Orde van Dienst niet beschikbaar
Openbaring 7: 9 – 17 en Matteüs 5: 1 -12 GWK, 30 oktober 2016
Gebed van toenadering
Eeuwige, bron van leven
Van generaties die voorbij zijn
Van onze generatie
En van wie na ons komen,
Wij zoeken verbinding met U
En beseffen dat dat ons verbindt
Met zoveel anderen, wereldwijd.
Schenk ons leven,
Leven uit U.
Lied 728
Smeekgebed
Gebed van de zondag
Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.
Wel een mooie Schriftlezing voor vandaag uit dat bijzondere boek Openbaring, vindt
u niet?
Het past heel goed in een dienst waarin wij onze overledenen gedenken, om iets
lezen uit het visioen van Johannes waarin het gaat over mensen in de hemel.
Dat wil zeggen… het is passend maar het is ook spannend.
Omdat het voor ons, in onze tijd, allerminst vanzelfsprekend is om over de hemel te
spreken als een plaats waar onze doden leven na de dood.
Heel veel mensen hebben er moeite mee om zich daar concreet iets bij voor te
stellen.
En onze aarzelingen lijken nog versterkt te worden door de heel concrete manier
waarop in sommige Islamitische kringen wordt gesproken over de hemel, in termen
van een beloning voor wie de dood kiest via een zelfmoordaanslag.
Dat is een ontspoorde hemeltheologie.
En daarvan heeft de Islam dan ook weer niet het alleenvertoningsrecht: ook in de
christelijke theologie zijn dingen gezegd die mensen eerder bang maakten dan blij.
Des te dringender wordt dan de vraag hoe wij zo’n Bijbelgedeelte over mensen in de
hemel dan wèl kunnen lezen.

2.
Bij het lezen van dit visioen van Johannes gaat het om de goede klemtoon.
Het gaat niet in de eerste plaats om mensen in de hémel, maar vooral om de
mènsen in die hemel.
Je kunt gefascineerd raken door alle beelden van Johannes, over engelen en dieren,
gouden tronen en de schitterende inrichting van een hemels Jeruzalem…
Dat levert al eeuwen prachtige kunstwerken op.
Maar de meeste aandacht in hoofdstuk 7 gaat uit naar de mensen.
Mensen uit de stammen van Israël en mensen van over de hele wereld.
En we moeten een beetje in de beelden van het visioen kruipen om te begrijpen wat
de boodschap van dit visioen kan zijn.

3.
Het visioen laat mensen zien uit alle stammen van Israël en uit alle landen en volken,
van alle stammen en talen.
Eén van de figuren in het visioen, een oudste, spreekt Johannes aan en vraagt: wie
zijn dat daar, waar komen ze vandaan?
Dat is dus een uitnodiging om concreet te worden.
Vul dat nou eens in… al die mensen.
Ik noem er een paar: Joden en Palestijnen, Syriërs en Turken, Koerden en Yezidi’s,
Russen en Duitsers, withuiden, roodhuiden, zwarthuiden, Marokkanen en
Hollanders.
En het is een onafzienbare menigte, niet te tellen zoveel.
Niks minder, minder, minder…dus.
Eén grote multiculturele, multi-etnische, veelkleurige en veeltalige menigte, zover het
oog reikt.
Multireligieus ook, want het zijn Joden (Johannes was een jood) èn anderen van over
heel de aarde. En Johannes wist ook wel dat er andere godsdiensten waren dan
alleen de Joodse.
Dat is het veelzijdige plaatje.
En als wij dat plaatje zouden moeten inkleuren welke kleuren zouden we dan
gebruiken?
Veel grauwe kleuren van oorlog en verwoesting, bommen in de lucht en steden in
puin.
Veel rood voor het bloed van gewonde mensen, veel donkere kleuren voor de
begrafenissen.
En misschien felle kleuren voor de protestborden die meegedragen worden in
demonstraties, voor goede doelen of tegen misstanden, uit angst of onbehagen, uit
boosheid of frustratie en machteloosheid.
Wat ziet Johannes…?
Die onafzienbare menigte staat daar in glanzend witte gewaden, feestmantels die
hen om hun schouders zijn gehangen.
En in hun hand palmtakken: symbolen van overwinning.
Wel heb je nou ooit…
De loosers van de wereld zijn niet verloren…
Ze hebben de overwinning gekregen.
Ze stralen!

