Handelingen 2: 1 – 24

Thema:
Pinksteren; het hart hebben om puur te zijn…

Gebed van toenadering

Op het eerste Pinksterfeest
werd de boodschap van uw grote daden
in alle talen verstaan.
Vrede en welzijn voor alle volken.
In onze tijd is die vrede vaak ver te zoeken
en de boodschap stuit op weerstand.
Kom krachtige Geest van God
overwin ons verzet
en schenk ons uw vrede
wereldwijd en zielsdiep.
Amen.

Gebed om ontferming
Vanwege mensen die elkaar wel horen
maar niet verstaan,

Vanwege harten die koud geworden zijn
en naar wapens en terroristische aanslagen grijpen
vanwege haat en verdeeldheid die alleen maar meer verdeeldheid zaaien

Vanwege mensen die het goede voor uw aarde en uw mensen zoeken
moeizaam akkoorden bereiken en proberen te realiseren
en vanwege mensen die akkoorden opzeggen
en alleen maar de taal van ‘eigen belang eerst’ lijken te spreken,

bidden wij en roepen tot U…

Heer Ontferm U! : lied 299e

Met de kinderen
We hebben aan het begin van de dienst elkaar begroet in verschillende talen.
Hoe vond je dat?
Beetje gek?
Moeilijk?

Ik vond het leuk om de talen te kiezen.

Kennen jullie al een andere taal?
Welke dan?

Zullen we eens kijken hoeveel talen er in onze kerk zitten?

Jootje: Indonesisch
Pavlos: Grieks
Elizabeth, hoe goed is jouw Grieks?
Huizers: Koen: Amerikaans
Wendelmoet: Arabisch

Allemaal hier om iets over Gods liefde voor mensen te horen.
En dan verder te vertellen of door te geven met woorden en daden
Ieder op zijn eigen manier.

Daar helpt de Heilige Geest ons bij.
Pietia gaat daar nog iets meer over vertellen.

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.
Wie Pinkstereest viert speelt met vuur.
En loopt dus risico.
Dat is één van de motieven bij Pinksterfeest: vuur en het effect daarvan.

Ik heb in een eerdere Pinksterdienst wel eens de aandacht gevraagd voor het motief van de wind.
Joris Huizer haalde toen zijn fiets op en bracht hem hier in de kerk.
We lieten één van de banden een beetje leeglopen en probeerden die toen weer op te pompen.
Het ging over wind of lucht die je wel hoorde maar niet zag en die wèl belangrijk is om lekker te kunnen fietsen.
Met een lekke band kom je niet ver.

Of die keer met een ballon: heel hard opgeblazen maar toen geen knoop gelegd en de ballon losgelaten: hij stoof alle kanten op.
Toen ging het over de Heilige Geest als stuwkracht.

Vandaag aandacht voor het aspect van het vuur.

2.
Vuur  komt in de Bijbel in allerlei betekenissen voor.
Eén ervan is de betekenis van ‘zuiver maken’.
In het Grieks schrijf je het woord vuur ook met een p: puur (puros / pyromaan).
Bij de profeet Zacharia komt die betekenis ook nadrukkelijk naar voren:

God zegt over zijn volk: Ik zal het louteren in het vuur: ik zal hen smelten als zilver en zuiveren als goud. Zij zullen mijn naam aanroepen en ik zal antwoorden. Ik zal zeggen: ‘Dit is mijn volk,’ en zij zullen zeggen: ‘De HEER is onze God.’

Vuur verbrandt de rommel, het afval, en je houdt zuiver zilver of zuiver goud over.
Petrus heeft het in één van zijn brieven over de vuurproef: wat puur en zuiver is blijft over.

Dat is dus het risico dat je loopt als je Pinksteren viert: dat je op zijn minst bevraagd wordt op je zuivere kern, op het puurheidsgehalte in je leven.

3.
Uit het boek van de profeet Ezechiël lazen we die tekst over God die zijn volk een nieuw hart wil geven; een nieuwe geest in hun binnenste.
Dat is voor Ezechiël een heel belangrijke kwestie.
In hoofdstuk 18 en hoofdstuk 36 komt hij nog een keer met die beelden terug.
En steeds weer gaat het over terugkeren tot de kern.
Heroriëntatie, opnieuw focussen.
Waar komt het op aan in jouw, in jullie leven; kom terug uit de vervuiling die is binnengeslopen, de verdeeldheid en de versnippering van je bestaan.
Wordt weer heel, een mens uit één stuk.

