Johannes 20: 19 – 31 RBK, 23 april 2017

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.
Het Bijbelgedeelte dat we gelezen hebben is onder meer beroemd omdat het het gedeelte is waarin Pasen en Pinksteren op één dag vallen.
Het is nog de dag van de opstanding als Jezus aan de discipelen verschijnt en op hen blaast en zegt: ontvang de Heilige Geest.
Dat is een soort dubbel vertoon van kracht:
Jezus is er weer, de dood heeft hem er niet onder kunnen houden,
En nu zet Jezus zijn discipelen aan het werk met de kracht van de Heilige Geest.

Dat is een belangrijke trek uit het Paasevangelie naar Johannes.
Pasen is niet alleen maar het feit van de opstanding van Jezus zelf.

Pasen is ook dat wij door Jezus geroepen worden;
dat we gezien worden door Jezus,
dat we uit onze nachtmerries en verbittering worden opgewekt
en actief worden ingezet in het nieuwe leven waar Jezus mee begonnen is.
Daartoe blaast Jezus op ons en wordt het Paasverhaal ook het Pinksterverhaal.

2.
De discipelen zitten bij elkaar achter gesloten deuren omdat ze bang waren voor de joden.
Ze waren bang voor de mensen die de macht hadden om Jezus te laten kruisigen en die die macht ook tegen de discipelen zouden kunnen gebruiken.

Dan komt Jezus in hun midden staan en zegt: vrede.
Eén woord: vrede voor jullie.
Punt.
Als je je probeert voor te stellen hoe dat moet zijn geweest, denk je:
dat is pastoraal gezien niet erg sterk…
Al die discipelen met hun eigen vragen over de situatie na Jezus kruisiging, hun eigen angst, frustratie, onmacht, hun boosheid over de kruisiging ook;
daar heb je veel meer woorden voor nodig.
Als je nadenkt over wat vrede voor de discipelen zou betekenen, dan zou je pastoraal gezien voor iedereen persoonlijk veel meer tijd en veel meer woorden nodig hebben dan alleen dat ene: vrede!

Het helpt dan om te bedenken dat Johannes al eerder verteld heeft dat Jezus zijn discipelen vrede toewenste.
In Johannes 14 zegt Jezus: Ik laat jullie mijn vrede na.
Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.
Jullie zullen de Heilige Geest ontvangen, de Trooster, die jullie alles duidelijk zal maken en die jullie alles in herinnering zal brengen wat ik tegen jullie gezegd heb.
Als Jezus de discipelen ‘vrede’ wenst dan beseft hij dus dat er onrust en moedeloosheid bij de discipelen leeft.
Jezus kent hen goed genoeg om hen het vertrouwen te geven dat hij niet zo maar een algemeen ‘vrede zij u’ uitspreekt.
Dat ene woord ’vrede’ klinkt tegen de achtergrond van de onrust en de moedeloosheid die Jezus zelf al eens benoemde, en het is daarmee zo geladen dat Jezus daar eigenlijk alles mee zegt, tegen ieder persoonlijk.
Hij spreekt hen allemaal persoonlijk aan met zijn vrede, met zijn rust!

3.
Dan laat Jezus de littekens in zijn handen en zijn zijde zien.
Als de discipelen hem herkend hebben zegt Jezus nóg een keer ‘Vrede’, en daarna worden ze direct ingeschakeld in het werk van Jezus.
‘Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit’…
Ik schakel jullie onmiddellijk in bij mijn missie, mijn ‘zending’, als helpers die bij mij passen, op gelijke hoogte.
En pak aan wat je daarvoor nodig hebt: de Heilige Geest.
Hij blies op hen zoals God blies op de eerste Adam.
Zo blaast God de levensadem in de neus van de mens.
Mens kom tot leven en leef in mijn Geest!

Het is Pasen en het is Pinksteren; er staat wat te gebeuren…
En daartoe zet ik jullie aan het werk.

4.
Het werk waar de discipelen en waar wij bij ingeschakeld worden is: vergeving!
Zonden vergeven.
Of niet vergeven.
Probeer even om u in te leven in wat hier gebeurt.
Het gaat over vergeving…
Hoort u wie er over begint?
En tegen wie hij het zegt?
Het is de man met de littekens in zijn handen en in zijn zij die over vergeving begint.
En het zijn bange en gekwetste mensen die de opdracht krijgen om te vergeven of juist niet.
Wat moet dit worden?
Als Jezus nou sprak tegen mensen die makkelijk zouden kunnen zeggen:
nou ja laat maar zitten ook, het doet er eigenlijk niet toe…
Maar nee, hier zitten mensen geschokte mensen, en hij zelf draagt zijn wonden nog…
En dan vergeven?
Geen wonder dat Jezus de Heilige Geest te hulp roept.

