Orde van dienst

Genesis 45: 1 – 15 en 2 Korintiërs 5 : 17 – 21 GWK, 13 november 2016
Kyrië:
Vandaag herdenking van 1 jaar aanslag in Bataclan, Parijs
Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.
Ze moesten toch wat afgelopen dinsdagavond 8 november, de koppenmakers van
de kranten.
Er was nog geen duidelijkheid over de uitslag van de presidentsverkiezing in de VS
toen de krant gedrukt moest worden, maar op het moment dat mensen de krant van
de mat raapten zou die er wel zijn.
Ik lees het dagblad Trouw.
Trouw kopte dinsdagavond: We have a winner…
Maar woensdagochtend voelden velen in Nederland en Europa zich verliezer.
Voor donderdag moest er weer een kop op de krant.
Toen las ik: En nu de verzoening…
De gekozen president Trump had een verzoenende toon aangeslagen in zijn
overwinningsspeech, president Obama had hem ontvangen en verbindende woorden
gesproken en de verslagen presidentskandidaat Hillary Clinton had, na een nacht
bedenktijd, ook opgeroepen om elkaar als Amerikanen weer te vinden.
Verzoening was nodig.
Het had mevrouw Clinton een nacht gekost voor ze die toespraak kon houden. En
we voelen op onze klompen aan dat verzoening niet een kwestie van één nacht is.
James Kennedy, Amerikaan, christen en hoogleraar geschiedenis aan onder andere
de Vrije Universiteit in Amsterdam, schreef zaterdag:
‘Het doet me verdriet dat mensen die ik respecteer en vertrouw – ook christenen die
het zout der aarde zouden moeten zijn – op zo’n man gestemd hebben.
De democratie wordt ondermijnd door mensen van goede wil.
Dat is voor mij het meest onthutsend.’
Einde citaat.
Ik had toen inmiddels in het NOS-journaal een man van mijn leeftijd gezien die in
tranen vertelde dat hij op Trump gestemd had.
Voor het eerst in zijn leven had hij op de Republikeinse partij, omdat, zei hij, deze
man hem hoop gaf.
Hij stond bij het hek van de gesloten ijzerfabriek waar hij gewerkt had.
Hij wist niet of hij ooit nog aan het werk zou komen.
De wanhoop sprak uit de houding van zijn lijf en uit zijn tranen.
Hij had gestemd op een miljardair uit de vastgoedsector.
James Kennedy schreef:
‘In hun wens om Amerika christelijk te houden, kozen christenen een man die zelf
hun diepste waarden ontbeert.’
Er zal allemaal wel wat op af te dingen zijn, maar wie een kop leest als:
‘En nu de verzoening…’ die beseft dat er nog een lange weg te gaan is.

2.
Boven het Bijbelverhaal over Jozef die zich bekend maakt aan zijn broers zou ook
die kop kunnen staan: En nu de verzoening…
Daar, in Genesis 45, was die lange weg inderdaad gegaan.
Want dat is de eerste les van dit verhaal: de tijd moet er rijp voor worden.
In oktober vorig jaar was ik met predikanten van onze kerk op studiereis in China.
We bezochten een grote nieuwe kerk in de stad Suzhou, tussen Shanghai en
Nanjing.
In de ramen van de kerk waren Bijbelverhalen uitgebeeld in gekleurd glas.
Aan de ene kant verhalen uit het Nieuwe Testament, de gebruikelijke voorstelling van
de geboorte van Christus en van zijn lijden en sterven aan het kruis.
Aan de andere kant een paar verhalen uit het Oude Testament.
Een paar van de ramen over het Oude Testament gingen over het verhaal van Jozef
en zijn broers.
Ik was onder de indruk dat een kerk het aangedurfd had om dat verhaal over ruzie en
verraad tussen broers als thema voor die ramen te kiezen.
Dat leek mij een krachtige boodschap in een land waar de herinneringen aan de
burgeroorlog, waar het elkaar verraden aan de machtige communistische staat zo
diepingrijpend was geweest, tot in gezinnen aan toe.
Gezinsleden hadden elkaar aangegeven en in het ongeluk gestort.
Toen ik de predikant vroeg wie er op dat sterke idee was gekomen om het
Jozefverhaal te kiezen voor zijn kerk in een land met deze geschiedenis, zei hij: ja,
het is een mooi verhaal maar ik heb nog niet het verband gelegd met verzoening.
Dat is wel een mooie gedachte, maar we zijn daar nog niet aan toe.
De wonden zijn nog te vers, het is nog niet bij ons opgekomen om dat Bijbelverhaal
zo uit te leggen, laat staan toe te passen.
De ramen met de boodschap waren er al, maar de tijd was nog niet rijp voor hun
boodschap.
Andere groten uit de geschiedenis die bijgedragen hebben tot verzoening, zoals
Ghandi, Martin Luther King, Mandela, bisschop Tutu, Vaclav Havel: ze wisten
allemaal van de noodzaak van lange adem voor het gaan van de lange weg van de
verzoening.

