Openbaring 7: 2 – 12                                                                     GWK, 29 oktober 2017

Gebed van toenadering

Eeuwige, God, bron van leven,
voor generaties die ons voorgingen,
voor onze generatie
en voor wie na ons komen,
Wij zoeken verbinding met U
Om echt te kunnen leven.
Dat verbindt ons met elkaar
En met zoveel anderen, wereldwijd.
Schenk ons leven uit U.

Amen

Psalm 46

Smeekgebed

Omdat wij weten van troost, weten we hoe erg het kan zijn als je ontroostbaar bent.
Wij weten van de kracht van de hoop, als we merken hoe wanhopig mensen kunnen zijn.
Wij weten van recht, omdat onrecht en rechteloosheid er zo om vragen.
Wij beseffen de gave van het leven, juist als we beseffen hoe dreigend de dood is.
Genade en barmhartigheid zoeken wij vanwege de rauwheid van de zonde in leugen en bedrog, die mensen beschadigt, onszelf en de ander.
In een wereld waarin die hardheid de overhand lijkt te hebben, toepen wij tot U.

Lied 299f…

Gebed van de zondag

Woorden, muziek, brood en wijn, mensen, bekend of minder bekend, deze plek, een hoog dak op oude muren waartussen namen hebben geklonken, lief en leed is gevierd; dat alles vraagt om bezieling.

God beziel ons en alles met uw Geest en laat ons leven!

Door Jezus Christus, onze Heer,

Amen

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.

Als u het al niet wist zal het u misschien opgevallen zijn:

In het eerste lied dat we vandaag zongen, psalm 46, kwam twee keer de regel voor:

Een vaste burcht is onze God.

Die woorden zijn bekend geworden als de titel van een lied van Maarten Luther.

Dat wordt door sommigen ook wel ‘het’ Lutheriied genoemd maar hij schreef er meer; wij kennen minstens 37 liederen van Luther.

Boven het lied dat wij kennen als ‘Een vaste burcht…’ – we zingen het straks na de preek – schreef Luther inderdaad: de 46ste psalm.

Hij maakte er een eigen, vrije bewerking van.

Ik heb psalm 46 en het lied van Luther gekozen omdat het overmorgen 31 oktober is.

Die dag is of wordt hier en daar nog steeds door protestanten gevierd als Hervormingsdag.

Op 31 oktober 1517 werden de 95 stellingen van Luther, bedoeld om een theologisch debat op gang te brengen, bekend gemaakt.

Achteraf wordt het publiceren van die stellingen gezien als het begin van de Reformatie, het ontstaan van de protestantste kerken en dat is dit jaar, overmorgen dus, 500 jaar geleden.

Nu ga ik geen lezing houden over 500 jaar Reformatie of onaangekondigd Hervormingsdag met u vieren, maar ik wil het niet ongenoemd laten omdat juist bij de gedachtenis van onze overledenen zo duidelijk wordt waar het in de Reformatie om ging.

2.

Luther maakte zijn 95 stellingen bekend aan de vooravond van Allerheiligen en Allerzielen (1 en 2 november), feestdagen die in zijn kerk, de Rooms-katholieke kerk toen nog, gevierd werden.

Op 1 november is de gedachtenis van alle heiligen, de mensen die een aparte status hebben gekregen en op 2 november de gedachtenis van alle ‘gewone’ gestorvenen (zielen).

Over dat onderscheid kun je struikelen, je kunt je druk maken over voorstellingen van de hemel en over waar de gestorvenen nu zijn en of er daar rangen en standen zijn, heiligen en minder heiligen,  een tweedeling of een kloof in de hemelse samenleving zal ik maar zeggen…

En of er een vagevuur is en of je mensen daaruit kunt halen door hier een flinke duit in de kerkzak te doen, de aflaathandel waar Luther tegen protesteerde…

Over al die dingen kun je in debat gaan en Luther wilde dat ook, maar het draait eigenlijk allemaal om de vraag: hoe waardevol is een mensenleven.

Of nee, dat klinkt veel te economisch…

Het draait erom dat elke mens telt voor God, kostbaar is in Gods ogen.

De Reformatie is bedoeld geweest om opnieuw vorm te geven aan de kerk die vooral kerk is, of moet zijn, om te laten zien dat in de onafzienbare mensenmenigte, niet te tellen – zegt Openbaring 7 – , uit alle landen en alle volken, van elke stam en taal, uit alle lagen van de bevolking in alle culturele en andere diversiteit, dat in de mensenmenigte van Openbaring 7 elk mens voor God telt, dat er voor iedereen een wit gewaad is, dat iedereen mag stralen in Gods aanwezigheid.

Of omgekeerd, dat Gods heerlijkheid, zijn glans en glorie zichtbaar wordt in elke mens.

Luid riepen ze: De redding is van onze God die op de troon zit en van het lam.

