2 Samuël 1, 17 – 27 en Lucas 21, 5 – 9 en 19; MvdH RBK, 24 november 2019

Thema van de preek:
Gedachtenis helpt om het slagveld te zien en om erover heen te kijken, om te volharden en het leven te redden!

Gebed van toenadering
Eeuwige, onze God,
Wij zijn mensen van kalenders en agenda’s.
Dat beseffen we op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar.
Nu wij in de stroom van de tijd, en midden in alles wat er in ons en om ons heen gebeurt, samenkomen in uw huis bidden wij:
Help ons om door de tijd heen te zien.
Breng ons dichter bij uw koninkrijk van vrede en recht,
Door Jezus Christus onze Heer.
Amen

Kyrie gebed
Met de kalender van het kerkelijk jaar lopen wij vooruit op de kalender van alle dag, God.
Wat zouden we graag willen dat we daarmee ook meer zagen van de wereld van de toekomst, van uw toekomst.
Dat is nog niet zo.
Nog te veel mensen die worstelen met het leven, verdrietig zijn, de boot hebben gemist, echt of voor hun gevoel.
Nog te veel mensen die maar aanrommelen en grote monden volgen en anderen daarmee kleineren, anderen wegzetten met het gevoel dat ze er helemaal niet toe doen.
Nog te veel slagvelden op deze wereld waar mensen elkaar wijs maken dat het voor een goede zaak is, maar geen flauw benul hebben welke dat ook alweer is, blind geworden door nepnieuws en leugens.
Vanwege wat donker is in onszelf, in onze relatie met u en met elkaar, vanwege alles wat donker is in onze wereld roepen wij tot u en zingen:
Heer ontferm U… (lied 299 e)

Gebed van de zondag
Hoe zouden wij u kennen God als mensen niet iets van hun hoop en inspiratie, hun vertrouwen en rust hadden doorgegeven.
U zou ons op een andere manier wel bereikt hebben.
Maar wij doen het met de verhalen van mensen van vroeger, over uw zoon, die een tijdgenoot werd van ons in dit leven, toen, en nog steeds, steeds weer opnieuw tot onze verrassing.
Verras ons ook vandaag, als wij de verhalen lezen die wij proberen te verstaan als een boodschap van U, als wij brood en wijn ontvangen, die wij proberen te proeven als tekenen van goedheid en troost van U zelf.
Zo bidden wij U voor ons hier in de kerkzaal en in de Kindernevendienst.
Door Jezus Christus, onze Heer.

Amen

Inleiding op de Schriftlezing
Vandaag sluiten we een serie lezingen uit de boeken Samuël die de verhalen over de eerste koning van Israël, Saul, en zijn beoogd opvolger David bevatten af.
We zijn op 8 september, op de startzondag, begonnen met het lezen van die verhalen van ongeveer 3000 jaar geleden.
Vandaag, op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, sluiten we de cyclus af.
Volgende week is het Advent, begin van een nieuwe tijd.

Twee weken geleden lazen we al over hoe koning Saul en zijn drie zonen aan hun eind kwamen in de oorlog met de Filistijnen.
En hoe de Filistijnen hen daarna ook nog vernederden.
Een stille daad van menselijkheid, de begrafenis van koning Saul en zijn zonen door de inwoners van het stadje Jabes, was het ingetogen en indrukwekkende slot van het eerste boek Samuël.
Het tweede boek Samuël begint met hoe de opvolger David hoort van de dood van Saul en zijn zonen en hoe David de doden gedenkt met een lied.

Met dat gedachtenislied sluiten wij ook de maand van gedenken van de overledenen in onze gemeente af.
Het begon met het Allerzielenconcert en met het noemen van de namen van gemeenteleden die in het afgelopen jaar zijn overleden.
We hebben kaarsjes aangestoken als teken van ons geloof dat zij bewaard zijn in het licht en in de liefde van de Eeuwige.
Bij datzelfde licht willen wij leven, gesterkt door hun gedachtenis.
Afgelopen donderdag was de lichtjesavond op de begraafplaats bij de Groene Kerk met naar schatting meer dan 600 bezoekers.
En vandaag vieren wij de Maaltijd van de Heer, als mensen die zich verbonden weten met allen die bij Christus horen, leden van zijn lichaam zijn, levenden en doden.
Wij vieren onze verbondenheid met allen die leven en geleefd hebben in de verwachting van de komst van Christus’ koninkrijk van vrede en gerechtigheid.

Wij lezen nu eerst het gedachtenislied van David voor koning Saul en zijn zonen.
II Samuël 1

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.
Ach, dat de helden moesten vallen,
Dat jullie, wapens in de strijd van Israël, verloren moesten gaan!
Wat is dit voor een lied?
Wat zijn dat voor tranen?

