Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.

Ik snap Petrus wel.

Als je dan eens een bijzondere ervaring hebt met het geloof, als de man waarin je langzamerhand bent gaan geloven, ook al snap je nog niet alles waarover hij spreekt, als die man dan van gedaante verandert en begint te stralen, shining, in schitterend wit…

Dan zou ik dat ook vast willen houden.

Wie niet?

Afgelopen week is de Amerikaanse evangelist Billy Graham overleden.

Over zijn manier van evangeliseren kun je verschillend denken.

In onze kerk hebben we het niet zo op die methode van aandringen: kom naar voren, open je hart, aanvaardt Jezus als jouw verlosser.

Ik las over de ‘library’ van Billy Graham, een soort Billy Graham museum waar je aan het einde van de rondgang, vlak voor de uitgang, nog een videoboodschap te zien krijgt die je indringend oproept om het gebouw niet te verlaten voordat je de beslissing hebt genomen om Jezus te aanvaarden… En dan blijven de deuren nog even gesloten zodat je niet te snel aan de oproep tot bekering kunt ontsnappen…

Dat is een manier van evangeliseren die bij mij in ieder geval niet werkt.

Maar van de bijzondere verhalen die mensen vertellen over hun geloofservaringen, hun getuigenissen over wat ze in hun contact met Jezus, in hun relatie met God of aan ervaringen met de Heilige Geest, kan ik soms echt onder de indruk raken.

Er is altijd wel een stemmetje dat zegt: zou het waar zijn, was het geen inbeelding… maar er is ook de verwondering over hoe mensen geraakt kunnen worden in hun beleving en daardoor gesterkt worden in hun geloof en in de keuzes die ze vervolgens maken in hun leven.

Wat ze aan kunnen en op kunnen vangen.

Ik snap Petrus dus wel:

Rabbi, het is goed dat wij hier zijn; laten we drie tenten opzetten, één voor u, één voor Mozes en één voor Elia.

Zo’n indrukwekkend beeld, zo’n gebeurtenis wil je vasthouden; daar kun je mensen mee overtuigen!

2.

Dat indrukwekkende lezen we nog terug in de tweede brief van Petrus: wij hebben zijn grootheid, zijn luister en zijn eer, met eigen ogen gezien

Dat wil je; dingen laten zien.

In onze tijd heb je vooral beeldmateriaal nodig.

Vandaag de dag zou Petrus selfies hebben gemaakt, als dat gelukt was tenminste want jezelf tegen de achtergrond van zo veel wit en licht fotograferen, want dat zou wel eens erg onbruikbaar materiaal op kunnen leveren.

Maar stel je voor: jouw gezicht op facebook omstraald door de heerlijkheid van die drie grote mannen: Jezus, Mozes en Elia.

Dat zou indruk maken.

De ‘likes’ zouden niet bij te houden zijn…

Ik heb het wereldwijd ook gezien.

Tijdens de studiereis voor predikanten naar China, kwamen we in een kerkje waar een groot schilderij van een triomferende Christus aan de muur hing.

Op dat schilderij danst Jezus met een verheerlijkt gezicht boven de Chinese muur.

Teken van zijn overwinning van het Chinese keizerrijk, of teken van de overwinning van muren tussen volken… wie zal het zeggen.

Maar dat beeld van die stralende Christus, dat spreekt aan, daar kun je in geloven, daar worden mensen blij van.

Een kunstschilder van het eiland Bali in Indonesië (W.Turun), opgevoed als Hindoe – de bevolking van Bali is in meerderheid hindoeïstisch – schilderde de hemelvaart.

Met Jezus in de houding van een dansende Hindoegod, boven een berg.

Jezus in al zijn luister en glorie.

Op momenten dat je twijfelt, dat je hele missie een mislukking lijkt te zijn, dat alles waar je in geloofd hebt in duigen dreigt te vallen, op een fiasco uitloopt, dan wil je graag iets zien van Gods grootheid.

3.

Mozes had dat gehad, toen het volk in de woestijn een afgodsbeeld had gemaakt en dat als een god aanbad.

God had daarop gezegd dat hij niet meer met zijn volk verder wilde.

Hij wilde liever met Mozes opnieuw beginnen.

In Exodus 33 is Mozes dan zover dat hij tegen God zegt:

‘Als u zelf niet meegaat, laat ons dan maar niet verder trekken…

Dan geef ik het ook op’.

