Matteüs 9,35 – 10,15                                                                             GWK, 14 juni 2020

 

Thema: Geen uitsluiting… Evangelie is voor alle volken!

 Lezing                                              Matteüs 9,35 – 10,15

 

Tekst: Mt. 10,7 ‘Ga op weg en verkondig: ‘Het koninkrijk van de hemel is nabij’.

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.

Vorige week vierden we de doop van Meike Spek met als Bijbellezing het slot van het evangelie volgens Matteüs.
Dat was mooi: na het Pinksterfeest, dat we ook wel vieren als Zendingsfeest, de geboortedag van de wereldwijde kerk, lazen we de woorden van Jezus die de hele wereld, alle volken in het vizier brachten:
Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
En leer al die volken te doen wat ik jullie heb opgedragen, wat ik aan jullie heb toevertrouwd om te doen.
Dat is: alles wat bij mijn koninkrijk, mijn ‘andere’ wereld binnen de ‘gewone’ wereld hoort.
Daarom noemen we het slot van het Evangelie volgens Matteüs ook wel het Zendingsbevel, the Great Commission, een grote opdracht die aan ons is toevertrouwd.
Open naar alle volken, alle etnische groepen met al hun talen en culturen.
Inclusief denken dus. All lives matter!
Zo heb ik mijn leven en werken in dienst van de zending ook altijd beleefd.

2.

Maar wat we vandaag gelezen hebben over de uitzending van de 12 apostelen lijkt een heel ander verhaal.
Sla niet de weg in naar de heidenen en bezoek geen Samaritaanse stad.
Ga liever op zoek naar de verloren schapen van het huis, het volk van Israël.
Niks inclusief denken meer.
Onze Bijbelvertaling helpt ook al niet.
Hetzelfde woord dat in Mt. 28 vertaald wordt met een neutraal ‘volken’ wordt hier in Mt. 10 vertaald met een toch gekleurd ‘heidenen’.
Heidenen klinkt afstandelijk, zo niet vijandig.
En het gebruik van het woord Samaritanen zouden wij vandaag ‘etnisch profileren’ noemen.
Samaritanen waren voor de Joden een soort verbasterde Joden, minder in aanzien.
Doet Jezus hier mee aan discriminatie, gaat hij mee in racistisch denken?
Of ben ik nu door alle discussies die op gang zijn gekomen na de dood van George Floyd te gevoelig geworden bij het lezen van deze teksten?
En wordt mijn blik te veel bepaald door alle demonstraties, ook in ons land – vanmiddag ook in Leiden, van 15.00 – 16.00 uur in sportpark De Vliet aan de Voorschoterweg, waar ruimte genoeg is voor meer dan duizend mensen op 1,5 meter afstand?

Het is in ieder geval een lastige tekst, dit uitzendingsverhaal uit Matteüs 10!

3.

Hoe lastig, bleek afgelopen vrijdag uit de column van Stevo Akkerman in het dagblad Trouw.
Akkerman schreef over een discussie die ontstaan is naar aanleiding van een artikel van Laurens Wijmenga, medewerker van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie, een regeringspartij.
Wijmenga is, met het oog op de komende verkiezingen denk ik, voor de CU op zoek naar een ’goed verhaal over migratie’.
Migratie, etnische identiteit, discriminatie en racisme, institutioneel of systemisch … het zullen belangrijke thema’s worden bij die verkiezingen, waarbij de ideeën daarover wel eens heel erg op scherp zouden kunnen komen te staan.
In zijn artikel verwijst Wijmenga ook naar teksten uit de Bijbel, een bepaalde lijn van denken, die we ook hier in Matteüs 10 tegenkomen.
Wijmenga gebruikt de term ’zuiverheid van de nationale gemeenschap’ in zijn artikel.
Wijmenga schrijft:
‘Zo worden in het migratiedebat regelmatig teksten aangehaald met een inclusieve boodschap. Er is echter ook een Bijbelse lijn waarin juist de samenhang en zuiverheid van de nationale gemeenschap centraal staan’.
Stevo Akkerman valt hard over die term ‘zuiverheid’ en scherpt dat nog wat aan in de kop boven zijn column:
Binnen een regeringspartij wordt dus gesproken over de ‘zuiverheid van de natie’.
Dat is politiek en historisch gezien brisant materiaal, hoogst gevaarlijk.
Akkerman noemt het nog wel ‘voer voor theologen’, maar hij is op zijn minst erg ongerust over deze lijn van denken.

Ik ken de lijn van denken van Laurens Wijmenga en die van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie niet goed, dus daarover heb ik nu geen oordeel.
Maar ik wil me niet onttrekken aan dit debat als theoloog en als Bijbeluitlegger, als jullie dominee ook.
Ik heb dus niet voor het gemak Matteüs 10 maar overgeslagen, hoewel het een lastige tekst is op een moment waarop gevoelige kwesties als racisme en discriminatie zoveel mensen op de been brengen.

4.