5.
En geen wonder dat er een herkansing komt voor Thomas, een week later.
Zoiets moet je toch wel zelf hebben gezien en gehoord.
Dat de man met de wonden zelf over vrede spreekt en opdracht geeft om te vergeven.
Thomas staat model voor iedereen die dit allemaal toch wel erg heftig vindt.
En Jezus heeft daar begrip voor.
Hij komt er na een week nog eens op terug.
Hier, dit zijn mijn handen en kijk hier, mijn zij.
Ik ben het echt, ik weet waarover ik praat.
Maar als je dat dan gezien hebt Thomas, dan blijft de actie van het geloof die ik van je vraag nog wel even groot.
Naast je ogen en je vingers heb je een groot geloof nodig om de kracht van de Geest te kunnen ontvangen en je te laten inschakelen bij het grote werk van de vergeving.

6.
Waar gaat het eigenlijk om bij vergeven?
Ten diepste gaat het bij vergeving over het feit dat je iets moet met het kwaad in het leven.
Het gaat erom dat we niet met zijn allen stikken in de rottigheid.
Dat het kwaad, of we het zelf aan anderen hebben aangedaan, of dat het ons door anderen is aangedaan, het kwaad moet niet de kans krijgt om ons te wurgen.
Daar gaat vergeven over.

Klassieker gezegd, met de woorden uit het oude Doopformulier:
het gaat erover dat wij niet in de zonde mogen blijven liggen – machteloos –
maar met de duivel en zijn gehele rijk strijden en die overwinnen mogen…

Dat gaat niet om futiliteiten.
Het gaat over de zwartste bladzijden in de geschiedenis;
in je persoonlijke geschiedenis en in de wereldgeschiedenis.

Dat maakt ook dat vergeven zo moeilijk is.
Want wat doe je als je, zoals Jezus hier doet, oproept tot vergeving.
Vraag je van gekwetste, soms voor hun leven beschadigde mensen om het dan ook nog op te brengen om te vergeven?

Neem nou eens een paar voorbeelden.
Kun je terroristen die aanslagen plegen en onschuldige slachtoffers maken in Parijs, Stockholm, Londen of Brussel vergeven?
Of mensen die besluiten om toch weer Sarin-gas in te zetten in de oorlog in het Midden-Oosten.
Of dreigen met atoombommen.
Welke dimensies heeft vergeving niet allemaal?

Kun je mensen die misschien wel voor hun leven beschadigd zijn vragen om wie er achter het venijnige kwaad zitten, te vergeven?

Wat vraagt Jezus eigenlijk als hij ons vrede wenst en ons dan in wil schakelen bij zijn missie om te vergeven?

7.
Het woord voor vergeving in de grondtaal, het Grieks, is losmaken, loslaten.
Daar zit een aantal kanten aan.
Eén: Iemand losmaken van zijn schuld, onderscheid kunnen maken tussen de mens en zijn schuld.
De fouten of wandaden achter je laten en de mens zien waar je weer mee verder wilt gaan.
Wat kun je bewondering hebben voor mensen die dat op kunnen brengen.
Ik hoorde laatst het verhaal dat iemand die het haar ouders had kunnen vergeven dat die indertijd de signalen die zij gaf over seksueel misbruik niet hadden opgepikt.
Dat ging nog niet over de persoon die zich aan haar vergrepen had.
Het ging om onoplettendheid of onvermogen van haar ouders.
Daar had ze overheen kunnen stappen.
Los kunnen laten.
Zij en haar ouders hadden daarin ervaren dat liefde ruimte en nieuw leven kan geven.

Dat klinkt heel sterk en dat was het ook gezien vanuit degenen die kon vergeven.
Maar hoe denk je dat het was voor die ouders?
Het valt nog helemaal niet mee om vergeving te (kunnen) ontvangen.
Het voelt vaak als pijnlijk om van genade te moeten leven.
Genadebrood eten heeft niet alleen maar positieve betekenis.
Daar is niet voor niets vaak ook veel verzet tegen.
Dat verzet opgeven en vergeving leren accepteren, je los laten maken van je schuld tegenover iemand, is ook al een geweldige (zelf-)overwinning.

8.
Een tweede kant aan vergeven is:
Ruimte en nieuw leven is niet alleen voor degene die vergeving ontvangt voor wat hij of zij verkeerd deed.
Ruimte en nieuw leven door vergeving is ook voor degene die vergeeft.
Vergeving is ook jezelf losmaken uit de greep van het kwaad dat jou is aangedaan.
Je niet langer meer laten wurgen door boosheid of verontwaardiging, door verdriet of woede.
Vergeven is ook loslaten om zelf weer verder te kunnen.
Je wilt niet je hele leven laten bepalen door wat je is aangedaan.
Ik geloof dat het de Boeddhistische traditie is die de volgende uitspraak doorgaf:
Wie leeft met wrok wordt een wrak.
Laat los, stap uit de benauwdheid van het kwaad dat je is aangedaan en ga weer leven.

Dat is de missie van Jezus na zijn opstanding.
Vergeven, om nieuw leven mogelijk te maken, om opnieuw leven mogelijk te maken.
Doe dat voor degenen die het kwaad hebben gedaan maar doe het ook voor jezelf.
Stap uit het kwaad dat is gebeurd en ga weer leven.
Jezus zelf geeft hen daartoe de kracht van de Heilige Geest.
Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven.

