Efeziërs 3, 1 – 13 en Deut. 10, 12 – 21 GWK, 5 augustus 2018

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

1.
Er klopt iets niet als je de twee Schriftlezingen van vanmorgen naast elkaar legt.
De lezing uit Deuteronomium begint met te zeggen:
Israël, bedenk dus dat de HEER, uw God, niets anders van u vraagt dan dat u ontzag voor hem toont, dat u de weg volgt die hij u wijst, dat u hem liefhebt, hem met hart en ziel dient en zijn geboden en wetten, die ik u vandaag voorhoud, naleeft; dan zal het u goed gaan.
En dan komen we bij Paulus, de apostel, van wie we allemaal weten, of in ieder geval aannemen, dat hij ontzag heeft voor God, de weg volgt die God wijst, dat hij God liefheeft en met hart en ziel dient en altijd heel ijverig is geweest in het naleven van de geboden en de wetten van God… en hij zit in de gevangenis.
Het gaat hem dus juist helemaal niet goed!

Dat klopt dus niet met elkaar.
En tegelijkertijd weten we allemaal dat dat maar al te vaak de werkelijkheid is.
Dat als je gelovig bent het leven niet alleen maar voorspoedig is, dat het je niet alleen maar goed gaat.
In de Nieuwe Bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) waaruit we gelezen hebben staat er zelfs als kopje boven de lezing uit Deuteronomium: ‘Gehoorzaamheid leidt tot voorspoed’…
Dat is een tekst van het NBG, geen Bijbeltekst!
Het is geen ‘algemene regel’ of vanzelfsprekendheid.
Integendeel, soms vraag je je boos of verdrietig af hoe dat nou toch kan?
Je probeert echt te geloven, een goede relatie met God te hebben en daar ook naar te leven, maar dan nog zitten er dingen, of zit het hele leven je tegen.

2.
En voor die tegenstrijdigheid, dat ‘niet kloppen’, hoeven we niet eens twee heel verschillende situaties te vergelijken, zoals die van Deuteronomium en die van Paulus.
Het zit hem al in Deuteronomium zelf.
Dat boek is opgeschreven als een toespraak van Mozes, gehouden, vlak voordat het volk Israël het beloofde land binnentrok na veertig jaar zwerven door de woestijn.
Maar het boek Deuteronomium zelf werd eeuwen later geschreven in Babel, in de tijd dat het volk Israël door de politieke en religieuze ontwikkelingen weer in de ellende terecht gekomen was.
Ze waren weggevoerd uit het beloofde land en zaten gevangen in Babel, ver weg van een eigen plek en met de vraag wat nou eigenlijk hun bestemming was.
Moesten ze opgaan in de smeltkroes van de volken in Babel of moesten ze hun eigenheid als volk van God met een opdracht, een missie, vast proberen te houden.
En dan sluit vers 22 wel af met een mooie gedachte; weet je nog met hoeveel mensen Jakob en zijn zonen naar Egypte trokken toen er hongersnood was in Israël; toen waren we met 70 mensen.
En moet je nou eens kijken; hoe groot het volk is geworden.
Daar wordt het beeld gebruikt dat in Gods belofte aan Abraham is gebruikt; Ik zal je nakomelingen net zo talrijk maken als de sterren aan de hemel…
Ja, mooi, maar ze zijn verstrooid, ze zitten gevangen en ze zijn niet gelukkig.

3.
Geloven, een band met God hebben, heeft met iets anders te maken dan met aan te kunnen wijzen hoe gezegend en voorspoedig je wel bent.
Het is natuurlijk prachtig als je dat bent, voorspoedig, en als je dat beleeft als dat je gezegend bent door God, en je daar God ook dankbaar voor bent, maar het geloof begint ergens anders.
Daar gaat dit stukje Deuteronomium, deze verzameling van oerteksten of verwijzingen naar oerteksten van het joodse en nu dus ook christelijke geloof, over.
Het geloof begint bij de keuze die God maakt.
Dat God nou juist dat armetierige clubje slaven, die hongerlijders van ooit, die nu worden uitgebuit door een machthebber als de Farao met zijn leger, met zijn systeem van onderdrukking en afpersing, dat God nou juist voor die mensen gekozen heeft.
Uit alle volken nou uitgerekend deze sloebers.

