Matteüs 25: 31 – 46                                                    Groene Kerk, 12 november 2017

Thema

De Rechter is ook Slachtoffer; Hij houdt dat uit en houdt ons daarin vast.

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.

Hoe zit het Bijbelgedeelte dat we hebben gelezen in uw hoofd?
Welk kopje staat erboven?
Het laatste oordeel?
Het oordeel van de Zoon des Mensen, de Mensenzoon?
Er is een grote kans dat het opgeslagen zit onder het etiket ‘oordeel’.
En dat zit meestal dicht tegen veroordeling aan en afrekening.
Woorden met negatieve lading.
Soms zijn mensen die gaan overlijden ook bang voor de dood.
Niet bang om te sterven, maar bang voor het oordeel dat ons wacht voor de troon van de Rechter die ons leven beoordeelt.

Nu wordt er inderdaad scheiding gemaakt, er worden mensen beloond en gestraft, maar er is meer aan de hand dan alleen maar de grimmige sfeer van finale afrekening.

2.

Degene die spreekt is de koning, in al zijn luister, op zijn troon, in het gezelschap van engelen.
Die koning en zijn koninkrijk hebben de dood en het kwaad overleefd; zij zijn in de gloria.

Dat wordt onderstreept door het noemen van de Mensenzoon.

De figuur van de Mensenzoon kennen we uit de boeken van de profeten van Israël, bijvoorbeeld de profeet Daniël, als degene die in donkere tijden van de geschiedenis het licht door mag laten breken.
Als alles duister is en als de ondergang dreigt dan brengt de Mensenzoon hoop.
Hij heeft de kracht en de volmacht van God gekregen om een eind te maken aan onrecht en ellende, lijden en wanhoop, en hij is de belichaming van alle hoop op een wereld zoals God die heeft bedoeld.
De Evangelisten, die over Jezus hebben geschreven, zijn Jezus de Mensenzoon gaan noemen.
Het oordeel wordt dus gesproken door de koning en door de Mensenzoon.

En het rechtspreken gebeurt op de manier van de herder.

De schapen komen rechts, de bokken links.

Het is niet duidelijk hoe dat beeld van die schapen en die bokken moet worden uitgelegd.

Met bokken zouden geiten kunnen worden bedoeld die ’s nachts binnen moeten zijn omdat ze minder goed tegen de kou kunnen dan de schapen met hun vacht.

Anderen denken dat met de bokken de dieren worden bedoeld die geslacht worden.

Hoe dan ook: het beeld van de herder – en niets wijst erop dat het een slechte herder is – dus de goede herder wordt toegevoegd aan het beeld van de koning en de mensenzoon.

Degenen die het oordeel uitspreekt komt niet in beeld als een grimmige, harde rechter die van zijn macht geniet.

Het is de Mensenzoon, de herder-koning, die ons leven beoordeelt.

3.

En deze mensenzoon-koning-herder komt nog op een andere manier voor in dit Bijbelgedeelte.

Hij zegt:

Alles wat jullie gedaan hebben voor één van de onaanzienlijkste van mijn broeders en zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.

De mensenzoon-koning-herder duikt op in de gestalte van een mens met honger, met dorst, als een vreemdeling, gevlucht of verbannen, een asielzoeker, niet ingeburgerd in ieder geval, naakt, een armoedzaaier zonder aanzien, een zieke en zelf een veroordeelde, in de gevangenis.

Hij identificeert zich met de mensen die het niet gemaakt hebben in het leven, de loosers, die niets moois te melden hebben op facebook of Instagram.

De mensen die door andere mensen niet worden gezien, oud en ziek, of misbruikt en uitgebuit, niet opgevangen door de wet- en regelgeving van hun samenleving, genegeerd of als economisch en sociaal niet interessant aan de kant geschoven.

Hun stemt telt alleen bij de verkiezingen, maar daarna wordt hij niet meer gehoord.

We krijgen God en de mensenzoon Jezus dus te zien in de beide uitersten van het leven: als de koning op de troon van het koninkrijk waarin de narigheid van de geschiedenis overwonnen is en als degene die alle narigheid zelf aan den lijve ondervonden heeft en dus zal blijven ondervinden zolang er mensen blijven lijden, tot het eind van de geschiedenis.

De koning kent de luister van de troon èn de ellende van de goot en de dood.

De rechter weet zelf ook wat het is om slachtoffer te zijn.

Wie zijn dan de onaanzienlijkste, de geringste van zijn broeders en zusters?

Toen Mattheüs zijn versie van het Evangelie opschreef zal hij gedacht hebben aan zijn geloofsgenoten.

In hoofdstuk 10 heeft hij met ongeveer dezelfde woorden geschreven over de discipelen die er toen door Jezus op uitgestuurd werden om de boodschap van het Koninkrijk van God te verkondigen.

De boodschap van liefde en gerechtigheid, van vergeving en compassie, was een mooie boodschap maar werd niet overal goed ontvangen.

Soms was haat en verzet het antwoord.

En in de tijd dat Mattheüs zijn evangelie opschreef waren er volgelingen van Jezus die in het begin blij waren geweest met de boodschap maar later hadden ze het verzet ertegen, tot vervolgingen aan toe, mee moeten maken.