3.
Jozef is aan het eind van zijn levensweg tot nog toe, onderkoning van Egypte
geworden.
Als hij zich bekend maakt aan zijn broers herinnert hij hen eerst in hele grote lijnen
aan de weg die hij heeft afgelegd.
Ik ben Jozef, jullie broer – au – die jullie verkocht hebben – au, au – en die is
meegevoerd naar Egypte – nog meer au –.
Maar wees niet bang en maak jezelf geen verwijten…
En dan wisten de broers nog niet eens over zijn leven als slaaf, over zijn tijd in de
gevangenis en hoe Jozef daaronder geweest was.
Dan vertelt Jozef dat er pas twee van de zeven jaren van die de hongersnood zal
duren voorbij zijn.
Hij vertelt niet dat hij die wijsheid heeft ontleend aan de dromen van de Farao die
alleen Jozef uit kon leggen.
Met het vertellen van dromen, vroeger, thuis, was de ellende begonnen.
Wie dacht die verwende snotneus wel dat hij was…
En nu hadden de broers die emotioneel zware weg af moeten leggen van te gaan
bedelen bij een arrogante dictator die een economisch machtsmonopolie had
verworven.
Jozef had hen emotioneel gechanteerd door te eisen dat ze hun vader onder druk
moesten zetten om hun jongste broer Benjamin mee te laten reizen naar Egypte
waar hij, de onderkoning van Egypte, hun broer Simeon in voorlopige hechtenis had
genomen.
Jozef had met hen gespeeld door het geld voor het graan dat ze gekocht hadden
weer in de graanzakken terug te laten stoppen en hen daarvoor dan te laten
arresteren.
De tweede keer had hij ook zijn drinkbeker, symbool van zijn macht, in de zak met
graan die Benjamin vervoerde, laten verstoppen.
Die beker had misschien ook wel met een soort orakelfunctie: als Jozef uit zijn beker
dronk kon hij de figuren die erop afgebeeld waren onderhand raadplegen voor
staats- en andere zaken; niet ongebruikelijk in het Egypte van toen.
Kortom: als ze daar staan, in die grote rechtszaal van het paleis van de
onderkoning… dan ligt er een lange geschiedenis die alles alleen maar op scherp
heeft gezet.
Alles wijst op afrekening en andere negatieve sentimenten.
De tijd lijkt nog lang niet rijp voor verzoening.

4.
Dan volgt toch een doorbraak.
Er zijn drie dingen die die doorbraak mogelijk maken.
Het eerste is dat wat er gebeurt in hoofdstuk 44.
Daar komt Juda op voor het leven van zijn jongste broer, ook uit mededogen met zijn
oude vader.
Hij wil zijn vader hij niet nog meer verdriet laten overkomen dan hij al heeft om het
verlies van Jozef.
Dat is een belangrijk motief in de verhalencyclus over Jozef en zijn broers.
Dat Juda zo verandert van alleen zijn eigen gang gaan met oog voor zichzelf tot
iemand die oog krijgt voor wat hij doet en wat dat voor effect heeft op anderen.
Diep ontroerend dat juist hij, Juda, zich aanbiedt als plaatsvervanger voor Benjamin
die van Jozef de gevangenis in moet.
De tranen zitten bij Jozef de hele tijd al hoog sinds de broers op het Egyptische
toneel verschenen zijn, maar nu kan hij zich niet meer inhouden.
Hij stuurt rechters en ambtenaren, de hele hofhouding de rechtszaal uit.
Weg, weg jullie allemaal!
Hij wil nu ‘onder ons’ zijn, hij wil broer met zijn broers zijn.
Dan komt het tweede belangrijke element bij deze doorbraak:
De waarheid.
Geen verzoening zonder ruimte voor de waarheid, weten wij sinds de waarheids- en
verzoeningscommissie van na de afschaffing van de Apartheid in Zuid-Afrika.
Ik ben jullie broer die jullie verkocht hebben… die lange weg waarop zoveel is
misgegaan en scheefgegroeid.
Denk aan de verhalen uit de VS en uit China.
Kijk zo eens naar Europa en ook naar Nederland…
Wat is bij ons onderdrukt, onder de pet gehouden; wat broedt er onder de leden van
onze samenleving…
Wat ligt er in uw en mijn persoonlijke geschiedenis, in de families, in andere
contacten, op het werk?
En hoe is dat gegroeid?
Hoe lang is de weg die we met een conflict al zijn gegaan?
En hoe lang zou de weg van en naar de verzoening zijn?

