Lucas 2, 1 – 20 en Jesaja 40, 9 – 11                              GWK, Kerstnachtdienst 2019

 

Drempelgebed

Hier zijn wij God,

Wij, allemaal onszelf

En samen.

Wij zijn hier.

Overal vandaan,

Van U, God, weet waar.

Hier zijn we

Met ons zijn

Wat het ook is.

Help ons om hier te zijn

En help ons hier te zijn

Om nog meer te worden

Wie wij mogen zijn

Voor uw aangezicht

Hier en overal:

Mensen van uw welbehagen.

Door Jezus Christus, Onze Heer,

Amen.

 

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

 

1.

Hallo…!

Daar kun je niet meer achter terug.

Als er een ‘hallo’ valt dan moet je er wat mee.

Je moet iets met de mens die je aanspreekt.

Je wilt iets met de mens tot wie je je richt.

En als je met hallo reageert op iets, dan maakt het wat bij je los.

Nu kun je niet zomaar meer weglopen.

‘Hallo’ maakt dat je er bent!

 

2.

Ja je kunt nog net doen of je neus bloedt…

Alsof je gek bent.

Maar je hoort het al, dat is gek.

Dan kan er zelfs bloed vloeien, als je de ander ontkent, wegkijkt.

Als je je ogen en je oren, je hart sluit voor een ‘hallo’.

 

Als er een hallo valt, ben je er;

Samen met iemand of met iets, met de omstandigheden waarin je verkeert of verzeild bent geraakt.

Dan ben je daar, dan moet je iets met je ‘hier’.

Dan komt er iets binnen, jij of een ander.

Of een hele wereld.

Dan ben je ergens en dan begint het pas.

 

3.

Dat is de kracht van de ontmoetingen in het kerstverhaal.

Er komt echt iets binnen bij de mensen waarover het evangelie ons vertelt.

Hallo, oude priester Zacharias, achter je altaar, met je jarenlange gewoonten en rituelen.

Met je jarenlange huwelijk met Elizabeth.

Nogal verdord, hier en daar.

 

Hallo meisje Maria in Nazareth, schiet het een beetje op met de voorbereidingen van je huwelijk? Beetje sparen nog?

Kun je het een beetje overzien, je toekomst hier in het stadje, huisje, boompje, beestje?

Kindje?

 

Hallo herders, midden in de nacht.

Shift geregeld onder de hemel en de sterren.

Lezen jullie nog sterren?

Of weet je niet beter dan dat de hemel dicht zit.

Potdicht, zoals in de beleving van veel mensen?

 

4.

Die hemel blijkt onverwachts op en te kunnen.

En heeft een boodschap voor je.

Er komt een engel.

Zacharias is met stomheid geslagen; hij kan er niet van praten.

Maar hij krijgt wel een kind bij zijn oude trouwe Elizabeth en dan heeft-ie zijn spraak ook weer terug.

Geen infarct, wel een invasie in zijn leven.

De vitaliteit van Johannes de Doper komt binnen.

 

Maria durft het aan om te zeggen; hier ben ik; zie uw dienstmaagd.

Ik ben er voor U; kome wat komt!

 

De herders vertrouwen hun schapen tijdelijk toe aan de hemel en de sterren en gaan naar een kindje kijken.

Ze zijn even weg… maar wat zijn ze aanwezig waar ze moeten zijn!

 

Hallo, je kunt er niet meer voor wegdraaien; je bent er.

 

5.

Oh, ja?

Ben je er?

Dat is nog maar de vraag.

Op het hemelse hallo uit het Kerstevangelie volgt nogal eens: ‘Wees niet bang’.

Dat is kennelijk al heel oud; dat mensen de neiging hebben zich te verstoppen.

In het oerverhaal van de Bijbel, dat over Adam, en Eva, de twee oertypes van de mensheid, gebeurt het al.

Hallo Adam – stem uit de hemel, stem van God – waar ben je?

Uit de struiken klinkt: ik ben er even niet.

Ik durf niet, ik kan niet, ik weet bij God niet hoe, kan er niet tegenop, ben mezelf eigenlijk niet.

Oerbegin van waar het fout ging.

Weggekropen mensen, omdat ze de durf niet hadden om er te zijn.

Om ‘hier’ te zijn, waar je geroepen wordt om mens te zijn.

 

6.

En wat zijn er veel redenen om te vluchten.

Om geen hallo terug te zeggen.

Of alleen een ‘protest-hallo’.

 

Ja, hallo…, nog meer mensen?

Vol is vol, laten ze het in hun eigen regio oplossen!

Laten ze dat eerst maar eens goed onderzoeken, wanneer we echt vol zitten.

En hoe het dan moet in die regio?

Is daar een oplossing voor?

Ehhh nou, ontwikkelingssamenwerking…?

Oh nee, ontwikkelingssamenwerking lijdt onder een laag budget.

Maar we maken geld vrij voor de regio.

Komt nog wel.

 

Ja, hallo…, stikstof hier?

Wij doen al genoeg, nu eerst anderen maar eens.

Laten ze eerst maar eens bewijzen dat die metingen kloppen.

Over de grens in Duitsland en in België meten ze anders, of komt er in ieder geval iets anders uit.

Oh, en de wind stopt niet bij de grens.

Europa hè, open grenzen.

Nou ja binnenkort iets minder open; vanwege Brexit.

 

Ja hallo…, daar ben ik niet deskundig in.

Hoe kan ik nu weten wat echt nieuws is en wat nepnieuws?

