Als we in de kerkdienst stilstaan bij het leven van alledag, beseffen we dat we allemaal een ‘rugzak’ dragen. In die rugzak zitten bijvoorbeeld de grote vragen van lijden en onrecht in de wereld, en de vragen over ons eigen leven in relatie tot anderen en tot God kunnen ons dwars zitten. In een gebed brengen we de nood van de wereld en de ‘nood van ons eigen hart’ bij God en bidden: ‘Heer ontferm u over ons’, (Kyrie eleison). We zijn eerlijk over wat ons spijt en spreken ons verlangen uit naar vergeving, verlossing en bevrijding. Meestal zingen we het Kyrie eleison na een gesproken deel van gebed.
Aansluitend zingen we een Gloria-lied waarin we God danken dat hij met Jezus een nieuw begin gemaakt heeft en ons daarmee uitnodigt om opnieuw te beginnen. Lied 299 in het liedboek geeft diverse varianten van Kyrie en Gloria.
Tijdens Advent en de veertigdagentijd voor Pasen zingen we geen Gloria. Die periodes hebben het karakter van inkeer en het stilstaan bij de donkere aspecten van het leven. Dat onderstrepen we door geen Gloria te zingen. In de feestelijke tijden is het Gloria volop terug. Na het Kyrie (en Gloria) komt er ruimte voor andere kanten in de ontmoeting met God en elkaar: de dienst van het Woord en de sacramenten, doop en maaltijd van de Heer.