Net als bij het lied na de eerste Schriftlezing zoekt de predikant, in overleg met de kerkmusici, naar een lied waarin een of meer aspecten van de verkondiging terugkomen. Of waarmee de gemeente ‘reageert’ op de verkondiging. Daarmee wordt ook iets zichtbaar van het wederkerige karakter van de liturgie. Wat we samen doen, doen we niet alleen met elkaar maar ook in dialoog, in samenspraak met God. We worden aan het begin van de dienst door God met vrede begroet en wij op onze beurt spreken ons vertrouwen in God uit. Wij roepen om Gods ontferming en zingen dan Zijn Gloria, omdat we weten van het nieuwe begin dat Hij mogelijk gemaakt heeft. Als we de Bijbel hebben gelezen, antwoorden we met een acclamatie. Na uitleg en verkondiging zingen we een lied. Daarna komen onze gaven en gebeden. Na het slotlied is het laatste woord in deze doorlopende dialoog aan God, namelijk in de zegen die we ontvangen. Het is mooi dat we het ‘Amen’ daarna samen zingen.