4.
Ze hebben geen honger meer en geen dorst.
In hun primaire levensbehoeften is voorzien, geen zorgen meer.
Dat is pas rechtvaardige economie: iedereen te eten en te drinken, goed voedsel en
schoon water.
Niet de één uitgemergeld en de ander stomdronken.
Ze zullen wonen bij waterbronnen.
Dat is niet een stijgende zeespiegel of bedreigd door tsunami’s.
Dat zijn oases waar je tot rust komt na een tocht door de woestijn van het leven.
Op de vraag van de oudste: wie zijn al deze mensen… laat Johannes hem zelf het
antwoord geven.
En dan zegt hij: dit zijn al die mensen die uit de grote verdrukking zijn gekomen.
Uit alles wat hen neerdrukte, onder de duim hield, waaraan ze geleden hebben en
aan kapot zijn gegaan.
Onherkenbaar in hun stralend witte mantels.
Die zijn gewassen in het bloed van Jezus Christus.
Dan moet je niet vragen: hoe kan een mantel nou wit worden als die in bloed
gewassen wordt…
Juist omgekeerd: het bloed van Jezus Christus, zijn lijden heeft in principe een einde
gemaakt aan al het bloedige lijden, is het diepste signaal aan alle onrecht en geweld,
aan alle uitbuiting en andere zonde: het zal afgelopen zijn.
Jullie grauw zal het niet winnen, jullie bloederigheid zal het einde niet zijn.
Het wordt wit en glanzend voor al die loosers.

5.
Ze zullen niet wegkwijnen en verdwijnen, die patiënten met hun dodelijke ziekte.
Vanaf de troon worden ze gezien, geteld, hoe onafzienbaar en ontelbaar hun schare
ook is.
Ze zullen niet aan de kant geschoven worden, de mensen die het gevoel hebben dat
ze er niet meer toe doen omdat ze niet vitaal meer zijn, geen doelgroep meer zijn
van hen die ‘het grote glansrijke genieten’ verkopen, of omdat ze economisch niet
meer interessant zijn, te oud of te duur…
En dit zijn dan nog maar mijn beelden, van mensen in een land waarin we in de war
zijn over de vraag hoe we om moeten gaan met voltooid leven…
Dan heb ik het nog niet over de mensen die niet eens aan het goede leven zijn
toegekomen.
Gisteren stond op de pagina met de rouwadvertenties de volgende advertentie in de
krant:
Jouw naam blijft geschreven in de palm van Mijn hand, onuitwisbaar (Jesaja 45:16)
Op zondag 6 november 2016 herdenken wij de omgekomen vluchtelingen.
Al die ontelbare mensen die verdronken zijn in zee, op zoek naar een veilig en beter
leven, of anderszins kwijt geraakt onderweg naar Europa; gestorven aan de hoop.
Ondertekend door o.a. Kerk in Actie en het Bisdom Haarlem.
Vanaf de troon van God en van het Lam, dat symbool van de lijdende Messias die in
het boek Openbaring ook wordt omschreven als het bokje, symbool van verzet en
opstandigheid tegen de dood en al zijn grauw, vanaf die troon blijven mensen gezien
en geteld.

6.
Als u nou langzamerhand het gevoel hebt gekregen dat dit visioen over de mènsen
in de hemel wel heel erg gaat over de aarde, dan hebt u goed opgelet.
Goede hemeltheologie is vooral een programma voor de mensen op aarde.
Dat geldt voor het Bijbelboek Openbaring net zo zeer als voor de Zaligsprekingen die
we gelezen en gezongen hebben.
Zalig ben je niet pas als je gestorven bent, zalig zijn kan hier beginnen als je leeft
naar het programma van de troon van God en van het Lam.

7.
Zo gedenken wij onze overledenen: we weten nog van de groeven en de littekens in
hun huid en hun ziel.
Wij herinneren ons hun pijn en hun strijd; we voelen nog hoe we hen hebben
verloren.
Maar we geloven niet dat ze kwijt geraakt zijn tussen ontelbare gestorvenen en geen
naam meer hebben.
We zullen hun namen noemen, tegen het gemis en het verdriet daarom, in.
We zullen hun namen noemen als een hartstochtelijk pleidooi voor het leven.
Omdat wij geen andere zegen, geen andere glorie en wijsheid, geen andere eer en
macht en kracht, geen ander regeringsbeleid of partijprogramma willen kennen dan
de heerlijkheid en het beleid van de troon van God en van het lam, het bokje.
Zij die gestorven zijn worden vanaf de troon gezien in het hun geschonken stralend
wit.
Wij die leven op deze vaak zo grauwe aarde doen hun gedachtenis recht als wij ons
met alle macht en kracht, met alle overtuiging en vreugde die in ons is, inzetten voor
het leven zoals God dat schenken wil.
En dat wat God betreft niet eindigt bij de dood.
Amen.