijheid. We zijn getuige van een fundamentele strijd
tussen een bevrijder God én een bezetter god, Farao, die mensen uitbuit.
Inzet is de vrijheid van de mens.
Volgens voormalig opperrabijn Jonathan Sacks is de Farao is een zinnebeeld voor
ieder mens. De vorst van het grootste rijk van de oude wereld heerst over alle
mensen behalve over zichzelf. Hij was geen Hebreeër, maar wel een slaaf:
door zijn obsessieve gedachte dat hij en niet de Eeuwige de geschiedenis bepaalt.
Farao werd vrij geboren, maar werd zijn eigen slaaf.
Mozes werd geboren in een volk dat tot slaaf was gemaakt maar leidde ze naar de
vrijheid. Vrijheid onze kostbaarste gave. Ze moet worden beoefend als je haar wilt
behouden. Daarom als tegenbeeld van de tien plagen de tien geboden, tien
woorden ten leven, om goed samen te leven, tien richtlijnen.

Over het beoefenen van die vrijheid gaat het tweede deel van de preek,
na de tussenzang Freedom van de sunshine cleaners, geïnspireerd door een gedicht van Bonhoeffer over stadia van vrijheid.
U vindt de teksten in de orde van dienst, ook online.

FREEDOM
Broeder en zusters: u bent geroepen om vrij te zijn.
Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen,
maar dien elkaar in liefde, schrijft Paulus aan de Galaten (5:13)
Indringend klinken die woorden nu:
nu wij beseffen hoe onze vrijheid verbonden is met de vrijheid van de ander.
Als wij niet vrijwillig onze bewegingsvrijheid beperken,
vormen wij een gevaar voor onze kwetsbare medemensen.
Als wij niet vrijwillig anderhalve meter afstand houden,
consequent handen wassen,
dan zijn wij een gevaar voor onze medemens.
Dus u kunt niet maar doen wat u wilt. (5:17)
Deze dagen beseffen beseffen wij dat mijn vrijheid ten koste kan gaan van de vrijheid
van de ander. Vrijheid is relationeel, bestaat in relatie, en dan vooral in relatie tot de
meest kwetsbaren.
Vrijheid vraagt om zelfbeheersing, om gehoorzaamheid, je houden aan de
richtlijnen. Het is een dure les die we leren.
Vrijheid is dus niet lekker doen waar je zin hebt.
Gericht zijn op je eigen begeerten. Vrijheid is geen willekeur.
De vrijheid van de christen, zo schrijft Bonhoeffer, begint ermee dat hij dienaar van
allen wordt.
Bonhoeffer schrijft zijn gedicht over de stadia van de vrijheid vanuit een cel.
Hij had dus nog minder bewegingsvrijheid dan de meesten van ons nu hebben. Hij
schrijft het in juli 1944, is dan al meer dan een jaar gevangen, net na het mislukken
van de aanslag op Hitler op 20 juli 1944.
Hij had er zijn hoop op gevestigd en reageert merkwaardig kalm.
Lang zochten we je vrijheid,
in tucht, in daad, in lijden,
stervend vinden we je in het aangezicht van God.
Dit schrijft iemand die besloten heeft tot aan het laatste ogenblik te vechten voor
zijn leven, dat ook gedaan heeft en tegelijkertijd in volledige gemoedsrust de doodop zich af ziet komen:
kom nu slotfeest op weg naar de eeuwige vrijheid.
Hij leidde in zijn cel een gedisciplineerd leven:
met morgengebed, avondgebed, veel lezen en schrijven, lichamelijke oefeningen,
om zo mentaal weerbaar te blijven.
We lazen de afgelopen week veel van dit soort tips:
houdt structuur in je dagelijkse leven, sta op tijd op, verzorg je zelf, beweeg, ga naar
buiten als dat kan etc. Het versterkt je veerkracht.
Bonhoeffer schrijft: niemand ervaart het geheim van de vrijheid dan door discipline
alleen. Vervolgens beschrijft hij dat je vrijheid kunt bereiken door doen en door
lijden. Het kriterium is de gebondenheid:
Dat is het vervreemdende van Bonhoeffers denken en schrijven over vrijheid:
het heeft alles te maken met gebondenheid.
gebonden door de Geest van Christus:
Wie Christus Jezus toebehoort heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en
begeerte aan het kruis geslagen.
Zo wordt je vrij van jezelf, vrij voor de ander, tot aan de dood.
Het is misschien een maatje te groot, maar we proeven er nu iets van:
nu wij iets van onze vrijheid opofferen, omwille van de kwetsbare ander, door
gehoorzaam richtlijnen op te volgen.
Gehoorzaamheid zonder vrijheid is slavernij
vrijheid zonder gehoorzaamheid is willekeur
In zijn cel ontwikkelt Bonhoeffer een theologie van zijn-voor-de-ander.
Onze verhouding tot God is een nieuw leven gericht op de ander,
deelnemend aan het bestaan van Jezus. Geen oneindige onvervulbare opdracht,
iedere naaste vlak bij mij is het transcendente.
Het is het beeld van Jezus zelf dat Bonhoeffer onrustig maakt en bemoedigt.
De mensenzoon die zichzelf heeft gegeven voor de ander,
die is afgedaald in onze wereld, die ons nederig nabij is.

Zoals het lied dat we straks zullen horen ons te binnen brengt (lied 852)
U komt mij lieve God,
zo nederig nabijin dagen van gemis
en moeite vindt U mij
U daalt het duister in,
U deelt mijn angst en pijn
zo dodelijk bedroefd
als maar een mens kan zijn.
Een man van smarten die
ter aarde valt en schreit,
een lotgenoot en vriend –
O Heer die bij mij zijt
Met deze nabije God in Christus, kunnen wij lang niet alles verklaren,
maar kunnen we het nog wel een tijdje uithouden in deze tijden van crisis.
Zo gaan wij moedig, deemoedig, op weg naar Pasen.
En bidden het slotcouplet
Ik bid U, laat het licht
dat doorbrak in uw smart
de zon die Pasen heet
ook dagen in mijn hart.
Amen

22 maart 2020
4e zondag van de 40dagentijd zondag ‘Laetare’
gehouden in de Groene of Willibrordkerk
schriftlezingen: Exodus 7: 8-25 en Galaten 5: 13-26
© ds. Rian Veldman