Is het een schijnheilig lied?
David werd immers tot op het laatst door koning Saul vervolgd omdat Saul zich door David bedreigd voelde?
Nu is David van hem verlost…
Zijn dit krokodillentranen?

Nee, schijnheilig is pas die man die het bericht van de dood van Saul bij David kwam brengen.
Die man dacht dat hij bij David in een goed blaadje kon komen te staan met een verzonnen verhaal over hoe hijzelf een einde gemaakt had aan het leven van Saul.
Fout dus.
Die man en zijn verhaal, allebei fout.

Saul was voor David niet in de eerste plaats de vijand.
Saul was en bleef in de eerste plaats een ‘gezalfde des Heren’.
Door God aangewezen als koning, gezalfd, om het volk van God, Israël te hoeden. Om over Gods mensen te ‘herderen’, zodat zij volk van God zouden kunnen zijn om de zegen van God te delen met alle volken op aarde.
Gezegend om tot een zegen te zijn.

2.
Daar zit het gedachteniskarakter van dit lied van David in.
Dat het nog niet gelukt is om dat koninkrijk van vrede en gerechtigheid, waarvoor koning Saul en ook David, als beoogd opvolger, gezalfd waren, te realiseren.
Het was nog niet afgelopen met de oorlogen en de geruchten van oorlogen, met haat en nijd, met geweld en vernedering.
Het is niet helemaal duidelijk waarom er in vers 18 staat David opdracht gaf om alle Judeeërs dit lied, het lied van de boog te leren.
Het kan zijn dat David opdracht gaf om de gedachtenis aan Saul en Jonathan te bewaren in een lied.
Maar het zou ook kunnen zijn dat hij hen opriep om de boog van Jonathan te leren hanteren, als een wapen van de volgende generatie strijders voor de vrede en de vriendschap.
Mensen uit de stam van Juda, de stam waaruit de Messias, de Verlosser-koning voort zou komen; geef de strijd voor dat koninkrijk van vrede en recht niet op!

David heeft het in zijn lied over het schild van Saul, vergeten en verwaarloosd, letterlijk; niet meer met olijfolie gezalfd.
En over de boog van Jonathan: schild en boog, wapens van helden die het volk hadden moeten verlossen en vrede hadden moeten brengen.
Wapens in de handen van gezalfden met een speciale roeping.
Ze zijn gevallen, de helden, met hun wapens als symbolen; zijzelf als wapens voor het koninkrijk van de belofte van God aan Abraham; het koninkrijk van Gods zegen voor alle volken.

3.
David rouwt, om Saul, zijn schoonvader, de vader van zijn vrouw Michal, de vader van zijn vriend Jonathan.
En hij rouwt om Jonathan, zijn vriend, met wie hij zich zo diep verbonden voelde, zijn soul mate; een relatie die hij als een wonder, als heel dierbaar had ervaren, groter dan een gewone liefdesrelatie.
Diep persoonlijk verdriet dus.
Maar ook verdriet om de erfenis; een wereld die nog steeds getekend werd door oorlog, de erfenis van Gilboa waar Saul en Jonathan zijn gesneuveld, de erfenis van het slagveld van de geschiedenis waar de vrede nog moet komen en soms verder weg lijkt dan ooit.

De stam van Juda zal moeten blijven zingen en zich moeten blijven inzetten voor het koninkrijk van de Messias.
Deze helden mogen niet tevergeefs gevallen zijn!
Dat is de messiaanse oproep in dit gedachtenislied van David.

Dat is gedenken van de overledenen:
Waar leefden zij voor, welke dromen hadden zij, wat is ervan terecht gekomen en wat niet, of nòg niet?
Wij, die gedenken, hebben de kans nog om hun gedachtenis tot een zegen te laten zijn.
Om te zoeken naar hoe wij elkaar tot een zegen kunnen zijn en ons vandaag de dag te verzetten tegen de onzin, van geweld en vernedering, de waanzin van racisme en onrecht.
Wij hebben de gelegenheid nog om te werken aan het beperken van het slagveld van de geschiedenis waar telkens weer nieuw, ook vergeten leed uit op kan duiken. Van slavenhandel waarvan mensen tot nu toe de gevolgen voelen, met of zonder zwarte schmink (zwarte Pieten discussie), tot en met oorlogsmisdaden van vroeger of burgerslachtoffers van nog maar pasgeleden (70 doden bij een bombardement door Nederlandse vliegtuigen in 2015 in Irak), van seksueel misbruik, ontkend of met slappe praatjes verdedigd door wie er het geld en de macht voor dachten te hebben (Harvey Eppstein en Prins Andrew uit Engeland).