Mijn stem kan toch niet op tegen twitterstormen en ander verbaal geweld.

Hallo?

Ja, hallo, ik ben er even niet.

 

Wat zegt u: Wees niet bang?

Ja, dat ben ik vaak wel.

Dat ik het niet goed weet.

Dat ik het allemaal niet meer snap.

 

Ik vind het ‘hier’ niet veilig meer.

Niet veilig genoeg om hallo terug te zeggen.

 

7.

De Amerikaanse dichter David Wagoner schreef:

 

Sta stil. De bomen boven je, de struiken naast je

Zijn niet verdwaald. Waar je ook bent heet Hier,

Ga ermee om als met een machtige vreemdeling.

 

Je zou het liefst niet hier zijn.

Die ervaring kennen we allemaal.

Maar je bent er wèl.

En de dingen waar je bang voor bent hebben wortel geschoten; bomen, struiken.

Dat klinkt paradijselijk, maar Wagoner noemt het een machtige vijand.

 

Die machtige vijanden kennen we uit Lucas 2.

Keizer Augustus, koning Herodes, een bezettingsmacht en collaborateurs die bang zijn voor eigen belangen.

Machtige vijanden; die geworteld zijn in een onderwereld van criminaliteit en corruptie.

Vervaarlijk zwaaiende takken en ontwortelde bomen als gevolg van handelsoorlogen.

 

Wie durft er nog te zeggen: hallo Hier?

Hallo 2019?

Wat was uw ‘hier’ in 2019.

Waar hebt u gezegd; hier ben ik?

En wanneer of waar hebt u gezegd; Ik ben er niet of even niet?

 

Wat gaat dat worden in 2020?

 

8.

Midden in dat gevaarlijk oerwoud van Wagoner klinkt opnieuw Hallo.

De Kerstboodschap is het hallo van God.

God omschreef zichzelf weergaloos mooi:

Ik ben er, ik ben hier, bij jou, altijd weer.

Midden in jouw ‘hier en nu’.

Ik ben hier.

Een kindje in een stal.

Klein, kwetsbaar, moet nog een hoop meemaken.

Maar ik vlucht niet.

Ik ontken jou, jullie niet.

 

Ik ben voor het kruis natuurlijk wel bang, maar ik loop er niet voor weg.

Hier ben ik, om jou te helpen, jou mens te maken.

Dat je ‘hier’ kunt zijn en er niet aan onder door hoeft te gaan.

 

9.

Als God hallo zegt komt daar een enorme energie in mee.

Een energie die ons helpt om hallo te zeggen, tegen ons ‘hier’ van 2019 en 2020.

Je zou hier misschien liever niet willen zijn, maar hier zegt God wel hallo tegen jou en mij.

 

Het mooiste kerstfeest dat ik in bijna 40 jaar predikantschap heb meegemaakt was in 1988, in de gevangenis van Surabaya, op Java, in Indonesië.

Ik was daar toen studentenpredikant en ik was door de kerk waar ik bij hoorde uitgenodigd om mee te gaan naar de gevangenis om daar Kerstfeest te vieren.

Ik moest eraan denken toen in september dit jaar rassenrellen uitbraken in Indonesië tegen de Papoea’s.

Sommige groepen Indonesiërs hebben de neiging om over Papoea’s te spreken als over mensen met ‘krulletjeshaar’.

Dan worden Papoea’s alleen op hun haar al afgerekend, minderwaardig geacht.

 

Het is nog steeds onrustig in Papoea, ‘ons’ vroegere Nieuw-Guinea, maar we horen er weinig over in de media.

Maar nog steeds worden er mensen gekrenkt in hun waardigheid.

Economisch onderdrukt, als mens geminacht, in ieder geval minder geacht.

 

In 1988 was dat ook al zo.

Toen hadden de Papoea’s op 8 december de onafhankelijkheidsvlag gehesen.

Als symbool van hun wens om onafhankelijk van Indonesië te worden, of eigenlijk vooral hun wens om menswaardig behandeld te worden.

Daarbij waren mensen, vooral mannen, gearresteerd.

Tachtig van die mannen zaten nu in de gevangenis in Surabaya.

Half december waren ze aangekomen.

 

Het was nog in de oude gevangenis, Kalisosok.

Die was nog door ons, Nederlanders gebouwd.

Met enorm dikke muren.

 

Er was een koor van gevangenen.

Opgericht door dirigent Alexander Warouw.

Alexander had levenslang omdat hij communist was geweest.

In de gevangenis was hij (weer) Christen geworden

En die nacht had hij een groot koor.

Het kleine podium was propvol, vooral met Papoemannen.

Want de meeste Papoea’s zijn Christen.

 

Ze zongen.

En ik dacht: het is maar goed dat die muren zo dik zijn.

Wat een volume!

 

Maar vooral wat ze uitdrukten met hun zingen maakte indruk:

Wij zijn hier, en wij willen hier niet zijn.

Maar als we dan tóch hier zijn, dan zijn we er ook!

 

Want waar we ook zijn, God is er ook.

Zij hadden iets van Gods ‘hallo’ verstaan.

En durfden het daarom aan om hallo tegen hun ‘hier’ te zeggen.

 

Niet het ‘hier’ was hun heer.

Maar de Heer was in hun hier.

En zij zongen kerstliederen met de toon van: hier ben ik.

Hallo Heer.

En daarom:

Hallo Hier.

Kom maar op.

Kome wat komt!

 

Amen