Het begint ermee dat God zijn mensen, in dat geval het volk Israël, thuis haalt uit de ballingschap.
Ze zijn vanwege ‘vervuiling’ terechtgekomen op een plek waar ze niet horen.
Waar ze niet goed kunnen zijn wie ze zijn, namelijk:
Volk van God dat getuigt van Gods kijk op het leven zoals in de tien regels voor het leven, de tien woorden voor een weg van leven, de tien geboden.
Dat zouden ze moeten zijn en dat zijn ze niet meer.
Ze zijn ‘verrommeld’…

God zal ze terug brengen van plaatsen waar ze niet horen, die hen geen goed doen.
Dat is dan ook de eerste vraag aan ons:
Waar bevinden wij ons?
Wat doen de plekken waar wij ons begeven, met ons?
Zijn we er thuis, zijn we ons eigenlijke zelf of niet?

En dan, als ze terug zijn in hun eigen land zal er een tweede opruiming plaats moeten vinden: verwijder alle afgoden, al de gruwelen die je in huis hebt gehaald.
Of het nu gaat over afgodsbeelden, toen, of over denkbeelden die meer kwaad doen dan goed, nu,:
het gaat om wat het leven beschadigt, rauw en hard maakt en mensen van zichzelf vervreemdt.
Van terrorisme tot economisch onrecht, of economisch kromrecht – het mag dan misschien wel maar het hoort niet… van verdeeldheid tot en met  het tegen elkaar uitspelen van mensen en groepen, het haatzaaien: het is je eigen samenleving geslopen.

Kom terug van wat je bitter maakte, laat los wat aan jou vreet en maar blijft knagen.
Kom terug tot je kern, ruim op, doe weg wat je niet helpt om de pure mens te zijn die God in je ziet.

4.
God zelf zal daarbij helpen: het hart van steen, de hardheid, de verkramptheid zal hij uit ons binnenste, uit onze kern verwijderen.
En daarvoor in de plaats kom een nieuw hart, een nieuwe geest.
Dat hart wordt met twee woorden beschreven:
Het is één hart: echad, zoals God één is: God uit één stuk, puur, niet vervuild of versnipperd of verscheurd door belangen of innerlijke verdeeldheid.
Eén: sterk; een hart uit één stuk dat je helpt te zijn wie je ten diepste, van God uit gezien mag zijn.

Het tweede woord waarmee dat hart, die nieuwe geest, wordt omschreven is:
een levend hart, letterlijk een hart van vlees.
En dan niet in de biologische zin van het woord, een hart van spierweefsel, maar een hart van ‘vlees-en-bloed’.
Een hart dat je verbindt met iedereen die van vlees en bloed is.
Een hart dat niet er niet op uit is om zichzelf hard te maken tegenover de ander, maar dat leeft in en van de verwantschap, de onderlinge verbondenheid.

Denk niet wit, denk niet zwart, maar denk in de kleur van je hart!

5.
Zo was het Pinksteren de eerste keer.
We noemen Pinksteren altijd wel het zendingsfeest, de verjaardag van de kerk;’ toen ging het los, het evangelie ging de wereld over…’
Ja, maar dát kwam pas in Handelingen 10 met de doop van de Romeinse hoofdman Cornelius.
Toen kwamen de andere volken duidelijk in beeld.
Het ging op de eerste Pinksterdag eerst nog om de concentratie, om het focussen van de Joden en de Jodengenoten, de inwoners van Jeruzalem die al over heel de aarde waren uitgezworven.
Die twaalf namen van landen of landstreken staan wel symbool voor  de opdracht van het volk Israël en de discipelen van Jezus om alle volken tot zijn discipelen te maken, maar daarvoor moet je eerst terug naar de kern.
En dan vanuit de kern de wereld over, om de verwantschap die dat ene hart dat God geeft, die nieuwe Geest in ons binnenste met elkaar delen.