Je kunt wel merken dat God niet zo erg van deze wereld en van onze tijd is, vat Deuteronomium samen:
God handelt zonder aanzien des persoons, dat wil zeggen hij ziet wel mensen, personen, maar hij kijkt niemand naar de ogen, hij likt niet naar boven en trapt niet naar beneden, God is niet corrupt, Hij is onomkoopbaar en hij verschaft weduwen en wezen recht, hij ziet ze staan, hij kent geen ‘wegwerpmensen’, ieder leven telt.
En hij neemt vreemdelingen in bescherming: in de basisrechten en in de basisbehoeften van iedereen moet voorzien worden; voedsel en kleding en recht; regels en regelingen die mensen tot mens maken en geen nummer, of vijand of lastpost, of erger nog: lastenpost…

4.
En er is maar één woord dat die houding, die voorkeur van God verklaren kan:
Liefde.
Liefde voor de vreemdeling noemt Deuteronomium dat.
Dominee Oussoren, de man van de Naardens Bijbelvertaling, noemt de vreemdeling in zijn vertaling; ‘zwerver-te-gast’.
Dat is een mooie vondst vanwege de spanning tussen die twee woorden:
Zwerver en gast.
De zwerver heeft iets vreemds voor wie gevestigd is, voor iemand met gevestigde belangen.
De zwerver is anders, wordt niet goed begrepen, past niet binnen gevestigde patronen, is een buitenbeentje.
Er is afstand.

Maar een gast komt bij je thuis, die heb je over de vloer, die gun je de ruimte, letterlijk jouw ruimte, die gun je de ruimte van jouw gastvrijheid.
Hij of zij mag zich vrij voelen bij jou, hoe anders of afwijkend ze ook is.

Dat is nou precies wat Israël is overkomen toen God koos voor die verzameling slaven daar in Egypte.
Dat de Heer die kan beschikken over de hoogste hemel en over de aarde en alles wat daarop leeft – dat is nog eens een klasse-verschil, met een heel hoge levenstandaard…
Dat die Heer koos voor dat stelletje vreemdelingen daar in Egypte…
Willen jullie, Israël niet vergeten dat jullie zelf vreemdelingen waren in Egypte en dat God, vanwege zijn liefde, jullie tot ‘zwervers-te-gast’ in zijn bestaan heeft gemaakt?

Dat is de basis voor het geloof: dat je als zwerver bij God onderdak hebt vanwege die wonderlijke keuze van God voor jou.

5.
Paulus noemt dat het grote mysterie waarover hij iets nieuws heeft ontdekt, dat hij door zijn kennismaking met Jezus Christus, met het verhaal over zijn leven en sterven, pas goed heeft leren zien.
Niet dat het om een mysterie, iets geheimzinnigs, gaat dat moeilijk te bevatten is, een raadsel dat tot nu toe maar nooit opgelost kon worden.
Je moet het misschien wel omkeren: Paulus kan niet goed begrijpen dat de kracht van die boodschap van God, zijn liefde voor ‘zwervers-te-gast’ zo lang onder de pet gehouden is.
Hoe bestaat het dat de dynamiek van die boodschap van Gods liefde, die onorthodoxe keuze van een grote God voor kleine mensen, zo lang beperkt is gebleven tot het besef, het geloof, de overtuiging van maar één volk?
Alleen maar Israël…
Wat is er fout gegaan?

En van de weeromstuit is Paulus in de hoogste versnelling gegaan om het weer goed te laten komen.
Hij heeft zelf heel erg in dat schema van wij tegenover zij geloofd.
Hij was fanatiek in het onderscheid maken tussen Joden en andere volken.
Om iets van Gods liefde te kunnen beleven moest je je aansluiten bij het Joodse volk, moest je aan inburgering doen, burgerrechten verwerven, aangepast raken en ingepast.

En de ellende die dat heeft veroorzaakt…
Paulus was zelfs haat en nijd blazend achter de Joden die christen waren geworden aangegaan: hij zou ze dwingen om weer terug te keren naar hun ‘eigen huis’.
En hij had al helemaal weinig ruimte voor mensen van buiten het eigen huis, voor vreemdelingen, ‘zwervers-te-gast’.

Maar nu had hij ontdekt dat het geheim van Jezus is dat hij de liefde van God open heeft gezet voor iedereen.
De muur die tussen de Joden en de andere volken stond is afgebroken.
En niet-Joden zijn geen vreemdelingen meer, zelfs geen gasten meer, ze zijn medeburgers geworden, huisgenoten van God.

6.
Paulus gebruikt sterke beelden.
De vreemdelingen delen nu ook in de erfenis van Christus.
Kijk, die komt binnen: nooit scherper dan bij een te verdelen erfenis wordt uitgezocht wie er wel en wie niet tot de familie behoren, en in welke graat en voor welk deel dan…
Erfgenamen, dan gaat het over het hebben van rechten op het scherpst van de snede, dat weet iedereen die wel eens een conflict over een erfenis heeft meegemaakt… zeker als er veel te verdelen valt.

Paulus gebruikt ook het beeld van het lichaam: de buitenstaanders zijn deel van hetzelfde lichaam, geworden.
Intiemer kan het niet; je bent niet alleen bij elkaar thuisgekomen, je bent elkaars vlees en bloed geworden.

