We hebben verschillende woorden voor wat we doen in de kerkdienst. We zijn kerk omdat we ons op een of andere manier met God en met Jezus verbonden voelen. Dat is tweerichtingsverkeer: God dient mensen, hij schenkt leven en liefde. En de mensen dienen God en elkaar met hun leven en hun liefde. Daarmee ‘eren’ we elkaar; er valt licht op de mooiste kanten van God en mensen, tegen alle donker in. We noemen dat vieren. De kern van wat we samen doen in de liturgie is het feest vieren van de overwinning van het leven op alles wat doods is en dood maakt. Dat doen we door te zingen, te bidden, muziek te maken en stil te zijn. Door Gods verhaal met de mensen te lezen en uit te leggen, samen de Maaltijd van de Heer te gebruiken, symbolen te laten spreken en te spelen met licht en donker, met kleuren. Liturgie betekent ’samen doen’. We doen dat volgens een min of meer vast patroon, zoals aangegeven in de orde van dienst, het liturgieboekje. Dat patroon heeft door de eeuwen heen zijn kracht bewezen. Het neemt ons mee, het nodigt ons uit om ons eraan over te geven.