Lucas vertelt over dat vuur dat komt en zich dan verdeelt over allen die in het huis zijn.
In de Joodse traditie is een verhaal over hoe bij de ontvangst van de tien geboden het Woord van God in 70 tongen of 70 talen geklonken heeft.
Zeventig talen vertegenwoordigden alle volken van de toen bekende bewoonde wereld.

6.
Bij Pinksteren gaat het om de kern, om focus en zuiverheid.
Een nieuw hart en een nieuwe Geest.
En je daarvoor open stellen, ontvankelijk worden.

In twee van de Bijbelkringen in onze gemeente hebben we dit seizoen (2016-2017) aan elkaar gevraagd om een lied te kiezen dat ons raakte omdat dat lied bijvoorbeeld al heel lang met ons meegaat, van jongs af aan of door een bepaalde ingrijpende gebeurtenis of om nog andere redenen…
In één van die groepen kwam iemand met lied 673.
We hebben het samen besproken en we zullen het na de preek ook samen zingen.
Met een prachtige melodie van Ralph Vaughan Williams – wie Capella pro Cantibus volgt weet dat ze daar ook houden van de muziek van deze moderne Engelse componist.

Maar nu wil ik dat lied graag met u lezen omdat de motieven van Pinksteren die we nu samen hebben gezien er zo prachtig in voorkomen.
Pakt u het er maar bij, lied 673.

Het lied is door Andries Goovaart vertaald uit het Engels en de Engelse dichter Richard Frederick Littledale heeft zich voor zijn gedicht weer laten inspireren door een middeleeuws lied uit de mystieke traditie.

7.

  1. Heilige liefdeskracht,
    bezoek mijn ziel die smacht,
    daal neer, daal in, uw vonk doet mij ontbranden.
    Kom Trooster, hartsvriendin, 
    liefde die wondt en wint,
    in u verlies ik mij, stil mijn verlangen.

Met het lied van Luther dat we al gezongen hebben:

Kom Schepper God, o Heilige Geest,
daal in de mensenharten neer…

hebben we al gebeden om de komst van die nieuwe, aloude Geest.
Om de levensvonk; dat is het vuur ook.

De Geest als trooster, hartsvriendin – mooi beeld van vertrouwen
met de kracht van liefde die wondt en wint…
Hoe vaak maakt de liefde geen wonden als er sprake is van onzuiverheid, van verdeeldheid, van verlies aan focus, van echt op elkaar gericht zijn…
Maar wat een kracht kan er ook in liefde zitten die zich inzet om de ander voor zich te winnen.
De verwantschap, het ‘van elkaars vlees-en-bloed zijn’ te blijven zoeken.

  1. Oplaaiend vuur, verteer 
    wat krom is of verkeerd,
    de lage driften, hoge dunk, ze branden.

Over zuiveren gesproken…
Laat het vuur het zilver en goud zo puur mogelijk naar boven halen…

Ga met uw licht ons voor, 
U trekt een lichtend spoor,
omgeef ons met uw gloed, wees onze mantel.

  1. Liefde voor al wat leeft 
    wordt ons een kostbaar kleed
    Waarmee wij ons armoedig pogen sieren.

Armoedig pogen… wie kan er geen voorbeelden van geven, wie lijdt er op zijn of haar tijd niet onder…
En dan wordt het met de mantel der liefde toegedekt, niet om te verstoppen maar om het te versieren:
hoe armoedig ons pogen vaak ook is: de Liefde van God geeft er glans aan.

En dan dus:

Verdwenen is de trots,
Wij kennen ons tekort.
Kom ons te hulp, laat mildheid zegevieren.

Alleen dat al: kom ons te hulp… laat mildheid zegevieren!

  1. Dood ben ik zonder U,
    Mijn ziel verlangt naar U,
    Een hartstocht die geen mens ooit kan verklaren.

Nee, niemand kan uitleggen waarom je op Pinksteren naar de kerk zou gaan
om met dit soort vuur te spelen…

Maar wat je kan overkomen is wel geweldig:

Met liefde vormt U mij
Tot teken van uw heil.
Bewoon ons, Geest van God, geef ons uw adem.

Pinksteren is spelen met vuur, dat klopt, maar durft het maar.
Haal maar diep adem.
Heb het hart maar!

Amen.