Zij beleefden diezelfde spanning, diezelfde paradox, grote tegenstelling als de koning in dit verhaal: met een mooie hoopvolle boodschap in het leven staan en dan vastlopen in het verzet ertegen.

Net als de koning die ook wist wat het is om slachtoffer te zijn, weten de gelovigen van de hoop en de blijdschap van het Evangelie, maar ook van de tegenslagen en het verdriet waardoor je je geloof zou verliezen.

5.

Die spanning, die paradox wordt niet alleen in het christelijk geloof beleefd.

In alle culturen en godsdiensten wereldwijd vinden we die spanning terug:

Er zijn visies, visioenen, profetieën, regels en wetten om het leven goed te maken en goed te houden, maar mensen handelen er niet naar.

Mensen maken elkaar slachtoffer van hun eigen optreden en gedrag, of juist vanwege het niet optreden, het wegkijken en niets zeggen.

Het negeren en doen of je neus bloedt is soms nog erger dan dat je iets verkeerd doet…

En hoe houd je het dan vol om te blijven geloven in een betere wereld en er met overtuiging aan te werken?

Hoe houd je het uit om te blijven hopen op een goed klimaatakkoord en de uitwerking daarvan, van een goed zorgstelsel en het vrijmaken van de fondsen daarvoor, van een rechtvaardig belastingstelsel en de handhaving daarvan?

We leven met die paradox van mogelijkheden en onmacht, van hoop en teleurstelling, van vertrouwen en beschadigd worden.

Dat je in het leven wilt staan aan de goede, de menselijke kant staan en dat je tegelijkertijd jezelf telkens weer aantreft in het kamp van de machteloosheid.

6.

Wat is dan de boodschap van dit Evangelie gedeelte?

Moet het ons bang maken voor het oordeel?

Dat wij afgerekend worden op wat er niet goed gegaan is in ons leven?

Moeten we onze overledenen gedenken met de onzekerheid dat we niet weten hoe het met hen is gegaan of zal gaan als de koning zijn oordeel over hun leven uitspreekt?

Nee, het verhaal over het oordeel door de herder-koning-mensenzoon gaat vooral over de belofte die ons sterk mag maken om te blijven hopen en zorg verlenen, om te blijven vertrouwen en liefde niet los te laten, om verdriet niet te ontkennen en ook te kunnen troosten.

Want dat is de belofte van het evangelie van de Mensenzoon?
Er komt een eind aan dat wat niet past bij het koninkrijk dat als sinds de grondvesting van de wereld voor ons bestemd is.

Het kwaad dat in de wereld is geslopen, alles wat zo zonde is van wat God zo goed heeft gemaakt en bedoeld, zal worden opgeruimd.

Gods nieuwe wereld zal niet in vlammen opgaan.

Wel alles wat weg moet, wat opgeruimd moet worden, wat het leven kapot maakt.. dat zal verbrandt worden in het vuur om de wereld en het leven weer puur te maken.

7.

Dat is de belofte die ons hoop en vertrouwen geeft.

Maar zover is het nog niet.

Ook onze geliefden die gestorven zijn, die geleefd hebben met de hoop op de Messias, zijn gestorven met diezelfde hoop.

Omdat Gods nieuwe wereld nog niet totaal is doorgebroken.

Soms denk je dat je er een begin van mag zien, maar op andere momenten lijkt het wel of je er nog totaal niets van ziet.

In die tussentijd leven wij in de spanning van die paradox van hoop en het nog niet zien.

Zoals God, zoals Jezus leeft in die paradox: Mensenzoon is op zijn troon en tegelijkertijd is hij bij de mensen die het niet redden.

En we onderhouden die hoop, dat geloof met het symbool dat zelf ook die spanning van Jezus’ leven en sterven en opstanding verbeeldt.
Brood dat we breken

Wijn die we uitschenken.

Aan den lijve is Hij kapotgegaan aan het leven.

Het heeft hem hart en ziel en bloed gekost.

Maar hij deelde, en deelt nog, brood om te leven en wijn om te bezielen

Om het uit te houden in de paradox van het leven.

Om te doen wat je kunt doen als je de kans krijgt.

En we weten heel goed wat we te doen hebben:

Zorgen voor eten en drinken voor iedereen, zieken bezoeken, gevangenen ook, al die dingen die je kunt doen voor mensen die het zelf – even – niet redden.

En leren om te ontvangen wat je nodig hebt als je het zelf – even of tenslotte – niet meer redt.

Midden in de paradox van het leven, tussen het soms zelf wel kunnen redden en dan weer niet, tussen soms krachtig geloven en dan weer twijfelen, tussen getroost zijn in je verdriet en dan weer rouw voelen, tussen vertrouwen en bang zijn, ontvangen wij de tekenen van de paradox van Jezus leven.

En het sterke van dit Evangelie is dat Hij uiteindelijk de paradox overwint.

Want hij leeft, met ons, in onze en dus in zijn ellende.

En tegelijkertijd leeft Hij in zijn en dus in onze gloria.

Amen

 

Gebeden:

Algemene diaconale doeleinden

Werk van de kerk

Bij het breken van het brood en uitschenken van de wijn:

Het brood dat wij breken verbindt ons met het lichaam van Christus

De wijn die wij drinken bezielt ons met de Geest van Christus