Er is over die ingewikkelde teksten wat uit te legen.
In het evangelie zoals Matteüs het opschrijft zit namelijk een duidelijk lijn.
De lijn van de ontwikkeling van het denken bij de mens Jezus.
Jezus is een kind van zijn tijd en van zijn volk.
Maar hij leert van de ervaringen die hij opdoet tijdens zijn rondtrekken door Israël en een paar gebieden daarbuiten.
In Matteüs 15 wijkt Jezus vanwege spanningen met de Joodse religieuze leiders uit naar Tyrus en Sidon, gebieden buiten Israël.
Daar ontmoet hij een Kanaänitische vrouw die hem smeekt om een boze geest uit haar dochtertje te verdrijven.
Jezus heeft eerst zijn aarzelingen maar hij gaat overstag als hij tot het inzicht komt dat deze vrouw, van een ander volk, een gediscrimineerde groep, als zij – in Jezus’ eigen woorden – een groot geloof blijkt te hebben.
Ik heb in maart 2017 over dat verhaalt gepreekt. Lees de preek van 12 maart 2017 hier

In dat verhaal komt Jezus tot het inzicht dat de boodschap van Gods koninkrijk, die andere wereld midden in deze wereld, ook andere volken en groepen insluit.
Zieken genezen, doden opwekken, onreine mensen genezen door ze aan te raken, boze geesten machteloos maken… het is niet alleen voor de ‘verloren schapen van het volk Israël’.
Het is voor alle volken, voor alle mensen over wie goed geherderd moet en mag worden.
Daardoor kan het evangelie naar Matteüs in hoofdstuk 28 uitlopen op zo’n weids vergezicht waarin alle volken in het vizier komen voor de belofte van Gods nieuwe wereld.

5.

Het kan bij het begrijpen van deze tekst ook helpen om te beseffen wie de eerste lezers van het evangelie naar Matteüs eigenlijk waren.
Dat waren geen gezeten burgers van een sterke Joodse samenleving met de macht en de gevestigde positie van hun cultuur en religieuze overtuiging aan hun kant.
De voornamelijk Joodse mensen voor wie Matteüs het evangelie opschrijft hadden traumatische ervaringen achter de rug.
Zij waren de weg van Jezus gaan volgen, maar werden daar op den duur om bekeken als ‘niet meer Joods’.
Jeruzalem was door het Romeinse leger aangevallen, de tempel was verwoest en de mensen die zich voor het eerst Christenen waren gaan noemen, waren naar het noorden, naar Syrië gevlucht en leefden nu in een soort vluchtelingensituatie.
Zij waren nou niet direct in de positie om zich hooghartig en afwijzend tegenover hun omgeving te gedragen.
Niet voor niets beschrijft Matteüs in hoofdstuk 9 vers 36 hoe Jezus medelijden had met de mensenmenigte, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder.
Matteüs herinnerde zich hoe Jezus om mensen bewogen was en schrijft dat nog eens nadrukkelijk op voor de mensen die nu leefden met hun traumatische ervaringen.
Zij moesten nu ook alle zeilen bijzetten, hadden het Evangelie hard nodig om te weten dat de weg die Jezus gegaan was, de goede weg was.
Ze wisten uit eigen ervaring dat ze niet overal welkom waren, dat vrede niet vanzelfsprekend was, dat ze soms verder moesten trekken omdat er geen plek voor hen was (Mt. 10 vers 14).

Aan deze mensen is de boodschap van Matteüs gericht: dat koninkrijk van vrede en gerechtigheid, van goede gezondheidszorg en ruimte voor iedereen, met rechtvaardige economische verhoudingen waarbij er voor iedereen te eten en te drinken is, waar het leven waardig en in vreugde geleefd kan worden, dat koninkrijk is er, en het is nabij!

Verlies de moed niet.
Blijf daarin geloven, blijf je daarnaar gedragen, wees een mens die met die boodschap van liefde, vrede en recht midden in de wereld blijft staan.
Dat gaat verder, veel verder dan alleen maar binnen de grenzen van een ‘zuivere natiestaat’!
Maar dat is wel  je missie, daarmee heb Ik je de wereld ingezonden.
Vergeet niet dat je daartoe door mij bent uitgezonden…

6.

Daarover nog kort een persoonlijke noot.
Morgen, 15 juni, is het precies 40 jaar geleden dat ik bevestigd werd tot predikant.
Dat ik nog eens in de Zending terecht zou komen had ik toen niet kunnen bedenken.
Het is wonderlijk gelopen en ik ben daar dankbaar voor.
Ik ben daarna ook betrokken geweest bij de uitzending van mensen naar allerlei landen op de wereld,  met allerlei opdrachten om iets van Gods ‘andere wereld midden in deze wereld’ te laten zien.
Regelmatig werd bij zo’n uitzending vanuit het Zendingshuis hier in Oegstgeest  Matteüs 10 gelezen.
Dan werd de aandacht nogal eens gevestigd op het feit dat juist hier door Matteüs de namen van de twaalf apostelen werden genoemd.
Namen, mensen met een identiteit, met hun mooie en sterke kanten, maar ook met donkere en lastige kanten. Simon Petrus en Judas Iskariot, allebei met naam en toenaam
Jezus had een bijzonder recruterings- en selectiebeleid, zullen we maar zeggen.

En daar paste ene Aart Verburg ook in.

En zovele andere namen van mensen, hier in de kerk vandaag, of thuis achter het scherm, nu of later, uit Nederland of uit welk volk dan ook.
Al die mensen met iets van de bezieling van Gods andere wereld midden in deze wereld.
Met de bezieling van Gods Geest die ons openmaakt voor alle volken.
Dat lijkt vaak nog een lange weg te gaan, maar de weg kan zo lang niet zijn, 40 jaar bijvoorbeeld, of de adem van Gods Geest is nog langer.
En het koninkrijk is dichterbij dan we vaak denken.
Kijk maar, doe maar, leef het maar.

Amen.