7.
Dat brengt ons bij de vraag hoe wij omgaan met de vreemdelingen, de ‘zwervers-te-gast’.
Want nu is het de taak van de kerk om de wijsheid en de liefde van God in al zijn facetten te laten zien.
Zijn gastvrijheid voor wie zich niet thuis voelen of thuis weten ‘tussen ons’, in de kerk of in de samenleving.

Ik wil drie voorbeelden noemen.
Gisteren werd in Amsterdam de botenparade gehouden van de LHBT beweging, de beweging voor Lesbiennes, Homo’s, Bisexuelen en Transgenders.
Ik heb er niets van gezien maar het zal weer een kleurig spektakel zijn geweest.
Op de radio hoorde ik een discussie over of homo’s, lhbt-ers, nou blij moesten zijn met die pride parade; zo’n parade om te laten zien dat je trots bent op wie je bent.
De mensen die meediscussieerden waren het er wel over eens dat iedereen de gelegenheid mag hebben om een feestje te vieren.
Voetbalkampioenen, schaatsers, lhbt-ers.
Iedereen heeft recht op een feestje op zijn tijd, en op een gracht.
Maar er wringt ook altijd iets als je bedenkt dat het nog zo nodig is om te demonstreren dat je als ‘vreemdeling’, als anders dan anderen, ook een plek in de samenleving mag hebben, of in de kerk. Dat je je nog (steeds) niet zeker en veilig voelt over je plek.
En dat de noodzaak om daar aandacht voor te vragen nog steeds zo wrang en zo nadrukkelijk aanwezig is.
Het geheim van de liefde, van God die ‘zwervers-te-gast’ in huis haalt en ze in volle rechten deel uit laat maken van zijn huishouden, is nog steeds niet overal doorgedrongen.

In het dagblad Trouw stond gisteren een ontroerend verhaal over Nadav Schwartz uit Israël.
Hij is homoseksueel en heeft erg geworsteld met zijn orthodox-joodse geloofsovertuiging.
En nu zegt hij het zo: Een van de belangrijkste principes in het jodendom is dat wat God doet het beste is. Dus als God me als homo heeft gemaakt, nou dan denkt Hij dat het voor mij het beste is om homo te zijn.
Je zou kunnen zeggen: Nadav zal Paulus wel begrijpen met diens boodschap dat het grote geheim van Gods liefde voor wie anders is, buitenstaander, buitenbeentje, nog-niet-medeerfgenaam.
Of Paulus Nadav zou hebben begrepen, toen in die tijd, dat is weer een ander punt.

8.
Zwervers-te-gast…
Je kunt ook heel letterlijk denken aan mensen die ‘onaangepast’ of nog niet ingeburgerd zijn.
Of van de andere kant bekeken: naar de kloven in onze samenleving.
Tussen autochtonen en allochtonen, wij en de anderen, nieuwe Nederlanders en zijn wij dan ineens de ‘oude Nederlanders’?
Tussen de osm-wijken en de asm-wijken.
Wijken voor ‘ons soort mensen’ en een ‘ander soort mensen’…

Ik noem nog een voorbeeld van wat me in de vakantie heeft geraakt.
Ik las het boek ‘Een klein leven’, van Hanya Yanagihara.
Dat gaat over een man die als kind te vondeling is gelegd, opgegroeid in een klooster en in een tehuis en daar seksueel misbruikt.
En voor zijn leven mentaal beschadigd.

Later wordt hij geadopteerd door mensen die zielsveel van hem houden, hij krijgt vrienden die echt om hem geven, hij vindt de liefde van zijn leven, maar hij komt nooit meer zover dat hij zichzelf als een waardevol en geliefd mens kan zien.
Hij blijft van binnen dat gevoel houden dat hij uitschot, vuilnis is.

Wat kan je dan snakken naar dat mysterie van Paulus.
Van dat grote geheim van Gods liefde die zegt; mens ik heb je gezien, in jouw Egypte, in jouw ellende en in je niet gekend zijn, in je worstelingen en je boosheid, in je verdriet en verlangen.

En dat het mensen dan raakt en vrij maakt zoals Paulus, daar in zijn gevangenis.
‘Maak je geen zorgen; ik zit gevangen, maar het is goed met me.
Ik heb iets van Gods liefde gezien, dat mysterie ervaren.
Het zal de muren van vijandschap, haat en nijd, onrecht en ontkenning van recht op bestaan afbreken.

Ik heb dat in het leven en sterven van Jezus ontdekt.
En maak je geen zorgen: Hij leeft, nog steeds, en zijn geheim ook.

En (!) je mag het verder vertellen…!!

Amen