5.
Dan komt het derde element in dit verhaal.
Jozef zegt: maak jezelf geen verwijten dat jullie mij verkocht hebben en dat ik hier
terecht gekomen ben, want God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie leven te
redden.
Niet jullie maar God heeft mijn leven gestuurd, geleid.
Oh vreselijk, riep iemand in een Bijbelstudie over dit verhaal.
Die gedachte dat God alles zo stuurt en leidt en voorbestemd heeft.
Wat een benauwende gedachte.
Ik ben nou juist zo blij dat ik verlost ben van de denken over de voorzienigheid die
van mensen marionetten maakt die alleen maar bewegen als Gods hand aan een
touwtje trekt.
Zo gezegd klinkt dat ongeveer net zo erg als ‘Wij zijn ons brein’.
Als je dacht dat je nog ergens een vrije wil had, dan kun je die gedachte gerust laten
varen bij zulke massieve concepten van denken over het leven.
Maar het is maar helemaal de vraag of Jozef in deze teksten over wat hij ziet als
sturing van God, spreekt over zo’n massief voorzienigheidsgeloof.
Ik denk juist van niet.
Hij spreekt in drie verzen, 5, 7 en 8, over wat hij ervaren heeft als de rol van God in
zijn leven.
Wat opvalt is dat hij zich in die verzen steeds meer losmaakt van zijn broers.
Ik ben in mijn leven tenslotte niet helemaal bepaald door wat jullie mij aangedaan
hebben.
Ik wil mij daardoor niet laten bepalen en ik hoef mij daar ook niet door te laten
bepalen.
Hij spreekt niet over gebonden zijn aan touwen, niet door zijn geschiedenis en niet
door God.
Hij geeft juist aan de hij God ervaren heeft in het vrij worden van de zware kabels
waarmee hij aan dat ongelukkige verleden leek vastgelegd.

6.
Jozef is vrij geworden van die broers en het verleden dat door hen bepaald werd.
Eerst had hij dat gedaan door helemaal Egyptenaar te worden.
Hij brak met zijn familieachtergronden, trouwde een Egyptische, vond helemaal zijn
weg in het Egyptische politieke en economische leven, aan het hof, in de stad.
Verder weg kon hij niet raken van zijn voorvaderen, zijn vader en zijn broers, die
zwervende Arameeërs, de plattelandslieden met hun kuddes.
Jozef was arrivé, establishment geworden.
En nu breekt hij in deze emotionele ontmoeting met zijn broers daar ook weer
doorheen.
Hij ervaart nu ook de bevrijding van zijn establishment-positie als een daad van God.
Door te zeggen dat hij door God raadsman, bestuurder, onderkoning over Egypte
geworden, zegt hij ook dat de Farao niet de hoogste in rang is.
En die posities in Egypte zijn dus niet het hoogste.
God gaat daar nog bovenuit!
God heeft daar een eigen bedoeling mee.
Dat is de lange weg die Jozef heeft afgelegd; hij wordt in dit verhaal eindelijk vrij om
te zijn wie hij mag en wil zijn: broer van de broers.
Daar noemt hij de naam van God bij.
Niet als een dogma, als een gietijzeren concept waarin hij niet meer vrij is.
Juist omgekeerd: hij ervaart de weldaad van de vrijheid, weer zichzelf te mogen zijn
en van levensreddende betekenis te kunnen zijn voor zowel zijn broers als voor heel
Egypte, zeg maar dat deel van de wereld waarvoor hij verantwoordelijkheid kan
dragen op dat moment.
Van zijn geschiedenis met de broers bevrijd, van zijn verkrampte gehechtheid aan
het Egyptische pluche bevrijd, weet hij nog genoeg van de verhalen over de God van
Abraham en Sara, Isaak en Rebecca, Jakob en Rachel om zijn bevrijding aan die
God te danken.

7.
We werkten van de week met dit verhaal in één van de Bibliodrama-groepen.
Tijdens het spel bleek hoe dubbel de Jozef nog in zijn rol zat.
Er was nog boosheid over zijn geschiedenis, ook in de richting van de broers.
Maar daarnaast was er ook ineens soms weer opluchting over het gevoel van
bevrijding van het verleden en open staan voor een nieuwe toekomst.
Voor zijn eigenlijke roeping: mensen in het leven helpen houden.
Tenslotte riep hij: ik weet ook niet hoe het allemaal zit, maar het komt goed!
Ga nu eerst je vader en de rest van je familie maar halen, dan zorg ik dat er een plek
komt om te wonen en te leven.
Later dacht ik: dat was een soort echo van wat Paulus later schreef in zijn brief aan
de Korintiërs:
Dat verhaal van Jezus Christus wil zeggen:
Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.
In Christus is die lange weg van beschadiging en vernietiging tot een absoluut
dieptepunt gekomen.
Maar dat was niet het einde.
Er ging ook een deur, een graf open!
Probeer het niet in een systeem te vangen, een gesloten verzoeningsleer of zo.
Laat je verrassen door de dienst van de verzoening die jou is toevertrouwd.
Laat die ervaring van bevrijding van Jozef jouw ervaring worden via Christus.
En sta weer vrij in het leven.
Bijt je niet vast in wat doodliep, met de broers of in Egypte, in jezelf of in de wereld
van vandaag.
Word vrij door God in Christus en ga een nieuwe weg.
Er zijn nog een lange wegen van verzoening te gaan.
Amen.