3.

Daar gaat die Reformatie over, niet alleen toen, met Luther, maar altijd weer in de kerk en de kerkgeschiedenis moet het daarom gaan: hoe worden mensen zichtbaar in het licht van God en hoe wordt Gods licht zichtbaar in mensen.

Daarom herdenken we die 500 jaar Reformatie ook samen met de broeders en zusters van de Rooms-katholieke kerk, daarom deed de Paus mee, omdat de kerk altijd opnieuw vorm moet vinden om die boodschap goed over te krijgen.

In elke taal en elke cultuur.

Semper reformanda.

Altijd aan het hervormen of reformeren.

Het is nooit af, niet bij protestanten en et bij katholieken, we hebben het nooit helemaal voor elkaar omdat er altijd weer nieuwe mensen zijn en omdat er altijd weer mensen zijn die weg dreigen te rommelen in het donker van de geschiedenis.

Het zal gaan om mensen te redden, boven water te houden of boven water te halen, niet af te voeren en over ze heen te lopen.

Het gaat om mensen bewaren.

Bij God, ja, om ze in Gods naam te bewaren.

4.

Daar draait het in het hele boek Openbaring om.

Wat een geweld is er in de geschiedenis, wat een dreiging, ramp op ramp!

Waar komt het vandaan, waar moet het naartoe?

Maar de boodschap is: mensen hebben een zegel op hun voorhoofd.

Sommigen leggen dat uit als een notariszegel; God heeft ‘eigendomsrecht’…

Prima.

Anderen zeggen: nee, dat is het zegel waarover de verliefde bruid het heeft in Hooglied, als ze tegen haar bruidegom zegt: draag mij als een zegel aan je hart, innig verbonden.

Ook goed.

Het gaat er in die innige verbondenheid om, dat je niet kwijt raakt, niet verloren gaat.

Wat dacht u; Johannes ziet 144.000 mensen, 12000 uit iedere stam van Israël.

Met naam en toenaam genoemd.

Maar die stammen bestaan op het moment dat Johannes dit visioen heeft al lang niet meer.

In ieder geval die 10 stammen zijn al in de geschiedenis verdwenen, niet meer te traceren.

Weg gerommeld in de geschiedenis.

Schrikbeeld van alle generaties, dat je er met zijn allen aan onderdoor gaat en er op een gegeven moment niet meer bent…

Verbrand, vergast, verhongerd, verdronken, vervuild met je leefomgeving mee.

En wat ziet Johannes: ja ze zijn er nog, in een heilig getal; gaaf bewaard.

God dank!.

Dankzij dat zegel!

Van de notaris of van de liefde; hoe dan ook: het zegel van God.

5.

Daar gaat psalm 46 over:

Al staat geen berg meer vast, al dreigen

De zeeën overhand te krijgen…

Hij is met ons, Hij wendt ons lot,

Een vaste burcht is onze God.

Het lied van Luther is in het verleden wel gezongen als een soort marslied bij de strijd tegen vijanden.

Hij heeft het waarschijnlijk in 1527 geschreven, in 1529 is het gepubliceerd.

Luther moest zich toen, 10 jaar na de reformatie, al heftig verweren tegen de Rooms-katholiek kerk, tegen het instituut met macht.

De Rooms-katholiek kerk zou dan de vijand van de protestanten zijn geworden.

Nou, daar zijn genoeg akelig verhalen over te vertellen, over hoe dat gegaan is in de geschiedenis.

Het kan ook zijn dat hij de dreiging voelde van de Turken die in 1529 met hun legers voor de poorten van Wenen lagen.

Maar het is geen marslied, de burcht is niet een uitvalsbasis voor veldslagen tegen de vijand.

Juist omgekeerd: de macht van de vijand zal ijdel blijken te zijn.

Dat soort macht houdt geen stand.

De macht van Jezus, de macht die de mensen uit de zaligsprekingen uit Matteüs 5 – vandaag gezongen – in het licht zet, die houdt stand.

God staat ons terzijde om, wie als ongezien en ongeteld verloren dreigt te gaan in het geweld van de tijden, te bewaren.

6.

Zo gedenken wij onze doden.

Hen voor wie de dood te vroeg kwam of, probleem van onze tijd waar we zwaar mee worstelen; voor wie de dood ‘te laat’ kwam en die zò langzamerhand tot uit de samenleving ‘weggemoffelde of weg gerommelde’ mensen werden..

Vooral die mensen die hun leven verloren, of hun waardigheid, hun menselijkheid, beschadigd, beschuldigd, misbruikt, verdronken op zee, gestorven aan de hoop – zo stond het in de krant bij de rouwadvertenties gisteren, in een oproep om vandaag ook de omgekomen vluchtelingen te gedenken.

7.

500 jaar Reformatie en het is nog niet af.