9.
Maar er is meer: er staat ook: vergeven jullie de zonden niet, dan zijn ze niet vergeven.
In de vertaling van 1951 stond; als jullie de zonden toerekenen.
Dat betekent: als jullie de zonden toch van kracht laten zijn, niet los kunnen laten, als jullie ze laten gelden, dan gelden ze ook.

Het gaat hier vooral om het erkennen van het kwaad.
Wat fout is moet ook fout genoemd worden.
We verdoezelen het geweld en het machtsmisbruik niet, de beschadiging van de integriteit van de ander niet.
We geven een naam aan wat het leven beschadigd heeft, voor een periode van je leven of een leven lang of voor diverse generaties.

Daarvoor hebben we rechtbanken en rechters, internationale strafhoven en tribunalen.
Daarom jagen we op terroristen en doe we hen een proces aan.
Ook, of juist, als mensen roepen dat zulke gasten maar direct moeten worden geëxecuteerd…
De rechtspraak is er ook om mensen die slachtoffer zijn geworden, te erkennen in het leed dat hen is aangedaan.
De samenleving laat zulke dingen niet over haar kant gaan.

Zonden van kracht laten zijn, toerekenen, niet ‘zomaar’ vergeven heeft te maken met oog hebben voor recht.
Om schuldigen hun straf niet te laten ontlopen.
Sommige zonden zijn te groot om van mensen te vragen om ze te vergeven.
Daar moet vooral recht gesproken worden.

10.
Maar is dat dan het laatste?
Dat voor wie jullie de zonden van kracht laten blijven; dat voor wie jullie niet kunnen vergeven, dat voor die mensen de zonden van kracht blijven?

Dan slaat het ‘vasthouden of loslaten’, het vergeven of niet vergeven niet op de zonden maar op de mensen.
Want dan houden we niet alleen die zonden vast, van kracht, maar ook die mensen houden we gebonden aan hun misdrijf.
Alle kansen voor zulke mensen zijn dan uitgesloten.
En soms denk ik: dat is maar goed ook want het kwaad dat door sommige mensen in de geschiedenis is en wordt gedaan gaat onze begrippen èn ons vermogen om te vergeven te boven.

Maar daar zit het diepste geheim van de opstanding.
Wij mensen worden door Jezus geroepen om uit onze nachtmerries op te staan.
Hij zet ons weer in het leven, opnieuw.
En hij zet ons aan het werk.

Maar waar het onze krachten te boven gaat om mensen vast te houden, daar houdt hij mensen vast.
Met die handen met littekens.
Handen getekend door een gruwelijke dood maar met de kracht van het leven dat uit de dood opstond.
Met de kracht van water en bloed, de kracht van de Geest.
Leven dat door aarde en steen heen breekt.
Ongelofelijk.
Dat dát kan!

We geven ons gewonnen aan de vrede uit de mond van de man met de littekens in zijn handen en zijn zijde.
Die man maakt vrede en vergeving tot zijn missie.
Daarom geeft hij ons zijn vrede.
En roept hij ons op om naast hem te staan in zijn missie.
Opdat wij zelf niet te stikken in de greep van het kwaad en anderen niet overlaten aan diezelfde wurggreep.

Een ongelofelijk zware maar belangrijke missie.
Een missie die onze krachten en voorstellingsvermogen ook vaak nog te boven gaat.
Vandaar dat we er om blijven bidden.
Met hem die ons leerde bidden: Vergeef ons onze schulden zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig zijn.
Hij weet daar alles van, die tweede Adam.
Al was het maar dat je voor die taak de Heilige Geest voor nodig hebt.
Of om het nog radicaler te zeggen: Opnieuw geboren moet worden
Daarom blaast hij ons opnieuw levensadem in.
Ontvangt de Heilige Geest.

Pasen en Pinksteren, het is ten slotte maar om één ding te doen:
Dat we weer gaan leven.
Weer gaan ademhalen en kunnen blijven ademhalen.

Amen.

Gebeden

Lied 657

Eeuwige, onze God, onze gaven vandaag zijn bestemd
om mensen wereldwijd te ondersteunen bij het maken van muziek
vanwege de vreugde om uw naam,
de vreugde om uw opstanding,
de vreugde over nieuwe kansen voor leven.
Wij bidden voor mensen die alleen maar weten van zachtjes zingen tegen het donker in.
Wij danken met mensen die massaal uw naam kunnen prijzen en erdoor in vervoering raken, uitgetild worden boven zichzelf.
Wij bidden voor mensen met de gave om muziek te schrijven en te maken.
Voor het vermogen om het maar te zingen als je het niet zeggen kunt.

Daarom bidden wij en zingen…

Help ons, zolang wij ademhalen
om zingend te vertalen
waartoe wij zijn gedacht.
Als onze eigen stem breekt,
leg dan op andere lippen
een lied dat ons door de nacht draagt.

Laat lied en muziek wereldwijd
gedragen worden door vleugels van de hoop.
Zodat er altijd gezongen kan worden
van vergezichten
op de adem van uw Geest.