En daarna vraagt Mozes dan: ‘Laat mij toch uw majesteit zien…’

Als alles vast dreigt te lopen, dan wil je een overtuigend beeld zien.

Maar dat blijkt Mozes dan helemaal niet aan te kunnen, de heerlijkheid zou te groot zijn, de straling te intens…

En toch begrijp je zijn verlangen maar al te goed.

Elia, zwaar gefrustreerd en teleurgesteld door het effect van zijn prediking, zijn bestaan als profeet, wil op een gegeven moment ook niet meer.

Hij heeft een indrukwekkende gebeurtenis achter de rug waarbij vuur uit de hemel op het offer van Elia kwam, maar het resultaat was dat koningin Izebel hem wilde arresteren.

Elia moest vluchten om het vege lijf te redden.

Dan kan hij niet meer.

Hij wil niet meer.

Dan komt God hem nabij, maar de heerlijkheid van God kan hij niet zien.

Hij moet zijn mantel voor zijn ogen doen.

Pas de zachte bries, de adem van God, die ooit door God in de neus van de eerste mens was geblazen, de adem waarmee God mensen tot leven roept… die komt wel binnen bij Elia!

 4.

En daarmee komen we een stap verder in het verhaal over de verheerlijking op de berg.

We snappen Petrus wel, hij wil het beeld vasthouden en hij wil het ook nog op een Bijbelse manier; drie tenten, we moeten waarschijnlijk denken aan loofhutten.

In een loofhut woon je en slaap je onder de open hemel, daar ligt de nadruk op je verbinding met God.

Hij wil de beelden van wat hij ziet niet kapen en alleen op een aardse manier gebruiken; hij beseft dat ze met God in verbinding staan.

Waar hij op dat moment getuige van is, dat gaat het aardse te boven.

Dat wil hij op gepaste wijze vasthouden.

Maar de evangelisten Marcus, Mattheus en Lucas leggen de nadruk niet op de beelden.

De focus ligt wat de evangelisten betreft op het spreken.

Daarom koos ik als tekst voor de preek Marcus 9 vers 4: toe verscheen Elia met Mozes en ze spraken met Jezus.

Waarover spraken zij, die drie daar op die berg?

Marcus en Mattheus laten het open.

Lucas vult het in.

Lucas vertelt dat Elia en Mozes met Jezus spraken over zijn ‘exodus’, zijn levenseinde dat hij in Jeruzalem tegemoet ging.

Marcus laat het open en dat geeft ons de gelegenheid om ons even af te vragen: waarover spraken zij?

Zij hadden drie dingen gemeenschappelijk.

De moedeloosheid en teleurstelling, de behoefte aan het zien van Gods heerlijkheid en het weer moeten afdalen van de berg.

Zouden ze over alle drie die dingen gesproken hebben?

Over die moedeloosheid?

Bij Mozes op zijn tocht met het volk Israël en hoe anders dat ging dan hij gehoopt had…

Bij Elia die zich zo heeft ingezet voor de God, maar was weggejaagd…

En bij Jezus ook moedeloosheid.

In de passage die bij Marcus aan onze tekst voorafgaat spreekt Jezus over wat hem te wachten staat, dat hij zal moeten lijden en sterven.

De machthebbers zullen hem definitief af willen voeren…

Petrus kan dat van dat lijden en sterven niet verdragen, dat mag niet kloppen.

Petrus spreekt Jezus bestraffend toe (Marcus 8: 32 en 33).

En Jezus merkt dat het volk, dat zelfs zijn eigen discipelen hem niet begrijpen.

Om moedeloos van te worden, en boos.

Of sprake ze over die behoefte aan het zien van Gods heerlijkheid?

Het is wel aardig dat de evangelisten geen enkel probleem zien in het feit dat Jezus de heerlijkheid van God zal zien.

Bij Mozes en Elia ging dat niet.

Bij Jezus wel.

Hij gaat de berg op en komt zo maar in het licht te staan.

Jezus komt immers uit dat licht van God vandaan… lijken ze te denken.

Hij is vertrouwd met die stralende heerlijkheid van God

Of spraken ze vooral over het weer afdalen van de berg?

Dat ze weer terug moeten naar de mensen, onder aan de berg, in het gewone leven van elke dag.

Petrus wil beeld.