Het zal wel zo blijven; de kerk moet altijd weer op zoek naar een vorm, naar manieren om de boodschap van dat Evangelie te laten horen en te laten zien:

mensen tellen mee, levend of gestorven.

Daarom is het zo goed dat we als protestanten onze overledenen gedenken rond Allerheiligen.

Het gaat er niet meer om dat we kunne zeggen; dat is voor de Katholieken en dit is voor de Protestanten.

Het gaat er om dat we samen, in deze samenleving, waarin rond deze tijd op allerlei manieren aandacht is voor de overledenen omdat veel mensen de kerkelijke manieren en rituelen om onze overledenen te ‘bewaren’ niet meer kennen, dat we daar samen zoeken naar vormen om mensen met die boodschap te bereiken.

Er zijn lichtjesavonden, kinderen wordt geleerd om niet bang voor doden te zijn door zich aan griezelen te wennen (Halloween).

Allemaal manieren om te zoeken naar hoe we de boodschap van de waarde van mensen, gewone en bijzondere mensen, bewaren.

Het Evangelie heeft daar boodschap aan, aan die cultuur.

Die energie van het gedenken is niet gericht op het willen terughalen naar het leven van wie gestorven zijn, hoe graag je dat ook zou willen.

Nee, zij zijn bij God, na hun leven.

Laten we dat geheim nu maar aan God laten.

En Openbaring geeft ons een beeld van hoe gaaf dat ‘bewaard worden bij God’ is.

Voor ons gaat het gedenken van de overledenen om de verbondenheid met diezelfde energie, of het nou van God komt zoals in psalm 46, of van Jezus Christus in het lied van Luther of van de heilige Geest die onze geest aanraakt…

Als het leven maar bewaard wordt.

Hier en nu en straks.

En liefst zo gaaf mogelijk.

Amen.

 

Gedachtenis

We zullen nu de namen noemen van de leden van onze gemeente die gestorven zijn tussen 1 oktober 2016 en 30 september 2017.

Na het noemen van een naam steekt de ouderling of de diaken een kaars aan.

Aan het eind van de dienst is er voor u allemaal nog de gelegenheid om een gedachteniskaarsje aan te steken voor mensen die vandaag in het bijzonder in uw hart en in uw gedachten zijn.

Laten we hen gedenken zoals de dichter Barnard schreef in een gedicht dat als lied 732 is opgenomen in ons liedboek:

Voor de toegewijden,

stillen in den lande,

die van binnen brandden

met een heilig vuur,

danken wij U Heer.

Vaders die ons leidden,

moeders die ons droegen,

niet alleen van vroeger

zijn ze, maar ze zijn van nu,

want ze zijn van U.

Danken en bidden

Dankgebed over de gaven/diaconale voorbeden hospices De Mare en Xenia

 Vader, als alles goed met ons gaat staan we daar vaak niet zo bewust bij stil. Dit geld ook voor onze gezondheid. Daar denken wij vaak pas aan als het minder goed met ons gaat.  Onbewust houden we ziekte en verdriet ook liever op afstand.

Wij danken u daarom voor mensen die aandacht en zorg geven aan wie langdurig ziek of stervend zijn. Wij danken u voor de Hospices De Mare en Xenia die professionele en liefdevolle hulp en aandacht geven in soms complexe en langdurige ziekteprocessen.

Wij danken u dat deze mogelijkheid voor hen die sterven gaan of hen die intensieve zorg behoeven, kan worden geboden.

Wij bidden u om kracht en uw liefdevolle aanwezigheid voor hen die verpleegd worden en voor degenen die zich hiervoor inzetten, en naasten willen zijn. Wij bidden u om uw nabijheid.

Vader wij vragen u om uw zegen over onze gaven voor deze beide Hospices. Dat onze bijdrage tot steun mag zijn.

Ook vragen wij uw zegen over onze gaven voor het plaatselijk kerkenwerk, opdat dit werk vrucht mag dragen.

Daarom bidden, daarom zingen wij

Eeuwige, wij hebben namen genoemd.

De verhalen bij die namen zijn bij ons.

Mooie en verdrietige verhalen, verwerkt en nog onverwerkt.

En nog veel meer namen komen boven als we stil zijn en denken of gedenken.

Voor hen en voor onszelf

Bidden wij en zingen:

Voor wie op de vlucht zijn, of niet meer zijn… gestorven vanwege de hoop waarmee ze op weg gingen of vanwege de wanhoop waardoor ze op weg moesten bidden wij.

Voor wie verantwoordelijkheid dragen voor recht en gerechtigheid; geef wijsheid en moed.

Voor wie misbruik maken van de situatie en mensen afpersen: geef de moed om om te keren.

En laat uw kerk wereldwijd steeds weer opnieuw de wegen en de manieren vinden om van u als de Bewaarder van alle leven te getuigen.

Daarom bidden wij en zingen:

Maaltijd van de Heer