We zingen het eerste lied. We gebruiken vooral het ‘nieuwe’ liedboek: Zingen en bidden in huis en kerk (2013).

In onze gemeente is – vooral in de perioden rond de feestdagen – het eerste lied meestal een Psalm, een van de 150 psalmen uit de Bijbel, die op rijm en op muziek gezet zijn. De begeleiding is doorgaans op het orgel, maar het kan ook op de vleugel of met andere instrumenten.
De predikant kiest de liederen in overleg met de kerkmusici. Daarbij houden ze rekening met het thema of het karakter van de dienst. Er zijn ook roosters die liederen voorstellen voor elke zondag.

Regelmatig ondersteunt de cantorij, een groep gemeenteleden onder leiding van de cantor, de gemeente bij het zingend vieren van de eredienst. Een cantorij kan helpen bij het aanleren van nieuwe liederen, en kan ook eigen repertoire zingen, ‘zingend verkondigen’, en zo het thema of het karakter van de zondag benadrukken.
Bij het eerste lied kan dat met een ‘antifoon’, een regel uit de psalm, die gezongen wordt vóór en na de coupletten van het lied. De organist speelt voorafgaand aan de dienst, bij het aansteken van de kaarsen, tijdens de collecte en na de zegen aan het eind van de dienst speciaal door hem of haar uitgezochte muziek. De titels en componisten van de stukken staan in de Orde van Dienst.