Maar God stuurt een wolk, een schaduw en dan spreekt God uit de wolk!

Deze is mijn geliefd kind, mijn zoon; luistert naar hem…

De stem zegt niet zoals in 2 Petrus staat; deze is mijn geliefde in wie ik mijn welbehagen of vreugde heb.

Dat was bij de doop.

Op de berg klinkt: luistert naar hem.

Het gaat om het luisteren:

Je moet het van de taal hebben, niet van de beelden…

Van de verhalen, van het met elkaar spreken, communiceren.

Van de adem van God die sprak… en er kwam geschiedenis op gang.

En daarvoor moeten ze de berg weer af.

Mozes moest van de berg af want het volk moest de woestijn nog door.

En Elia had wel geroepen dat hij alleen was overgebleven, maar dat was wel erg dramatisch geformuleerd.

Even wat rustiger Elia want er zijn nog zeven duizend ‘stille’ getuigen, die het volhouden om in God te geloven.

Tegen het systeem van Izebel in.

En één van die stille getuigen moet jij gaan benoemen tot je opvolger, Elia: dat is Elisa.

Onder aan de berg geen overweldigende beelden van succes en glorie, maar mensen die het ondanks alles volhouden om te blijven geloven.

De opdracht voor mensen die hoog op de berg zijn geweest, is:

Voeg je bij de mensen onderaan de berg.

Niet met grootse, indrukwekkende beelden.

Maar met die stem uit de wolk…

Dat je geliefd bent.

Onderaan de berg vind je die man met zijn machteloosheid over zijn zieke zoon, die roept:

Ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp.

Blijf niet hangen in indrukwekkende visioenen, maar ga met kwetsbare woorden naast die man met zijn kwetsbare positie en zijn kwetsbare woorden staan.

Deze zondag heet: Reminiscere: denk aan uw barmhartigheid…

Dat gaat over mensen die het uithouden om te blijven vragen: God vergeet u ons niet? Laat uw barmhartigheid geen hol woord worden…!

7.

Hoe wij ook kunnen verlangen naar top-ervaringen…

En als ze er zijn: houdt ze vast, maak er een mooi en sterk verhaal van!

Je hebt ze nodig en ze zijn buitengewoon waardevol.

Maar blijf niet in de wolken hangen.

Onder aan de berg, daar moet het gebeuren!

Daar is Jezus bij ons, daar gebeurt het.

Onder aan de berg daar wordt Jezus gekruisigd.

Op een heuvel weliswaar, maar ver van de heerlijkheid van God

Is dat niet een deprimerend Evangelie?

Nee want dat witte gewaad komt nog terug:

Bij het graf op de Paasmorgen, als Jezus is opgestaan zit weer iemand in zo’n wit gewaad.

Als een lichtpuntje, onder aan de berg.

Niet zo spectaculair misschien, weer geen grootse en meeslepende beelden.

Maar wel een boodschap, gesproken tot de discipelen.

Ik heb in Indonesië wel van die grote Billy Graham-achtige evangelisatie campagnes meegemaakt.

In volle stadions met veel licht en muziek.

Maar ik leerde ook dat wat bleef hangen, wat blijvend indruk op mensen maakte was: dat je naar voren kon komen en dat er dan mensen waren die naar je wilden luisteren en met je wilden bidden.

Naar woorden zoeken of samen stil zijn.

En daar kwam God dichtbij.

Niet op het podium, in de felle schijnwerpers.

Maar naast het podium, in de zijkamertjes waar geluisterd en gesproken werd.

In dat grote contrast: lijden en dood en de glorie van het leven…

Waar mensen het samen uithouden met een wit lichtpuntje bij het graf.

Mensen die durven leven omdat Hij leeft, die niet op de berg bleef maar bij ons was.

Bij ons, moedeloos en verlangend naar indrukwekkende beelden, maar altijd weer dicht bij de grond moeten leven met de moeizame ervaringen van elke dag.

En die dan toch de moed niet opgeven.

Jezus nam niet de weg bovenlangs, de berg op en dan weg; gevlogen…

Hij kwam de berg af, hij nam de weg beneden langs.

Alleen de weg beneden langs, langs ons, met ons, brengt hem in zijn koninkrijk en in zijn majesteit.

Zijn heerlijkheid is dat hij ons bij zich heeft en houdt, in het donker en in het licht.

 

Amen.