De Bijbeltekst wordt voorgelezen door een lector (voorlezer), de ouderling van dienst of door de predikant. In de PGO kennen we een vaste groep van lectoren, gemeenteleden die een taak hebben naast de ambtsdragers. Op die manier betrekken we zoveel mogelijk mensen actief bij de eredienst. Wie voorleest, sluit de lezing af met een zin waarin uitgedrukt wordt hoe wij de Bijbel proberen te verstaan: als Woord van God dat tot ons komt via wat door mensen is opgeschreven.

Na de eerste lezing zingen we een antwoordlied waarin een aspect van het gelezen gedeelte terugkomt of waarin de gemeente alvast reageert op het gelezen gedeelte.
Na de tweede lezing zingen we meestal een acclamatie. Dat komt van het Latijnse woord dat toejuichen betekent. In de liturgie betekent het dat we met vreugde het Evangelie be’amen’. Amen betekent: dit is betrouwbaar. We bevestigen dat het een ‘goede boodschap’ voor ons is. Amen is de kortste acclamatie; wij zingen een uitgebreidere.

Voor de keuze van de lezingen volgen we in de PGO een rooster. Daarover de volgende keer meer. Het is ook mogelijk om een Bijbelgedeelte te kiezen bij een thema voor de verkondiging. Je kunt denken aan een serie preken over de Tien Geboden (Tien Woorden) over het gebed, het Onze Vader of over de Geloofsbelijdenis. De eerste twee zijn zelf natuurlijk ook Bijbelgedeelten.