Gebed van toenadering
Lieve God,
Verlangen brengt ons naar uw huis.
Ons verlangen naar U,
Naar echt leven.
Maar ook uw verlangen naar ons
Waarover wij elkaar vertellen
Waarmee we elkaar moed inspreken.
Voed ons en stil het verlangen.
Hier, in elkaars nabijheid.

Amen

Kyrie gebed, 3 intenties afgewisseld met lied 463 : 6, 7, 8

Gebed van de zondag

Met de kinderen

Eerst het lied samen zingen.
Waarover gaat dat?

Somber en donker.
Dan hoop je op licht!

Licht… hoe doen we dat bij ons in de kerk?
Dan de derde Adventskaars aansteken.

Dat is onze manier van licht in de kerk maken.

Als Sefanja droomde van licht, wat zag hij dan met zijn ogen dicht?
Hoe maakten ze licht in de kerk, in de tempel in de tijd van Sefanja?

Dat zien we straks als jullie uit de KND iets meebrengen voor de wolk op het bord hier.

Na de Kindernevendienst kwam er een uitgeknipte versie van een Menorah (zevenarmige kandelaar) op het bord in de wolk van gedachten/dromen bij de derde zondag in Advent.

Tekst voor de preek: Lucas 3, 9a
‘Ja, de bijl ligt aan de wortel van de boom…’

Thema:
Geen donderpreek, maar wel een vraag naar jouw wortels en wat daarop groeit!

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.
We deden bibliodrama over Lucas 3, het Bijbelgedeelte dat we net gelezen hebben.
Over Johannes de Doper en de mensen die naar hem toekwamen.
En het ging aan het begin al ‘fout’.
De mensen kwamen aan schuifelen, waren nieuwsgierig, maar nog wat aarzelend, wilden wel gedoopt worden, maar ze wilden Johannes toch vooral eerst eens horen.
Hij scheen, in de traditie van de profeten, heel goeie donderpreken te houden…
De mensen verwachtten dus een donderpreek, uit de mond van een man met een woeste baard en vlammende ogen, een ruige mantel, een woestijnbewoner… een spektakel.
Maar het ging direct al ‘fout’ want daar stond een rustige Johannes, eerder wat bedremmeld dan een schreeuwer.
En hij vroeg: wat zoeken jullie?
Wat komen jullie doen?
‘Ja’, zei degene die de rol van Johannes speelde later, ’ik ben niet goed in schelden.’
Dus begon ik niet te schreeuwen tegen de mensen maar stelde ik een vraag.
Was de profeet een softie geworden?
Daar kom ik straks nog op terug.

2.
Het was voor de mensen die naar Johannes toekwamen wel een verrassing.
Ze kwamen om Johannes te horen uitpakken.
Addergebroed!
Ze wilden horen over de slangenkuil, over het gif, over wat niet deugde en vooral over WIE niet deugde.
Wie zou Johannes vandaag weer op de hak nemen?
De Farizeeën en de priesters, of Herodes en Pilatus, de kerk, de politiek, de economische misstanden, de onveiligheid en de criminaliteit, de rijken, de machtigen en hun gebrek aan besef van hoe het leven aan de onderkant van de samenleving eruitziet?
Zou Johannes een geel hesje (‘gilet jaune’) aanhebben of daar juist tegen te keer gaan? Johannes als vertolker van de ‘boosheid’ van het volk?

Zo is het zo vaak gegaan in de geschiedenis, dat er iemand nodig was om de boosheid van het volk te verwoorden.
En heel vaak is het misgegaan in de geschiedenis omdat de vertolkers schreeuwers waren die uiteindelijk niet het belang van de mensen dienden maar toch weer hun eigenbelang.
Veel schreeuwers werden dictators.

Het schelden is weer overal om ons heen, misschien ook wel dichterbij dan alleen ‘om ons heen’…
Schelden op de instanties, het systeem, de bureaucratie, de buitenlanders, de corruptie, de ‘andere’ godsdiensten, andere culturen…
Waar de gesprekken vastgelopen zijn wordt tenslotte alleen nog maar gescholden of geroepen om het vertrek van de ‘zondebokken’.
En in Nederlandse straattaal bekt het lekker al je wilt roepen wat we om ons heen in Europa zien en horen:
May, moevuhh! Macron, moevuhh! Merkel, moevuhh!, Michel, moevuhh!
En voor Rutte kunt u wel verzinnen hoe dat op straat zou klinken.

Ja, we zouden in onze tijd ook niet opkijken van een boze Johannes met een donderpreek.

3.
Johannes had overigens alle reden had om te schelden op Augustus, Herodes en Pilatus.
En hij dééd dat ook, zoals blijkt uit het vervolg van wat wij lazen.
Maar in ons tekstgedeelte nog niet.
Hier richt Johannes zich nog tot de mensen van zijn eigen volk, tot de mensen die naar hem toekomen, misschien wel omdat zij ook niet tevreden zijn met hun samenleving.
Hij spreekt hen aan met adderengebroed en komt met het beeld van de bijl aan de wortel van de boom.
En wij verwachten dan heftige beelden van hakken en spaanders, en omvallende bomen, gekraak, donder en geweld, een grote klap, de boom geveld.

Maar wát als de focus van het beeld nou eens niet is op de boom, de spaanders en het brandhoutgehalte van de boom die geen vruchten draagt?
Of geen goede vruchten in ieder geval.
Als de focus nou eens op de wortel ligt?
De bijl ligt aan de wórtel van de boom.
De aandacht gaat naar de wortel.
Dat is de vraag!

