Door alle eeuwen heen hebben mensen bepaalde plekken of ruimten een aparte bestemming gegeven. Daar was je samen bezig zijn met de diepste dingen van het leven. Wegens die aparte bestemming noemen we dat heilige plaatsen. We kunnen nog steeds onder de indruk komen van de sfeer, de architectuur en de inrichting van de gebouwen. In onze kerkgebouwen brandt tijdens de dienst altijd een grote kaars, de paaskaars. Die is het symbool van de aanwezigheid, het licht van Jezus Christus. God haalde Hem uit het donker van de dood, liet het licht overwinnen en maakte nieuw leven mogelijk met Jezus. In de ruimte staan verder een lezenaar met een opengeslagen Bijbel, een tafel met een bord en een beker voor het vieren van de maaltijd van de Heer, een doopvont, een orgel en een vleugel. Er zijn kleden, over de tafel en voor de kansel, en er staan bloemen. Maar vooral: er is ruimte. Tussen deze muren en onder dit dak komen, soms al eeuwenlang, mensen samen om God en elkaar te ontmoeten. In het ritme van de tijd en bij hoogtepunten en dieptepunten in het leven. Daar is ruimte voor; de ruimte heet je welkom.