4.
Jezus had vanaf de Olijfberg met tranen in zijn ogen uitgekeken over Jeruzalem.
En hij had daarachter het slagveld van de geschiedenis gezien: het leed van een stad die door de vijand van toen, de Romeinen, bezet was.
Het slagveld van een vrede die de keizer wel recht deed, maar onrecht inhield voor zoveel mensen in dat wereldrijk.
En Jezus’ discipelen vragen hoe zij in de geschiedenis de sporen van de komst van Gods koninkrijk kunnen herkennen.
Jezus antwoordt met te wijzen op al die dingen die zullen gebeuren als mensen zijn koninkrijk afwijzen, als de wereld, mensen, machthebbers en de mensen die zij manipuleren en voor hun ideologieën spannen en eraan opofferen; als die mensen zijn verkondiging van het Koninkrijk van God niet willen horen en accepteren, dan staat er nog veel leed te wachten.
Als Lucas deze woorden van Jezus opschrijft, is een enorme aanval op Jeruzalem en de tempel, de verwoesting van de stad nog maar een paar jaar geleden.
Lucas en de gemeente van mensen die de weg van Jezus volgden, de christenen, hebben zich de woorden van Jezus herinnerd en gedacht; dat moet op de verschrikkelijke verwoesting van Jeruzalem, nog maar pasgeleden toen, geslagen hebben.
Die aanval op Jeruzalem moet gevoeld hebben als: dit is het eind der tijden.
Maar dat was het blijkbaar nog niet?
Wat had Jezus nog meer gezegd?

5.
Door de geschiedenis heen hebben mensen steeds weer gedacht; wat er nu gebeurt is zo erg, zo in tegenstelling met Gods wil en bedoeling met de geschiedenis; wat mensen nù weer doen is zo in overeenstemming met die gruwelijke dingen waarover Jezus al sprak, nu moet het einde van de geschiedenis wel aanstaande zijn.
Iemand deed van de week een blad in mijn brievenbus met een artikel waarin een groot aantal speculaties over het eind der tijden op een rij was gezet.
En dat waren er nogal wat, alleen al de speculaties van de vorige eeuw tot nu.
De tijd van keizer Wilhelm van Duitsland en de Eerste Wereldoorlog, daar begon het artikel mee. Dat waren zoveel verschrikkingen; het eind der tijden moest wel nabij zijn.
Maar toen kwamen nog Mussolini en Hitler in de Tweede Wereldoorlog, Stalin en Chroesjtsjov, Kennedy werd genoemd en Gorbatsjov met zijn wijnvlek, door sommigen herkend als het ‘teken van het beest’ (uit de Bijbel), Reagan werd genoemd, Saddam Hussein, Clinton en Al Gore: ze zijn allemaal in bepaalde kringen om een bepaalde reden wel geïdentificeerd als de ‘antichrist’ waarmee de laatste slag in de geschiedenis, het einde van de geschiedenis en de definitieve doorbraak van Gods Koninkrijk aanstaande zou zijn.
Er zijn data genoemd als het aanbreken van het jaar 2000 (millenniumbug), 21 december 2012, een bijzondere datum op de Maya kalender, data met bloedmanen…
Er is altijd weer veel om over te rouwen, veel om bang voor te zijn.

De schrijvers van het artikel zeiden: Die profetische speculaties zijn vaak sterke reacties op bedreigingen van buitenaf.
Maar angst leidt niet tot geloof.
Jezus wel!

Wat heeft Jezus gezegd?
Red je leven door standvastigheid!
Het staat er overigens in meervoud: door jullie volharding zullen jullie levens redden.
Je eigen leven en dat van anderen.

6.
Gedenken, het lied van David, de maand van de gedachtenis, de profetieën komen uit bij Jezus’ oproep om te volharden.
Blijf geloven in het Koninkrijk van God, het koninkrijk van vrede en gerechtigheid voor alle zonen en dochters van de Vader die als een moeder over hen wil waken.
Blijf volhouden dat er een messiaanse beweging gaande is, ook als je soms alleen maar een slagveld ziet.
Kijk verder.
En blijf bewegen in de richting van de berg waar God zijn Maaltijd aanricht.
Blijf bewegen, met koning David, met Jezus Messias, met al die mensen die iets gezien hebben van dat koninkrijk van God in mensen die gedenken en troosten, die zich blijven inzetten ook al lijkt de situatie hopeloos, die steeds weer liefde opbrengen en geduld, die blijven vragen om vrede en recht, die niet opgeven om vrede te stichten, verzoening te zoeken en recht te doen.
Voor hen en voor jullie, voor ons, is de tafel gedekt.

Amen.