Jullie noemen jezelf kinderen van Abraham.
Als dat je principe is, je wortel, het startpunt van je bestaan dan is de vraag: leef je nog wel uit die wortels?
En natuurlijk is de enige manier om dat te kunnen constateren door naar de vruchten te kijken.
Wat voor hout en wat voor vruchten groeien er uit jullie, geworteld als jullie zijn in Abraham en zijn roeping om tot een zegen te zijn voor alle volken?
Komen jullie levenssappen wel uit die wortels die vruchten van zegen doen groeien?
Of is er gif geslopen in jouw systeem?
Heeft de slang, beeld van het kwaad uit de oertijd, kans gezien om bij jullie een infuus met zijn giftige sappen aan te brengen?

4.
Vorige week hebben we al gehoord over het verlangen naar vrede, recht en gerechtigheid, troost en bevrijding als bron voor de roeping van Johannes.
Want zeker, in de traditie van de profeten is er veel boosheid en benoemen van wat niet deugt.
Profeten kunnen kras zijn over brandhout en over vergiftigd fruit.
Maar hoe donker het ook is in die onheilsprofetieën: uiteindelijk komt er een lied van verlangen, een boodschap van hoop.
Sefanja weet ook van uitpakken over wat er misgegaan is, tot in het hart van Jeruzalem toe.
Het is niet niks wat we daarover lezen in de eerste twee hoofdstukken van Sefanja.
Maar als God weer in haar midden komt, terug is in dat Jeruzalem, midden tussen het brandhout en het puin, dan zal er bevrijding komen van onderdrukking.
Dan komt de liefde tot bloei en zal de vreugde de boosheid verjagen.
Sion zal weer zingen, omdat ze haar wortels weer heeft gevonden en het gif is afgekoppeld.

5.
Dat roept bij die figuur van Johannes de Doper bij de Jordaan nog een ander beeld op.
Hier staat niet alleen een ruige boeteprediker.
Hier staat de man uit Psalm 1: een rechtvaardige, geplant aan stromend water, met zijn wortels in God en Gods woorden en wetten, in Gods beloften.
Dopen is bij Johannes; water geven aan je wortels om weer te groeien in God en te worden wie je van God uit gezien, mag worden.
Wie wortelt in dat water zal vruchten dragen die passen bij die wortels.
Vruchten die passen bij de voeding die jouw wortels vinden bij God.

6.
De Johannes in het bibliodrama kon niet schelden.
Maar wel een vraag stellen.
Wat zoek je?
En de vraag is scherp en kritisch, nodigt uit tot zelfonderzoek.
‘Ben jij gegroeid vanuit je wortels, of is er sprake van wildgroei?’
Dat is geen ‘softe’ vraag!

Er komen drie groepen mensen in beeld die vanuit hun verlangen naar echte groei, geworteld in God, vragen wat zij moeten doen.
Dat zijn:
1) mensen die het goed hebben, met genoeg voedsel en kleding
2) de tollenaars, belastingambtenaren
3) soldaten.
En ze krijgen van Johannes individueel advies of opdrachten.
Als je kleding over hebt; geef het weg. Eten? Net zo.
Belasting innen: doe het eerlijk.
Soldaat – in Johannes situatie vooral ordetroepen, meer politie-achtig zouden wij zeggen: maak geen misbruik van je positie!
Eenvoudige opdrachten, denk je dan.

Maar kijk even iets verder.
Het gaat om eerlijke verdeling van basisvoorzieningen, de primaire levensbehoeften: voedsel en kleding.
Belasting; dat gaat over rechtvaardige economische verhoudingen, gereguleerd vanuit de overheid.
En soldaten, defensie en politie: dat gaat over recht en vrede, over veiligheid en orde.

De mensen krijgen schijnbaar eenvoudige opdrachten van Johannes.
Maar als zij goed wortelen in Abraham en in Abrahams God, groeit daaruit een prachtige samenleving.
Met genoeg basisvoorzieningen voor iedereen, een rechtvaardige economie en veiligheid voor iedereen.

7.
Nog even: in Advent kennen we nog een ander verhaal over wortel en tak: de spruit die groeit op de stronk, de wortel van Isaï. (Jesaja 11 vers 1 en volgende!)
Over die spruit uit het geslacht van Isaï , over Jezus, zegt Johannes:
Hij is groter dan ik.
En hij zal de vruchten die uit de goede wortels voortkomen verzamelen.
Als graan in zijn schuur.
Hij is zelf zo’n vrucht, gegroeid uit God.
En het graan wordt brood en het brood wordt gedeeld.
Wie dat brood eet en bezield raakt met zijn leven bij het drinken van de wijn, die weet dat hij/zij wortelt in het leven zelf.

De bijl ligt aan de wortel.
En de focus is niet op het brandhout van ons leven; dat mag wel weg.
Opruimen die rommel!
De focus is op nieuw leven vanuit die wortel.
Daar begint de vreugde opnieuw.
De derde zondag van de Advent; het licht van Kerst komt al door het paars van de bezinning en de inkeer heen.
Voor heel de wereldsamenleving kan er op die wortels iets moois groeien…

Amen.

Brood:
Het brood dat wij breken verbindt ons met Christus en met elkaar

Wijn:
De wijn die wij uitgieten bezielt ons met de levensgeest van Christus